Andere TIJM Sport: Bruine Bor – De Nederlandse Tourwinnaar die niemand wil kennen

Nederland kent twee officiële winnaars van de Tour de France: Jan Janssen en Joop Zoetemelk. Bijna niemand weet dat ons land nog een derde Tourwinnaar heeft voortgebracht. In 1943 stond Bor van de Capelle als eerste Nederlander met de gele trui in Parijs. Hij kreeg de trui uit handen van niemand minder dan Adolf Hitler. Vandaag in Andere Tijm Sport: Bruine Bor; een verzwegen wielerlegende.

hitlerparis

Bor van de Capelle werd in 1922 geboren in het Zeeuwse dorp Bocheldijke als enige zoon van de melkboer. Als enige officiële zoon van de melkboer; boze tongen beweren dat in het Bocheldijke van de jaren ’20 zeker vijftien halfbroertjes en -zusjes van Bor rondliepen. Vader Bernd van de Capelle zou in die jaren regelmatig tussen de melkflessen van de Bocheldijkse huisvrouwen hebben gelegen.

De Van de Capelle’s leefden in bittere armoede. Bor moest dan ook al vroeg aan de slag in de zaak van zijn vader. Op zijn zesde reed hij met een fietskar vol melkbussen langs omliggende boerderijen. Terwijl vader Bernd de inwoners van Bocheldijke van melk en andere gemakken voorzag, was Bor verantwoordelijk voor het complete buitengebied. In de Provinciaal Zeeuwse Courant zou hij daar later over zeggen: “Het was stoempen. Dag in, dag uit; regen, wind of hittegolf; met een kar vol melk langs Hoedekenkerke, Kwadendamme en Oud-Sabbinge. Ik vond het heerlijk.”

In het stugge Zeeuwse dorpje wist iedereen van de strapatsen van Bernd van de Capelle, maar niemand sprak erover. En niemand sprak met Bor. Hij werd met de rug aangekeken. Voor Bor was het dan ook een verademing om er met zijn fiets op uit te trekken. In de omliggende dorpen was hij een graag geziene gast. Daar werd de kiem gelegd voor zijn avontuurlijke instelling. Bor wilde meer van de wereld zien dan Bocheldijke. Sterker nog: Bor wilde meer van de wereld zien dan Bocheldijke, Hoedekenkerke, Kwadendamme en Oud-Sabbinge.

Die kans kreeg hij in de zomer van ’37. Bor leverde melk bij Slagerij Smils in Oud-Sabbinge en deed zich zoals elke week tegoed aan een flink stuk osseworst, toen de oude Smils hem een krantenknipsel toeschoof. Het was een aankondiging voor het criterium van Zelzate, een plaatsje net over de Belgische grens. Slager Smils, een gewiekste Zeeuwse middenstander, zag kansen. Hij zag Bor met de week harder aan komen fietsen. Hij wist dat er in die stugge Zeeuwse jongen met die kromme benen en dat rossige haar een renner verscholen zat. Smils betaalde de inschrijving en Bor zou met een trui van de slagerij aan de wedstrijd deelnemen. Smils had de trui alvast laten maken. “Slagerij Smils – Vlees voor elk wat wils,” stond erop.

Drie weken later stond Bor mét zijn trui groot in de Provinciaal Zeeuwse Courant onder de kop: “Zeeuw zoeft door Zelzate”. Met groot machtsvertoon had Bor het criterium van Zelzate op zijn naam geschreven. Een renner was geboren.

Bor van de Capelle werd opgenomen in Twerking Racing Team, de wielerploeg van Eddy Knopper, op dat moment de bekendste en meest professionele wielerploeg van Nederland. Hij nam slagerij Smils mee als sponsor. Bor stapte uit de zaak van zijn vader en ging bij Smils werken. Door de bekendheid van Bor en daarmee ook van de slagerij kon Smils nu tot ver over de grens zijn vlees kwijt. Bor fietste met zakken vol karbonades van Domburg tot Gent en weer terug. In zijn vrije tijd leerde hij van Eddy Knopper de fijne kneepjes van het coureursvak.

