Thierry Baudet: Wat vluchtelingen kunnen leren van Julien Blanc

 

Wat vluchtelingen kunnen leren van Julien Blanc

Thierry Baudet reageert op Keulen

Er is al veel gezegd over de gebeurtenissen in Keulen. Wat het jongetje Aylan betekende voor het debat over vluchtelingen, dat betekenden de aanrandingen in Keulen voor… nouja, het debat over vluchtelingen: een kantelpunt. Maar ook dát debat lijkt nu langzaam op weg om weer uit te doven. Alles lijkt gezegd, stellingen zijn betrokken en weer verlaten, feiten verklaard en al dan niet overgoten met de bearnaise der nuance.

Roepende testosteronspiegel
Maar is dat wat er gebeurd is nou werkelijk zo ernstig? Is Keulen niet de zoveelste flagrante poging van een politiek-correcte elite om het vluchtelingendebat een zwaai in de door hen gewenste richting te geven? Zijn de mannen die in de oudejaarsnacht gehoor gaven aan hun roepende testosteronspiegel niet gewoon – en ik noem het zoals is het is – échte mannen? Mannen zoals wij in het over-geëmancipeerde westen al lang niet meer zijn? Mannen die “onze” vrouwen al in geen decennia meer zijn tegengekomen?

Laat één ding duidelijk zijn: in die gevallen waar geweld is gebruikt, is een grens overschreden. Ook dat is gebeurd, en ik betreur dat als geen ander. Geweld gebruiken bij het zoeken naar en vinden van seksuele toenadering is altijd een enorm brevet van zwakte. Het gaat er juist om de juiste dosis kracht en zelfverzekerdheid uit te stralen en dat aura van alfa-mannelijkheid zó te doseren dat vrouwen, hoewel ze ‘nee’ zeggen, toch ‘ja’ bedoelen. Daarbij is met een aantal vrienden achtervolgen en insluiten uit den boze, want dus onnodig.

Meeliften met Julien Blanc
Het is mijn stellige overtuiging dat in de chaos van die inmiddels beruchte ‘Nacht van Keulen’ die precaire nuance van het versieren verloren is gegaan, zodat ordinaire verkrachters (al dan niet van exotische afkomst) misbruik hebben kunnen maken van de ontstane situatie. Ze hebben kunnen meeliften met de strategische stappen van mannen die de versiertechnieken van Julien Blanc en mijzelf wél tot in de finesses beheersen.

Als Keulen één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat het debat nu niet meer moet gaan over de manier waarop testosteronbommen die Europa nu binnenkomen vrouwen benaderen, maar veel meer over of de autochtone oestrogeenpannenkoeken daar niet van zouden moeten willen leren.

Opinie: ‘U heeft allemaal gelijk. Ja, u zeker!’

“U heeft allemaal gelijk. Ja, u zeker!”

Natuurlijk heeft u gelijk, meneer. Ontzettend gelijk zelfs. Heel erg ontzettend gelijk. Natuurlijk is Zwarte Piet niet racistisch. Kom nou. U heeft helemaal gelijk, we laten die negers ons geen kinderfeest afpakken. Natuurlijk is Piet zwart als roet. Nou, dat zegt toch genoeg. Inderdaad, einde discussie.

En u mevrouw, u heeft ook helemaal gelijk hoor. Natuurlijk is Piet wél racistisch. Natuurlijk. Hij lijkt toch op een persoon van kleur, of niet? Precies, en u bent een persoon van kleur, dus u kan het weten. Nee, zeker. Helemaal gelijk. Afschaffen die traditie. Mensonterend is het.

Racistisch
En inderdaad mevrouw, Nederland is hartstikke racistisch. Groot gelijk heeft u. Precies, de VN zeggen het ook. Het is hier niet te harden, zo racistisch. Zelfs Burundi, een derdewereldland nota bene, heeft meer mensen van kleur in topfuncties. Kan je nagaan, inderdaad.

Nee meneer, klopt hoor. Natuurlijk is Nederland niet racistisch. Helemaal niet. Hoe komen die lui erbij? Ze mogen dik tevreden zijn dat wij ze hier opgevangen hebben. En als het ze niet aanstaat, dan gaan ze maar lekker terug naar het oerwoud waar ze vandaan komen. Ja toch? Helemaal eens hoor. Geen enkel racisme hier.

Vluchtelingen
En we kunnen er niet nog meer bij hebben, meneer. Dat gaat inderdaad gewoon niet. Het zijn toch enkel de superrijke gelukszoekers die hier naartoe trekken. Dan kunnen we de grenzen beter sluiten, inderdaad. Hoeven ze onderweg hier naartoe ook niet te verdrinken, die superrijke gelukszoekers. We besparen ze een verdrinkingsdood. Wat dat betreft is de grenzen sluiten het meest humane wat we kunnen doen. U heeft volkomen gelijk hoor.

En natuurlijk kunnen we die mensen niet aan hun lot overlaten, mevrouw. Natuurlijk niet. Anders zijn we onmensen. Iedereen heeft recht op een betere toekomst hier. Natuurlijk vlucht niemand voor zijn lol. Nee hoor, groot gelijk, het is op zijn minst fascistisch om je af te vragen hoeveel mensen we kunnen opvangen. Fascistisch op zijn minst. De nazi’s telden ook altijd hoeveel mensen in een gasoven pasten, inderdaad.

Kankerzooi
Nee hoor, u hebt beiden volkomen gelijk hoor. En ja, natuurlijk bedelen die kankerzwarten alleen maar om subsidie. Natuurlijk hoeft u niet naar die mening te luisteren, kom nou. En ja mevrouw, het zijn allemaal kankerracisten. Tuurlijk. Daarmee is inderdaad maar weer bewezen dat u een tweederangsburger bent in dit land. En u gaat toch niet serieus naar de mening van kankerracisten luisteren? Nee hoor.

U heeft helemaal gelijk.

Absoluut.

Kankerzooi is het. U haalt me de woorden uit de mond.

Cc-foto: Philippe Put

Vakantiedagboek: Thierry Baudet op Sicilië (1) #PauwopSicilie

thierryband

Thierry Baudet is samen met andere jonge opiniemakers als Myrthe Hilkens, Özcan Akyol, Olaf Koens en Eva Jinek naar Sicilië om met eigen ogen de vluchtelingenstroom in de Middellandse Zee te aanschouwen. Maandag brengen zij verslag uit in het VARA-programma Pauw, maar voor TIJM Magazine houdt Thierry Baudet alvast een dagboek bij.

Dag 1 – vertrek
Vandaag verzamelden we op Schiphol. Iedereen had er zin in. Eva Jinek stelde meteen alle reisgenoten voor en deed een korte introductie van het programma in de camera. Dat moest opnieuw, toen bleek dat niet Eva maar Sophie Hilbrand de presentatrice was. Erg vermoeiend allemaal, dus heb ik de tijd gedood met wat leuke foto’s in de vertrekhal.

Sophie vroeg ons wat we van de reis verwachten. “Veel,” zei ik. “De belangrijkste intellectueel van dit moment is er immers bij.” Sophie keek me glazig aan. Ik hou van glazig kijkende vrouwen. Ik denk dat ze verliefd op me is.

Importantisch
Özcan Akyol zei dat hij vooral een pleidooi wil pleidooiëren voor het verstrekken van bed, bad, brood en boek. “Lezen is enorme importantisch. Het werk van Louis-Ferdinand Céline heeft mij uit de put gedempt toen ik in de gevangenis zat. Ik kan het iedereen aanraden. Zeker die vluchtelingen. Ik ga ze daarom allemaal een exemplaar van mijn boek geven.”

Slimme gozer, die Özcan. Ik heb meteen mijn uitgever gebeld en gevraagd of ze achtduizend exemplaren van mijn boek ‘Oikofobie, de angst voor het eigene’ naar Sicilië willen sturen. Dat komt vast goed terecht, want hoe oikofoob moet je zijn om alles achter je te laten en te vertrekken naar zo’n logge, dictatoriale superbureaucratie als de Europese Unie?

Myrthe antwoordde dat ze bang is voor wat ze gaat zien, maar dat ze gaat proberen om niet te huilen. Ze keek me aan toen ze dat zei. Haar stem brak een beetje. Ik denk dat ze verliefd op me is.

Olaf Koens zei dat hij met zo min mogelijk verwachtingen vertrok. “Ik wil onbevooroordeeld en open deze reis gaan maken.” Die man heeft werkelijk geen idee wat het is om opiniemaker te zijn.

Inchecken
Eva heeft niks gezegd. Af en toe snoof ze ongeduldig. Tot ze riep: “We kunnen inchecken, jongens. Loop maar achter mij aan.” Bij de balie bleek dat Sophie, die nog een stand-upje in de vertrekhal deed, de tickets had en konden we allemaal weer terug.

In het vliegtuig heb ik nog maar eens genoten van mijn eigen roman ‘Voorwaardelijke Liefde’. Wat een prachtig verhaal. Ik heb het boek meteen aangeboden aan Eva. Die keek niet op uit haar Quote 500 en zei dat ze wel even genoeg had van de liefde. Ik denk dat ze verliefd op me is.

Morgen deel 2 van het dagboek van Thierry Baudet

Nischa: Schuitje – Een Foster Parents Plan voor landen

nischaabIk had vannacht een droom. Ik zat samen met de ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa in een rubberen bootje nabij de Libische kust. We waren al een halve dag onderweg en het gammele bootje maakte water. Er werd wat geruzied tussen de ministers van Griekenland en Duitsland over wie er straks het eerst overboord moest mocht het bootje ons niet meer allemaal kunnen houden: de zwaarlijvigste of degene met de zwaarste schulden?

De excellenties uit Londen en Parijs waren het dan weer oneens over wie er straks, als we Lampedusa in zicht kregen, als eerste gehuld in een deken van de kustwacht van boord mocht naar de tijdelijke opvang. De Poolse minister vroeg- om de moed er in te houden – of we die mop kenden van die Belg, de Hollander en een Duitser in dat bootje midden op zee. Niemand moest lachen. Bert Koenders probeerde zolang zijn telefoon het nog deed te bellen met het torentje in Den Haag, maar er werd niet opgenomen.

Plotseling riep een of ander Scandinavisch bewindspersoon tegen zijn Italiaanse collega: “Toch eigenlijk best ironisch, dat we hier nu met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten als dat volk dat wekelijks jullie kustwateren onveilig maakt, nietwaar?” Er werd door de anderen ongemakkelijk gekeken, wat instemmend geknikt, hier en daar meewarig het hoofd geschud. “Misschien moesten we nu we hier toch zijn, eens nadenken over een oplossing?” vervolgde hij.

Het zal de hopeloosheid van onze situatie zijn geweest, of de vermoeidheid, de honger wellicht. Misschien een combinatie, maar wonderwel waren we er binnen tien minuten uit. Ik weet niet meer wie met het idee kwam, maar ik verzon de toepasselijke naam: het Foster Parents Landen Plan. De EU zou moeten werken aan een plan om iedere lidstaat één of meer derdewereldland te laten adopteren. Iedere lidstaat zou zo hoofdelijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de vluchtelingen uit haar eigen Foster Parents Land worden. De verdeelsleutel zou via het lusten-lasten principe worden geregeld: voormalige koloniën werden verplicht aan voormalig kolonisators toebedeeld.

“Nou, in Mauritanië, Senegal, Mali, Guinee, Ivoorkust, Niger, Burkina Faso en Benin zal men zeker in zijn voor hernieuwde samenwerking met de voormalige kolonisator” zei de Italiaanse minister terwijl hij zijn Franse ambtsgenoot lachend op de schouder sloeg. “Bovendien is de chaos in Libië natuurlijk ook wel een beetje jullie schuld.” Voegde hij er pesterig aan toe. De Fransman ging beduusd akkoord. “Tja,” zei nu de Britse minister, die niet achter kon blijven, “Met een geschiedenis van overheersen en uitbuiten in zo’n beetje de rest van Afrika ontkomen wij ook niet aan één of twee Foster Parents Landen.” Om daar snel “Ok, ok, drie of vier kan ook wel” aan toe te voegen, aangezien een paar collega’s aanstalten leken te maken de zuinige Brit overboord te werken.

Samen in een lekkend bootje midden op zee maakt dat onderhandelingen ineens een stuk eenvoudiger verlopen. De overige probleemlanden werden over de andere lidstaten verdeeld en toen we een tijdje later veilig aan land kwamen, was iedereen enthousiast om de gemaakte plannen meteen in werking te zetten. Alleen Bert Koenders had nog een vraag: “We krijgen dan toch wel iedere maand een mooie tekening opgestuurd he?”