Vergeten Geesten: Gerri van der Kock en Janna Braak, grondleggers van het moderne cabaret

In de serie Vergeten Geesten haalt Laurens Landeweerd herinneringen op aan beeldbepalende denkers uit vervlogen tijden. Vandaag poetst hij twee grondleggers van het moderne cabaret op: Gerri van der Kock en Janna Braak.

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw steeg de populariteit van het Nederlandse cabaret tot grote hoogten. Vooral links-geëngageerde cabaretiers uit de Amsterdamse kleinkunstscene deden het goed. Toch zullen zij toegeven dat zij allen schatplichtig zijn aan een Rijnmonds revueduo, dat tijdens de oorlogsjaren kortstondig furore maakte. Zo vernieuwend als het cabaret van Gerri van der Kock en Janna Braak in de oorlog echter was, zo belegen deed het twee decennia later aan. Toneel tegen de klippen van de tijdgeest op.

gerrienjannaCafé Ari – smeltkroes van talent
Gerri van der Kock ontmoette Janna Braak eind jaren dertig in café Ari te Rotterdam. In dit bekende Rotterdamse volkscafé bracht tante Aal klassieke smartlappen ten gehore als ‘Ketelbinkie’ en ‘Waar is mijn moedertje?’. Zoals Ari altijd zo beeldend placht te zeggen: “Als je d’r niet omheen ken, mot je d’r maar door”. Ari’s kleinzoon Ari herinnert zich de nadagen van het café nog goed. “Oma, of tante Aal lag toen ik klein was al jaren bedlegerig midden in het café in haar ledikant op de plek waar vroeger het biljart stond, cafépoes Joop spinnend aan haar voeten. Maar dat weerhield haar niet klassiekers aan te heffen met haar vibrato operettestem. Ik heug mij nog dat Ari senior, de Ruifbaltoto bijhoudend op het deksel van een leeg sigarenkistje, aan zijn niet brandende zeppelinvormige bolknak lurkte”

“Voor de stamgasten hoorde de Oude Dame met haar operette en sigaren net zo bij het meubilair van café Ari als de Joeksboks die je kwartje opat zonder zijn verplichte nummertje te draaien”. Joop den Dolder, bevriend dichter spreken wij aan de bar. De broodmagere 95 jarige: “Het sigarettenautomaat werd altijd slecht bijgevuld (altijd te veel Belinda Menthol, nooit genoeg St. Moritz) en de versleten barkrukken die u nu aan deze uitgewoonde toog ziet, hebben de achterwerken van menig stadsfiguur getooid.” Ook de later als operettezangeres bekend geworden Godelinde van Otterloo, en tekstdichter Ruud Lanting kon men er vaak aantreffen. Met hen stelden Gerri en Janna de plaat ‘Hoezee!’ samen, met luisterliedjes als ‘Bang voor de Bom’ en ‘Meneer monseigneur (blijf af)’.

Opkomst
jannaGerri en Janna maakte furore in de Rijnmondse revue tijdens de oorlog, iets waar in de jaren na de oorlog veel ophef over was, zeker in een stad die dusdanig getroffen was door Het Bombardement van de Duitsers. Het duo had zich echter vergeten in te schrijven bij de Kulturkammer, waardoor het nooit tot een veroordeling kwam. Janna, in een interview hierover uit de jaren ‘50: “Jah, joh, ik ben gewoon een toneelbeest. Als ik de planken zie, dan moet ik gewoon!” De naoorlogse gedichten en liedjes van Gerri die het Rotterdam van voor de oorlog in memorie brachten konden onder begeleiding van de altstem van Janna op een trouw publiek rekenen onder Zuidhollandse ex-gedetineerden (’45-’48). Een KRO televisieserie – Buiten Huilt de Wind om het Huis – volgde in de late jaren ’50. Gerri zei hierover destijds: “Ja, geluk is in deze tijd zeker niet gewoon in Rotterdam. Het leven voor een schrijver en artiest kan kei- en keihard zijn.”

Na artistieke onenigheden besloot het koppel uiteen te gaan. Janna bracht de solo-LP ‘Jodenlien met haar Mandolien’ uit, waarvan slechts 3 exemplaren verkocht werden, en Gerri dompelde zich, gehuld in zwarte coltruien onder in obscure nachtclubs. Uiteindelijk werd de samenwerking toch weer opgezocht. Samen schreven zij een klucht, maar de kwaliteit van de samenwerking liet zwaar te wensen over. De tijden waren veranderd, en het indertijd trouwe publiek was dusdanig vergrijsd dat niemand meer energie in het duo wilde steken.

Ondergang
gerriNadat activisten van ‘Aksie Mandarijn’ de try-out van een nieuwe liedjesshow weghoonde, raakte het duo steeds verder in het slop. Nadat beiden verslaafd raakten aan barbituaten liep het helemaal mis met de 7 jaar later samengestelde maar nooit uitgevoerde voorstelling ‘Alles kan, behalve een man’. We lezen daarover in een krantenbericht uit 1973:

Een bejaard koppel trachtte gisterenavond het Oude Luxortheater in Rotterdam binnen te dringen. Het duo beweerde een voorstelling te hebben uitgewerkt op basis van de columnbundel ‘Alles kan, behalve een man’. De bundel van de schrijfster Marion Rijksdal betreft cursiefjes en columns en doelde indertijd vooral op herkenbare situaties in de dagelijkse sfeer. De ook toen al gedateerde aard van de bundel in kwestie deed het vermoeden rijzen dat de man en vrouw geen theatermakers waren.

Op hoge toon beweerde de vrouw dat zij en haar man door de directeur waren uitgenodigd om met oudjaar een klucht ten gehore brengen. De echtgenoot stond er in eerste instantie boos zwijgend naast, maar haalde vervolgens hard uit naar de zaalmanager. Directeur Ben van de Woesting werd gecontacteerd maar beweerde van niets te weten en dit ook in zijn geheel niet gewoon te vinden. Ook schrijfster Marion Rijksdal liet weten geen toestemming te hebben verleend voor een theaterbewerking. Nadat het koppel werd verzocht enige passages ten gehore te brengen werd duidelijk dat de beide echtelieden geen theatermakers waren. De politie kwam eraan te pas om Gerri van der K en Janna B. onder begeleiding af te voeren.”

Nadien kwam het eigenlijk nooit meer goed met Gerri en Janna. Janna overleed in 1982 na de complicaties van een ingreep die ze moest ondergaan naar aanleiding van de huidkanker die ze opliep door excessief gebruik van bruine Etosfoundation. Gerri spendeerde zijn laatste dagen in bejaardenhuis Hillesluis en overleed na een hoestbui in 1994.

Vergeten Geesten: Petrus Krouwer – De Huisdichter

Krouwer (links) en Kromdijk in het NatLab te Eindhoven.

Veel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere week een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt. Vandaag: de huisdichter.

Petrus Krouwer (Amsterdam, 15 mei 1948), procesdichter en beweerder, genoot vooral in de jaren ’60 en ’70 bekendheid. De soms hermetische poëzie van Krouwer wordt ook wel ondergebracht in de traditie van de associatiepoëzie: een gedicht wordt in deze stroming als beter beschouwd naarmate er minder over is nagedacht. “Schrijven moet zo weinig mogelijk energie kosten,” aldus Krouwer in een van zijn zeldzame interviews van na 1980.

Krouwer was oorspronkelijk industrieel aardrijkskundige. Vanaf 1963 was hij als adviseur bij Philips betrokken bij de ontwikkeling en het eindontwerp van het testbeeld. Een beeld dat hij zag als grondslag van het ritme van de taal en de werkelijkheid. Alhoewel het beeld zelf voornamelijk tot stand kwam onder bezielende begeleiding van de industrieel ontwerper Hans Kromdijk, droeg Krouwer bij tot de woordkeuze. Zijn beroemd geworden ‘even geduld a.u.b.’ en zijn als hermetisch beschouwde ‘geen uitzending’ werden in heel Nederland met ruimhartig enthousiasme ontvangen. De plaatsing ervan binnen het scherm zou later echter aanleiding van een hoog opgelopen ruzie over de beeldrechten vormen: Krouwer was van mening dat de oppervlakte van het zwarte vlak achter de letters leidend moest zijn in de berekening van zijn gage, de rest van het team wilde dit inperken tot de oppervlakte van de witte letters zelf. De oude heer Phillips zelf moest eraan te pas komen, en ook hij slaagde er niet in om de steeds hoger oplaaiende ruzie te sussen. Dit zou in 1971 tot Krouwer’s ontslag bij het NatLab van, destijds nog, de TH Eindhoven leiden.

Wansmaak en De Bonte Zondagmiddagstorm
Lange tijd trachtte Krouwer onder verschillende pseudoniemen (Nico de Schetteraar, Klaas Toeterdam etc.) zijn poëziebundels te verkopen, maar zijn enige vaste inkomstenbron bestond uit de gage die hij kreeg voor zijn radiocolumn in het programma ‘Wansmaak’. Over deze periode zou hij later zeggen dat hij zich geroepen voelde enige cultuur onder de brallende barbaren te brengen.

De echte doorbraak naar een breder publiek kwam pas toen hij met zijn nasale stem kort doch nationaal bekend werd met zijn optreden als huisdichter in het Avro-radioprogramma De Bonte Zondagmiddagstorm. Dit actualiteitenmatinee van Dolf Ruyf doorluchtte Krouwer met zijn op de sprekers en thema’s van het programma geïnspireerde, live geschreven teksten. Hij deed dit bijvoorbeeld bij een interview met het derde lid van de toen zeer populaire Indorock-formatie ‘The Blue Diamonds’: “Blue Diamonds ooit Ontbonden: onontogonnen bonds tussen ontblonde onverzonnen bonte honden. OnLondonse rondommetjes voor ondervonden komfoor”.

Een te mager poeem

Krouwer tijdens een optreden van 'Zwinglotion'
Krouwer tijdens een optreden van ‘Zwinglotion’

De radio beklijfde uiteindelijk ook niet als werkplek. Na enige jaren bleek de rek eruit te zijn. Bovendien wekte zijn persoonlijkheid soms de wrevel van de crew. Ruyf, in diens autobiografie Mijn voor elke Nederlander belangrijk Leven: “Krouwer werd meermaals in elkaar geslagen in zijn eigen stamkroeg vanwege zijn ergerniswekkende gewoonte iedereen die hem een drankje bestelde in rijm van kritiek te voorzien. Ook zijn collega’s meden hem daarom meer en meer, aangezien hij zelf nooit een rondje gaf: ‘drie bier’ was hem een te mager poeem”. Krouwer’s ontslag uit Ruyf’s programma betrof vooral zijn stem – steeds meer luisteraars schreven het programma erover aan – en zijn gebrek aan tempo. Zoals Krouwer het indertijd voor het weekblad ‘Jeej!’ verwoorde: “dit programma kon geen pauzes hebben”. Krouwer zou de poëzie uiteindelijk volledig achter zich laten.

Na zijn radiocarrière leidde Krouwer enige tijd een teruggetrokken bestaan, waarbij hij zichzelf herontdekte en heruitvond als Bluegrass xylofonist. Hij woont tegenwoordig in Helmond en concentreert zich op zijn Egmondxylofoon. Ook is hij een vast buitenlid van John Ewing’s formatie ‘Zwinglotion’, de huisband van omroep MAX.

Meer in de vergetelheid geraakte auteurs vindt u in de rubriek Vergeten Geesten. In de vorige aflevering: Leopold de Klein – De Dichter die moslim werd.

Cc-foto’s: Datagarden en Jason Wilson

Vergeten Geesten: Leopold de Klein – De dichter die moslim werd

nadruppelenVeel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere maand een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt.

Leopold de Klein
Leopold de Klein’s werk beleefde een kortstondige roem in het woelige jaar 1972. Zijn vroege gedichten werden gekenmerkt door een diepgevoelde hekel aan de kleinburgerlijke moraal. Deze zijn waarschijnlijk het meest bekend door de interpretaties van de bundel ‘Een Bruin Hol in de Grond’ door zijn voormalige boezemvriend en Lacaniaanse symboolanalist dr. Herman Rogaar.

Wij troffen Rogaar in zijn woning aan de Ceintuurbaan. Rogaar: ‘Ik heb al zeker 40 jaar niets meer van Leopold gehoord. Leopold en ik hebben samen gestudeerd; ikzelf kwam uit de polder, maar begon mij vanaf 1965 te verdiepen in de Nederlandse Surrealistische Beweging, vooral in de associatieve poëzie van Stefan ten Kate. Op Leopold had deze schrijver een diepgevoelde invloed, zij woonden zelfs enige tijd samen in Ten Kate’s souterrain op de Elandsgracht. Vanaf dat moment leek hij een compleet ander mens te worden. Hij suggereerde dat ik hem alleen maar als onderzoeksobject zag en de niet-erotische kanten van zijn werk negeerde’.

Regenwassing
In 1982, tijdens een fietsvakantie door Cambodja, kwam De Klein hard ten val. Hij brak daarbij zijn scheenbeen en moest zijn fiets in de jungle achterlaten. Na elf dagen kruipen naar de bewoonde wereld had hij door honger en uitputting een spirituele ervaring. De Klein bad voor het eerst sinds zijn katholieke jeugd weer tot God. Vlak voor hij definitief zou bezwijken brak een hoosbui los en werd hij gered door vier toevallig langs reizende zouthandelaren van het Chamvolk, welke zich door de plotselinge regenval genoodzaakt zagen om beschutting te zoeken in de grot waar De Klein zich verschanst had.

Bij de Cham kon De Klein aansterken en kwam hij in aanraking met de rituelen en overtuigingen van de Cham-islam, een orthodox-soennitische leer aangevuld met enkele oude boeddhistische gebruiken. De Klein refereerde later aan die tijd als zijn ‘regenwassing’. Hij kon alle aardse ballast in de Cambodjaanse jungle achterlaten.

Nadruppelen
In 1983 bekeerde De Klein zich officieel tot de islam. Hij veranderde zijn naam in Lonny Abdul Mohammed, en betrok met zijn kat een woning in Casablanca, waar hij zijn dagen spendeert met zijn houseboy Achmed. De erotische bundel ‘Strandliefdes in Marokko’ kon in het Nederland van de jaren ’80 niet meer op een warme ontvangst rekenen: pogingen om de hermetische teksten in de Gaykrant gepubliceerd te krijgen konden op weinig sympathie rekenen van de eermalige hoofdredacteur. De Klein schreef sindsdien nog één – matig ontvangen – bundel: ‘Nadruppelen’. Wel werd hij in 1993 bekroond met de Tofimovprijs voor zijn hele oeuvre. De prijs – een gouden karwats – gooide hij datzelfde jaar nog demonstratief in het Oued-Hassar stuwmeer, omdat de Nederlandse staat de toelage voor in het buitenland woonachtige dichters halveerde.