Tour de France 1939
In 1939 mocht Bor voor het eerst mee naar de Tour de France. Knopper nam hem mee om te knechten voor Cyril de Boezelaere, een vrolijke Vlaming met een granieten kop en een ferme sprint in de poten. Anoniem reed Bor zijn rondjes. De Boezelare kwam in de sprint telkens tekort tegen Henri Perrier, oftewel ‘Monsieur Vitesse’. Eddy Knopper had zijn team helemaal samengesteld rond de sprint van De Boezelaere, maar de Belg leek het belangrijker te vinden om de nacht met de rondemiss door te brengen, dan om met haar op het podium te staan.

Zo zou De Boezelaere de start in Saint-Quentin de Abbeville hebben gemist, omdat hij een nacht met de rondemiss in een hooiberg had gelegen. Eddy Knopper zag bij toeval de fiets van De Boezelaere tegen een hooischuur staan en moest de Belg hoogstpersoonlijk uit het hooi trekken en op zijn fiets zetten. Drie kwartier na de officiële start vertrok Cyril de Boezelaere uit Saint-Quentin de Abbeville. Door beulswerk van Bor van de Capelle kon De Boezelaere weer aansluiten bij het peloton, maar opnieuw waren de kansen in de sprint verkeken.

Twerking Racing Team vertrok uiteindelijk gedesillusioneerd en zonder noemenswaardige prestaties uit de Tour. Bij Bor was echter een vlammetje gaan branden. Hij had genoten van het Franse land, van het avontuur en van de adoratie van het Franse publiek. Terug in Oud-Sabbinge klonken de aanmoedigingen van de Fransen nog door in zijn kop: “Allez, allez!”.

Bor trouwde met Antje Smils, de dochter van slager Smils, en trainde zich een ongeluk voor de Tour van 1940. In het voorseizoen won hij alle criteriums waar hij aan de start stond en Eddy Knopper deed wat hij moest doen: hij maakte Bor van de Capelle kopman van Twerking Racing Team. Bor moest in de voetsporen treden van mannen als Jean-Luc LeGrand, Ottavio Costacurta en Andreas Leichtharterspitzel. Bor moest de Tour winnen. Bor moest geschiedenis schrijven.

Maar toen sloegen de bommen in en het noodlot toe; de Tweede Wereldoorlog brak uit.

1940 – 1942
De nazi’s begonnen aan hun verwoestende veldtocht door Europa en de Tour de France werd op het laatste moment afgeblazen. Bor zat in zak en as. Hij was sterker dan ooit en klaar om de geschiedenisboeken in te gaan, maar dat werd hem door de oorlog onmogelijk gemaakt.

Bor bleef trainen. Zelfs als het gehuil van de wind werd overstemd door het gehuil van de bommen van de Luftwaffe bleef hij trainen. Maar ook in 1941 werd de Ronde van Frankrijk niet verreden.

In 1942 leek er plotseling toch een kans te ontstaan. De nazi’s hielden Europa in een ademstokkende wurggreep, maar zij zagen ook dat de heroïek van het fietsen een uitstekend uithangbord kon zijn voor hun politieke ideeën. In 1942 zou de Tour de France wel verreden worden, maar nu georganiseerd door de Duitsers. Bor van de Capelle hield zich niet met politiek bezig, maar nu maakte zijn hart een vreugdesprongetje.

Toen in juli 1942 het peloton uit Straatsburg vertrok, was Bor van de Capelle echter niet van de partij. Ploegleider Eddy Knoppers had kort voor de start zijn Twerking Racing Team uit koers gehaald, omdat hij geen ´danseres op een moffenfeestje´ wilde zijn. Bor van de Capelle moest met lede ogen toezien hoe de matige renner Jean-Claude Traîtreur van de ploeg Krupp Stahl-Dunlop in Parijs werd gehuldigd. Bor besloot dat hij niet nog eens zo´n kans door de neus liet boren.

1943 – Geel met een bruin randje
In 1943 organiseerden de Nazi´s opnieuw de Tour de France in bezet Frankrijk. Eddy Knoppers was inmiddels in Polen te werk gesteld en zijn Twerking Racing Team was ontmanteld. Bor van de Capelle trok zijn oude wielertrui weer uit de kast en besloot zich als enige lid van de Ploeg Slagerij Smils in te schrijven voor de Tour.

Bor legde de 500 kilometer van Oud-Sabbinge naar startplaats Heidelberg op de fiets af. Daar stond hij dan eindelijk als kopman (en enige lid) van Ploeg Slagerij Smils aan de start van de Ronde van Frankrijk tussen mannen als Felipe ‘Pipo’ Mondevino (Team Bianchi), Karst ‘Knaubi’ Knaubenfeller (Radsport Manschaft Volkswagen) en natuurlijk Jean-Claude Traîtreur (Krupp Stahl-Dunlop).

Nu hij eindelijk een gooi naar het geel kon doen, was Bor niet van plan zich bij welke tegenslag dan ook neer te leggen. Hij smeet met zijn krachten. Terwijl zijn concurrenten zich in het wiel van hun ploegmaats nestelden, reed Bor dagenlang met de kop in de wind. Tijd voor linkeballen was er niet. Bor had een missie te vervullen.

De Duitse Tourorganisatie zag het liefst ‘hun’ Knaubi winnen en deed er alles aan om Bor op achterstand te zetten. Bor moest zijn eigen onderkomen regelen en betalen, terwijl Karst Knaubenfeller overnachtte in de beste hotels van Frankrijk. En waar teams als Radsport Manschaft Volkswagen en Krupp Stahl-Dunlop tientallen verzorgers langs de kant had staan bij de ravitaillering, daar moest de kopman van Ploeg Slagerij Smils zelf zijn pannekoeken meenemen op zijn rug.

In de eerste week was Bor bovendien regelmatig slachtoffer van een valpartij. Achteraf hebben renners verklaard dat zij werden betaald om Van de Capelle van zijn fiets te rijden, maar wat ze ook probeerden, Bor stapte telkens weer op. Een gebroken middenvoetsbeentje, een ingeklapte long, drie gebroken ribben en een verbrijzelde heup speelden hem die eerste week parten.

Toch wist Bor van de Capelle zich in het peloton te handhaven. Ze kregen hem maar niet uit het wiel. Om beurten reden Traîtreur en Knaubenfeller weg, maar telkens was het Van de Capelle die ze terughaalde. Gek werden ze van hem.

De geslepen Pipo Mondevino gooide het over een andere boeg. Hij demarreerde uit het peloton en sloeg een gaatje van een paar honderd meter. Eenmaal uit het zicht dook hij met fiets en al achter een schuur, waar hij wachtte tot het peloton hem voorbij raasde. Hij sprong weer op de fiets, sloot achterin het peloton aan en bleef daar de rest van de dag zitten.

De kopmannen dachten dat Mondevino nog vooruit was en lieten – zoals zo vaak – de achtervolging aan Bor van de Capelle over. Bor sleurde bijna de volledige etappe (363 kilometer) op kop van het peloton, maar wist de excentrieke Italiaan maar niet in het vizier te krijgen. De laatste vijftig kilometer gingen de ploegen van Traîtreur en Knaubenfeller zich met de achtervolging bemoeien, maar ook zij kregen het denkbeeldige gat niet kleiner. Mondevino had de hele dag achter in het peloton zijn krachten kunnen sparen en reed tien kilometer voor de finish lachend bij de rest weg en pakte nog bijna drie minuten voorsprong en het geel. De droom van Bor leek op een nachtmerrie uit te draaien.

In de Alpen kwam de ommekeer. Bor was als geboren en getogen Zeeuw bepaald geen klimspecialist en wist dat hij de versnelling en soepele tred van jongens als Traîtreur en Mondevino in de bergen niet bij zou kunnen houden. Hij besloot de koers vanaf de start hard te maken. Nog voor de eerste berg gaf hij er een flinke snok aan. Het peloton liet hem begaan; ze dachten hem op de flanken van de Mont Bouton de Diable wel bij te kunnen halen. De Mont Bouton de Diable is een slapende vulkaan die bekend staat als de gevreesde ‘Ruftende Duivel’. Met zijn 3400 meter hoogte en gemiddeld stijgingspercentage van bijna 12 procent het dak én scherprechter van deze Tour.

Aan de voet van de Bouton de Diable reed Bor inmiddels bijna zes uur alleen op kop en had hij een voorsprong opgebouwd van 14 minuten. Hij was al aan het eind van zijn krachten, maar moest de duivel nog bedwingen. Tegen beter weten in sleepte hij zich door de eerste bochten. Met zijn nauwelijks herstelde heup en klaplong hing hij scheef op zijn fiets. Het gebroken middenvoetsbeentje in zijn rechtervoet, maakte dat bijna alle kracht uit zijn linkerbeen moest komen. De toeschouwers gaven geen cent voor hem. Met zijn wijd opengesperde ogen, het spuug in lange gele draden uit zijn mond, leek het of de duivel hém aan het bedwingen was, in plaats van andersom.

Halverwege de berg, de begroeiing werd allengs minder, net als het zuurstofpercentage in de lucht, was het peloton hem al tot op minder dan twee minuten genaderd. Het einde van Bor leek nabij. Het einde van zijn vlucht, het einde van zijn Tour, ja, het definitieve einde van Bor van de Capelle leek zelfs nabij.

Maar daar op de flanken van de Ruftende Duivel, ergens op dat stoffige maanlandschap dat doorging voor de Mont Bouton de Diable, wist Bor nog een laatste beetje energie uit zijn gehavende tenen op te diepen. Sommigen zeggen dat Van de Capelle op de flanken van de Diable zijn ziel heeft verkocht aan de duivel. Zelf verklaarde hij dat de ijle lucht hem bedwelmde, dat hij door het zuurstoftekort hallucineerde en de pijn niet meer voelde. Het resultaat was in ieder geval dat Bor van de Capelle harder de Bouton de Diable op reed dan iemand ooit had gedaan. En harder dan iemand ooit nog zou doen (na 1947 is de Mont Bouton de Diable niet meer opgenomen in de Tour de France vanwege het gevaar voor de renners).

Bor van de Capelle bedwong de duivel uiteindelijk in 47 minuten en 34 seconden. Op de top klokte hij een voorsprong van 16 minuten op zijn directe concurrenten. Hij pakte het geel en is volgens de overlevering op het podium ineen gezakt. Hij heeft daar, in de open lucht bij een temperatuur van 4 graden celsius, de nacht op het podium doorgebracht. De volgende dag is hij weer opgestapt. Vastbesloten het geel om zijn knokige schouders niet meer uit handen te geven.

De laatste dagen reed hij als in een roes naar Parijs. Hoe vaak zijn concurrenten ook demarreerden, Bor pakte ze allemaal terug. ‘Knaubi’ Knaubenfeller won de massaspurt op de Champs-Élysées (volgens de neutrale toeschouwers dankzij een wilde actie van een auto van de Duitse Tourorganisatie), maar Bor van de Capelle werd de winnaar van de Tour de France van 1943. De eerste Nederlandse winnaar van de Tour de France.

Na de Tour
Op de Champs-Élysées kreeg Bor het geel uit handen van Adolf Hitler, onder toeziend oog van de voltallige top van Nazi-Duitsland. Bor hield zich niet bezig met politiek, maar dit vond hij wel mooi. “Die Duitsers wisten in ieder geval hoe je met sporthelden om hoort te gaan.”

Dat jaar werd hij door heel het Derde Rijk gereden. Overal moest hij optreden als toonbeeld van Arische kracht en heldenmoed. De kortstondige roem deed hem goed, maar in eigen land werd hij uitgekotst. ‘NSBor’ werd hij genoemd, of ‘Bruine Bor’.

In 1944 hadden de Duitsers wel iets anders aan hun hoofd dan een wielerronde organiseren. In 1945 en ’46 gold hetzelfde voor de Fransen. Toen in 1947 de Tourorganisatie besloot om weer een officiële Tour de France te houden, werd tevens besloten om de ‘Tour de Fascisme’ van 1943 ongeldig te verklaren. Bor van de Capelle werd uit de boeken gehaald en mocht niet meer koersen in het na-oorlogse Frankrijk.

Gebroken keerde hij terug naar Oud-Sabbinge. Daar nam hij de slagerij van zijn schoonvader over en raakte nooit meer een fiets aan. In de slagerij hing tot zijn dood de gele trui met de tekst: “Slagerij Smils – Vlees voor elk wat wils”. In het dorp hadden ze het echter over: “Slagerij Bruine Bor – Vlees met een Hitlersnor”.

Bor van de Capelle stierf eenzaam en berooid in 1953 in zijn woonplaats Oud-Sabbinge. Hij liet een vrouw na en 1200 kilo vlees.

Meer Andere TIJM Sport leest u hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *