Andere Tijm Sport: Sybrand Wybersma, schaatsmakelaar in Equatoriaal-Guinea

Leestijd: (WR) Sjoerd Dubbelman – 14.07,53 op een laaglandbaan

Andere Tijm Sport Longread: Onze man in Afrika. Sybrand Wybersma, schaatsmakelaar in Equatoriaal-Guinea.

Albertville
Een trotse Mpasa Mkumbu toont zijn bronzen plak na de 8000 meter full cross halve baan op de Olympische Spelen in Albertville. Rechtsachter Mkumbu met snor: Atie Scheenman.

Dit is het vergeten verhaal over hoe een Friese oud-schaatser, een ambitieuze Afrikaanse president en een corrupte schaatsbond met een beetje wijsheid, veel geluk en nog meer oliedollars Olympisch schaatsbrons wisten te veroveren.

Equatoriaal-Guinea is een voormalige Spaanse kolonie in West-Afrika met bijna twee miljoen inwoners. Bijna dertig jaar geleden, als dit verhaal zich afspeelt, telt de bevolking van het kleine landje amper vierhonderdduizend zielen. Zwemmen en uiteraard voetbal zijn de nationale sporten. Een sport die je in dit tropische land als laatste zou verwachten is halve baanschaatsen. Of schaatsen überhaupt. Toch kende Equatoriaal-Guinea in de late jaren ’80 en vroege jaren ’90 van de vorige eeuw, mede dankzij de inspanningen van een Nederlandse schaatscoach een heuse Olympische halve baan schaatsploeg.

Calgary 1988
Het is 28 februari 1988. In het Canadese Calgary vindt de slotceremonie van de vijftiende Olympische Winterspelen plaats. Het zijn vanuit Nederlands perspectief gezien de Spelen van Yvonne van Gennip geworden. De Koningin van de Schaats verovert maar liefst drie keer goud en via de televisie viert de wereld het feestje van de schaatsgekke Oranjefans in de Olympic Oval mee.

7200 kilometer oostelijker, in het Friese Bakkeveen, staat een toegewijd schaatscoach geduldig de stalen Noren van zijn pupillen te slijpen. Sybrand Wybersma (Achlum, 1953) heeft geen oog voor de gebeurtenissen in het verre Calgary.

In niets doet ‘De Vos uit Achlum’ nog denken aan de succesvolle sportman die hij nog maar een decennium geleden was, toen hij als eerste Nederlandse halve baanschaatser met een commerciële ploeg internationale successen boekte. Samen met schaatsvrienden Atie Scheenman, Bart Huigvel en Berend Stamstra besluit Wybersma om niet langer namens de bond voor Nederland uit te komen, maar onder eigen vlag te gaan schaatsen. “In die dagen werd alles door het bondsbestuur beslist.” Vertelt Wybersma. “Op de maandag voor een belangrijk toernooi kwamen schaatsers en bestuur op de Valkhof in Utrecht bijeen en werd na het opgooien van een muntje op de achterkant van een sigarenkistje opgeschreven wie er in welke wedstrijd zou uitkomen. Je kunt je het nu niet meer voorstellen, maar die jongens deden het schaatsen er gewoon bij. Atie was melkveehouder, Bart postbode, Berend gaf les op een LTS, ga zo maar door.” De vier vrienden vinden dat het zo niet langer kan, dat het anders moet. Maar hoe?

Snor

Na een zomerstage in Milwaukee in juli 1979, waar Wybersma op uitnodiging van de legendarische halve baanschaats goeroe Burt Oldenwater van dichtbij meemaakt hoe in de VS op commerciële wijze sportteams worden gerund, besluit hij de sprong in het diepe te wagen. “Die Amerikanen liepen werkelijk jaren op iedereen voor.” Aldus Wybersma. “Zij hadden bijvoorbeeld al aerodynamische schaatspakken, terwijl wij in oude nylons van onze vrouwen op het ijs stonden!” Terug in Nederland weet de Achlummer zijn vrienden snel te overtuigen en in het diepste geheim wordt contact gelegd met eventuele sponsoren. Broodmerk King Corn wil wel, maar stelt onacceptabele eisen in ruil voor steun. Zo moeten de schaatsers contractueel beloven tijdens trainingskamp en toernooien enkel het brood van de sponsor te eten. Als Wybersma daarop vraagt of hij dan wel een volledige ingrediëntenlijst mag inzien, haakt de warme bakker af.

Uiteindelijk ziet frisdranken fabrikant Vrumona wél brood in het idee van de vier en op 1 september 1979 maken de mannen tot afgrijzen van de bond hun plannen wereldkundig. Onder de naam Snor, naar het nieuwste drankje van de sponsor, zullen de heren voortaan voor Nederland uitkomen. Met een commerciële ploeg komt er sponsorgeld. Veel sponsorgeld. Vrumona stopt het voor die tijd astronomische bedrag van 12.500 gulden in de ploegkas. Met dat geld kunnen de schaatsers deugdelijk materiaal kopen, professionele accomodaties afhuren, trainers betalen en bovendien zijn ze verzekerd van een inkomen, zodat ze zich volledig op het halve baanschaatsen kunnen richten.

De successen laten niet lang op zich wachten: in januari 1980 wordt Sybrand Wybersma als eerste Nederlander ooit, Europees allround kampioen halve baan, Huigvel wordt derde. De Snorremannen, zoals ze inmiddels worden genoemd, moeten in Heerenveen enkel de Noor Sven Johann Køndrål tussen zich in dulden. Maar niet voor lang. Tijdens de Olympische Winterspelen in Lake Placid, een maand later is het podium geheel voor Snor, als Wybersma wederom de hoogste trede mag beklimmen, Huigvel ditmaal het zilver verovert en Scheenman brons pakt. Er ontstaat in Nederland en ver daarbuiten een ware Snormania.

Reclame voor sponsor Snor. met Sybrand Wybersma (links) en Bart Huigvel.
Reclame voor sponsor Snor. met Sybrand Wybersma (links) en Bart Huigvel.

Bij aankomst op Schiphol worden Wybersma en zijn kompanen door een uitzinnige menigte verwelkomd. Met een luid “Heya die Snor! Die zit wel snor!” worden de kampioenen tijdens de huldiging in Amsterdam toegezongen op het Museumplein. Burgemeester Polak laat zich zelfs verleiden tot een stukje droogschaatsen met de heren. Frits van Buurma, Olympisch attachée destijds merkt op: ‘Dat zit wel snor.’ Een term die die winter overal in het land op mutsen en sjaals zal opduiken.

Een rondvaart op de grachten wordt vanwege het gure weer afgelast, maar de Snorremannen worden een dag later wel warm ontvangen op Paleis Soestdijk, waar zij door Koningin Juliana in de Ridderstand worden verheven.

ADS Bank
Helaas is de Snor ploeg evenals het naamgevende drankje geen lang leven beschoren. Onenigheid met de sponsor over de uitkering van premies, gemor van de drie anderen als Wybersma meer en meer het gezicht van Snor in de media wordt en opnieuw een conflict met Vrumona over Tjolk, de mutssponsor van Bart Huigvel, doet de mannen besluiten dat er geen tweede seizoen voor Snor in zit.

Wybersma probeer het opnieuw met een jonge ploeg, waarvan ondermeer een dan pas 19 jaar oude Tjalling de Boer deel uit maakt. Hij gaat met de ADS Bank in zee als nieuwe geldschieter; een desastreuze beslissing. ADS gaat nog geen half jaar later, na de beruchte Antigua-affaire failliet. Wybersma blijft berooid achter met een ploeg vol ambitie, maar zonder sponsor. Voorlopig wil de curator van de bank de schaatsploeg ontzien met een overbruggingskrediet tot het NK in januari van het komend jaar, 1981. Maar als er vlak voor Kerst in het Algemeen Dagblad een stuk verschijnt waarin anonieme bronnen rond Wybersma reppen van dopinggebruik bij de ADS ploeg valt het doek definitief. Sybrand Wybersma beëindigt per direct zijn schaatscarrière, vervalt al snel in vergetelheid en wordt trainer van de pupillen van DKSC ’54 in Bakkeveen.

Telefoontje
En dan komt er begin maart 1988 ineens een telefoontje van de secretaris generaal van het Olympisch Comité van Equatoriaal-Guinea. Of Sybrand diezelfde week nog op persoonlijke uitnodiging van president Obiang in Malabo wil komen praten over een zakelijk voorstel. Wybersma zegt daarover nu: “Ik dacht dat een van de jongens een geintje uithaalde, dus ik speelde het spelletje mee: Yes mister president, of course mister president.” Maar al snel wordt duidelijk dat het allesbehalve een grap is en twee dagen later zit Wybersma in het protserige presidentiële paleis in Malabo tegenover de president en diens staf. Teodoro Obiang Nguema Mbasogo, regeert Equatoriaal-Guinea sinds hij in 1979 via een staatsgreep aan de macht kwam met harde hand en is op zoek naar legitimatie van zijn regime. In de eerste jaren van zijn presidentschap wordt geprobeerd om de harten van volk en respect van de buitenwereld te winnen via sportieve prestaties van het nationale voetbalteam. Helaas zonder veel succes. De voetbaldwerg weet pas in 1985 zijn eerste gelijkspel te behalen tegen de Centraal Afrikaanse Republiek. De meeste wedstrijden worden doorgaans echter met grote cijfers verloren. ‘Las Super Arañas’ zoals de president zijn voetballers liefkozend noemt, worden al snel het lachertje van het continent.

Het land is simpelweg te klein en ontbeert de nodige infrastructuur om snel aansluiting met de regionale top te vinden. President Obiang heeft zijn hoop op internationaal sportsucces nog niet opgegeven, maar de bakens worden verzet. Het nationale voetbalteam wordt door de luchtmacht in zee gedumpt en voortaan zal Equatoriaal-Guinea met haar regionale concurrenten alleen nog de strijd aanbinden in sporten die in de grootste delen van het continent niet worden beoefend.

Tijdens de Olympische Spelen valt het oog van de president op het Nederlandse schaatssucces en vanaf dat moment is het duidelijk: schaatsen zal en moet de West-Afrikanen goud opleveren tijdens de Olympische Winterspelen van 1992 in Albertville. Een paar telefoontjes met de Nederlandse schaatsbond – die haar handen niet wil branden aan dit avontuur – leidt ertoe dat de Guineeërs bij Wybersma uitkomen. Wybersma moet hun ‘M’yope barfu barfu wakala’ worden, hetgeen in de oorspronkelijke Fang taal zoveel betekent als ‘witte huttenbouwer die glijdt’. Een onduidelijke verwijzing naar een mythologische figuur uit een oude legende. Het levert hem in de Nederlandse pers al snel de bijnaam De Schaatsmakelaar op.

Tekenen bij het kruisje

Dat Equatoriaal-Guinea met een gemiddelde minimum temperatuur van 22 graden nul wintersportervaring heeft en dat de nationale schaatsploeg behalve in een cocktail nog nooit ijs van dichtbij heeft gezien, mag geen beletsel vormen voor het doel dat de schaatsbond aan de Friesche coach stelt. Minimaal 5 gouden medailles moeten de heren Mpasa Mkumbu en Nguema Mwagambani, twee voormalige voetballers omgedoopt tot ‘De Ontembare IJsvalken Van De Santa Isabel’ op de Spelen gaan veroveren. Per slot van rekening hangt de glorie van de natie en het welzijn van de gezinnen van Mkumbu en Mwagambani er vanaf.

Wybersma heeft zo zijn twijfels, bedankt beleefd voor de getoonde interesse en wenst het staatshoofd veel succes toe bij zijn zoektocht naar een coach. Nadat de tolk deze boodschap aan de president heeft overgebracht, wordt er een bedrag in Dollars op een servetje geschreven en naar de Nederlander toegeschoven. Als de anders zo nuchtere Fries het stuk papier naar de zin van de president iets te lang met open mond bekijkt – “Ik dacht dat hij me zijn telefoonnummer gaf.” – pakt Obiang zijn gouden vulpen en zet er nog een nul achter. Wybersma tekent bij het kruisje en is per direct de eerste Olympische halve baan schaatscoach van een Afrikaans land.

In de weken die volgen stelt Wybersma zijn technische staf samen. Hij doet een beroep op zijn oude Snorvrienden Huigvel en Scheenman. Als er van animositeit al iets was te merken, heeft de verstreken tijd en het weerzien veel oude wonden doen helen en vergeten. De oliedollars van de president doen de rest. Die drie kampioenen van weleer moeten een schaatsnatie van de grond af opbouwen en hebben daar minder dan drie jaar de tijd voor. Het belooft een avontuur uit een jongensboek te worden. Zeker als de mannen al snel kennismaken met de Afrikaanse manier van zaken doen.

Neefje
Op een middag meldt zich in het kantoor van de schaatsbond Roberto, het corpulente neefje van de president. Zijn oom heeft hem een plek in het Olympisch team beloofd en hij dient zich per direct bij de equipe te voegen. Wybersma pakt de telefoon en belt met de secretaris van de president, die hem droogjes te kennen geeft dat het niet aan de coach is om schaatsers te selecteren. Het nationale team is net als het leger, de olie industrie en het weer een zaak van nationaal belang en staat dus onder direct bestuur van de Grote Leider. Als Wybersma protesteert wordt verwezen naar de kleine lettertjes van het door de Nederlander ondertekende servetje. Tandenknarsend gaat de Vos uit Achlum akkoord. Hij eist dat zijn nieuwste aanwinst 50 kilo kwijtraakt, maar Roberto komt de eerste weken alleen maar bij.

Ondertussen blijkt dat de andere twee, Mkumbu en Mwagambani zo hun eigen problemen hebben. Tijdens de eerste training in de zopas aangelegde overdekte ijsbaan, blijkt dat de mannen doodsbang zijn voor ijs. Voordat ze ook maar zijn over te halen de schaatsen onder te binden, dienen er bezweringsrituelen over het ‘agua del diablo’ te worden uitgesproken. Hiervoor moet een medicijnman uit de binnenlanden worden ingevlogen. Het zal niet de laatste keer blijken te zijn dat bijgeloof of plaatselijk gewoontes de sportieve prestaties in de weg staan. Zo moeten schaatsers en technische staf vóór wedstrijden niet alleen een katholieke mis bijwonen, maar dienen de schaatsen te worden gezegend met bloed van een ter plekke geslachte zwarte kip. De Nederlanders raken er aan gewend. Maar ook meer wereldse gebruiken leiden tot oponthoud en irritatie. Het volkslied van Equatoriaal-Guinea, waarin de glorieuze heldendaden van president Obiang worden bezongen duurt maar liefst 12 minuten en dient voor aanvang van officiële wedstrijden, alsook na afloop en voor en na trainingen en vergaderingen of wedstrijdbesprekingen in zijn geheel te worden gezongen. Op straffe van 50 stokslagen.

Kampioen

Roberto Obiang Nguema Mbasog wint het goud op de 1750 meter tijdens de Wereldbeker in Hamme.
Roberto Obiang Nguema Mbasog wint het goud op de 1750 meter tijdens de Wereldbeker in Hamme.

Februari 1991, één jaar voor de Spelen. Equatoriaal-Guinea mag zich inmiddels bij gebrek aan concurrentie Afrikaans kampioen halve baanschaatsen op alle afstanden noemen en is dus sowieso gekwalificeerd voor de Olympische Spelen. De schaatsploeg reist af naar het WK Allround in Lillehammer voor de eerste krachtmeting die moet aantonen waar de mannen van Wybersma internationaal werkelijk staan. Het wordt een groot fiasco. Roberto, die inmiddels niet meer in één vliegtuigstoel past, laat staan in een standaard schaatspak, zakt tijdens de eerste afstand in het Vikingskipet, de 750 meter dubbele cross letterlijk en figuurlijk door het ijs. Mkumbu en Mwagambani brengen het er niet veel beter vanaf. Mkumbu eindigt op alle individuele afstanden als allerlaatste, Mwagambani komt pas op de derde en laatste dag van het toernooi opdagen met aan elke arm een hoogblonde Noorse dame. In zijn eerste optreden, de anderhalve mijl achtervolging doet hij het tot ieders verrassing niet eens zo slecht en weet zelfs een voorlopig derde tijd neer te zetten, maar wordt gediskwalificeerd als hij een schaatster uit Letland in de billen knijpt. Gedesillusioneerd keert het circus terug naar huis, waar de president not-amused is. De Nederlanders krijgen nog één maand de tijd om een aansprekend succes neer te zetten, anders is het einde oefening. Dat succes zal dan van de wereldbekerwedstrijd in het Belgische Hamme moeten komen.

En dan neemt Wybersma een beslissing die een gouden zet zal blijken. Na al die jaren wil hij de ware toedracht aan TIJM Magazine vertellen, temeer daar alle gebeurtenissen inmiddels zijn verjaard. De coach geeft Papa Bagulu, de medicijnman van Mkumbu en Mwagambani die inmiddels deel uitmaakt van de technische staf, een lijst met namen en foto’s van het gehele deelnemersveld en een paar dozijn zwarte kippen.

Bij de ICU, de internationale schaatsbond die ook de dopingcontroles verricht, wordt een bestuurslid uit Qatar tegen betaling bereid gevonden om bloedstalen van alle tegenstanders te leveren. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Hamme, zijn de drie mannen uit Guinea als enige niet geveld door acute diarree en slepen alle medailles in de wacht. Zelfs Robert wint zijn wedstrijd, de 1750 meter in een persoonlijke recordtijd: 14.34,37.

Het blijkt de blauwdruk voor succes tijdens de Spelen een jaar later, waar het deelnemersveld opnieuw op mysterieuze wijze, nu door een hardnekkige hersenvlies-epidemie wordt uitgedund. Enkel een hartinfarct van Roberto, het spoorloos verdwijnen van Mwagambani meteen na aankomst in Frankrijk en een reeks offdays van Mkumbu (onder andere drie diskwalificaties wegens valse starts, een valpartij en een liesblessure) zorgen ervoor dat de medailleoogst wat tegenvalt. Maar met een bronzen medaille eindigt Equatoriaal-Guinea als hoogste Afrikaanse land ooit tijdens Olympische Winterspelen. De president kan tevreden zijn en is dat ook.

Standbeelden van de Geliefde Leider en de Vos uit Achlum in Malabo.
Standbeelden van de Geliefde Leider en de Vos uit Achlum in Malabo.

Sybrand Wybersma woont tegenwoordig met zijn vierde vrouw Svetlana in Marbella en speelt golf. Wie weet waar te zoeken, vindt in Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal-Guinea, aan de voeten van het metershoge standbeeld van de Geliefde Leider een beeldje van de Vos uit Achlum.

Atie Scheenman en Bart Huigvel hoeven ook in hun verdere leven geen vinger meer op te tillen. Ze hebben desondanks na een zakelijk conflict geen contact meer met elkaar of met Wybersma.

Mpasa Mkumbu ging na zijn schaatsavontuur weer voetballen en staat tegenwoordig als trainer langs de lijn bij de Spaanse derdeklasser FC Lepe.

Van Nguema Mwagambani is nooit meer wat vernomen.

Roberto ging na zijn hartinfarct op dieet en werd minster van Volksgezondheid, Sport en Oorlog. In 2004 beraamde hij een mislukte coup tegen zijn oom, maar dat bleek een misverstand.

Teodoro Obiang Nguema Mbasogo is nog steeds president van Equatoriaal-Guinea. Na het schaatssucces van zijn land zette Obiang, voetballiefhebber in hart en nieren, alsnog zijn zinnen op voetbalsucces. Onlangs mocht Guinea de Afrika Cup organiseren waarbij het gastland niet onverdienstelijk vierde werd. Van het elftal is na het toernooi niets meer vernomen.

Eerder in Andere TIJM Sport:
De Hink-stap-sprong Olympiade van 1914
Gerard Bakhuys – ruifballegende op krukken

Over de auteur: Ruben L. Oppenheimer

Ruben L. Oppenheimer (Maastricht 1975, 21,5 centimeter) was altijd al een man van weinig woorden.

Gepubliceerd door

Ruben L. Oppenheimer

Ruben L. Oppenheimer (Maastricht 1975, 21,5 centimeter) was altijd al een man van weinig woorden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *