Nieuwe vuurwerkcampagne SIRE wordt inclusiever

De anti-vuurwerkcampagne van de ideële verspreider SIRE wordt dit jaar ‘inclusiever’, dat heeft een woordvoerder tegenover TIJM Magazine laten weten. Het nieuwe campagnemateriaal komt daarmee tegemoet aan ‘veranderingen in de samenleving’ en moet daarnaast een lang bestaande verwarring wegnemen. Lees verder Nieuwe vuurwerkcampagne SIRE wordt inclusiever

Seksistische Jillz-reclames beplakt met vieze onderbroeken

Seksistische Jillz-reclames beplakt met vieze onderbroeken

jillzreclameOp de Wittenburgergracht zijn donderdagochtend twee posters van Jillz beplakt met vieze onderbroeken en teksten als ‘I am not an object’. Mensen verzetten zich tegen de nieuwe reclamecampagne van het biermerk voor vrouwen.

Deze week lanceerde Jillz een nieuwe reclamecampagne die veel mensen tegen de borst stuit. In de campagne zijn halfblote mannen te zien die het drankje bereiden voor vrouwen. Als tegenreactie startte Michel Janssen (22) het Facebookevent ‘Jillz-posters onderspuiten’. Hier kondigt hij aan posters te beplakken met vieze onderbroeken of over de posters te pissen.

‘Slechts twee soorten mannen’
“Je wil er geen aandacht aan besteden. Dit is precies wat ze willen. Maar seksisme negeren kan niet,” zegt Janssen. “Dit is niet ok. Vrouwen worden neergezet als dominant en de man als object.”

jillz2Volgens Janssen gaat het niet om een incident, maar om ‘structurele bevestiging van een stereotype en achterhaald beeld van de man’. “Er lijkt in reclames slechts plaats te zijn voor twee soorten mannen: de onderdanige, sexy man, die door het beeld kronkelt met zijn sixpack om de vrouw te behagen, zoals bij Jillz, Dove, Sanex en Coca Cola Light; of de dommige sukkel, zoals in reclames van Albert Heijn, Telfort, Jumbo en ga zo maar door. Dat valt niet goed te praten. We bereiden ons voor om op een legale manier actie te gaan voeren.”

Bekijk hieronder enkele schokkend seksistische reclames:

Studentencolumn: Nischa – Voor(oor)delen

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, stelt TIJM Magazine maandelijks één pagina geheel ter beschikking aan studenten van het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Het werk van de studenten wordt zonder tussenkomst van de redactie doorgeplaatst in het kader van het leerwerktraject ‘Doortijmen!’. Deze keer: Nischa al-Baghindra, eerstejaars Journalistiek en Verzorging.

Voor(oor)delen

Nischa4
Foto: Leroy Haverberg, eerstejaars Crossmediale Vrijetijdsstudies.

“Mooie columns heb je!”
“3 spelfouten, 2 puike jetsers en 1 goed punt..”
“Publiceer méér maar zonder profielfoto zou ik zeggen. Leidt af.”
“Misschien moet ze kleding aanschaffen wie weet wordt ze serieus genomen.”
“Goede column! Wil je een keer bami goreng bij me komen eten?”

Dit is slechts een greep uit de vele, vaak sexistische reacties die ik op mijn eerste column voor TIJM ontving. Het is iedere keer hetzelfde liedje: omdat ik er leuk uitzie, denken Nederlandse mannen dat ze me als een stuk haram vlees mogen behandelen. De inhoud van mijn bh is helaas nog steeds belangrijker dan die van mijn column. Moet ik me dan misschien anders gaan kleden? Hooggesloten, alles verhullende soeptruien gaan dragen? Zal ik geen make-up meer opdoen? Mijn haar verbergen? Zouden de heren me dan wél serieus nemen? (Haha, ze wil serieus genomen worden! hoor ik enkele bronstige, vroegkalende, bierdrinkende lezers die waarschijnlijk op de PVV stemmen alweer denken.) Maar wacht eens… zijn dat niet vaak dezelfde reaguurders die juist schande roepen van hoofddoekjes en burka’s? Als het op vrouwen aankomt, houden veel Nederlandse mannen er een nogal dubbele moraal op na.

Aan al die heren die mijn vorige column niet zonder zweethandjes hebben kunnen uitlezen kan ik alleen maar een advies meegeven: wilt u niet afgeleid worden door het uiterlijk van de schrijver, leest u dan vooral Bas Heinen of Youp van ’t Hek. Vooral die laatste schijnt erg libidoverlagend te werken.

Op het Van Olphen Instituut, waar ik studeer is het al niet anders. Er loopt hier iemand rond, ik zal hem Meneer B. noemen, die afgelopen Valentijnsdag toen ik tijdens de pauze buiten een sigaretje stond te roken ineens met een kaart voor me stond. Zo’n goedkope, treurige kaart van de buurtsuper met slechtgetekende hartjes, ballonnen en twee konijntjes erop. Toen ik het papieren gedrocht opende en de voorgedrukte tekst las – My Bunny Valentine! – stond B. hevig zwetend tegenover me, zijn vieze tanden nerveus naar mij toe lachend, alsof zijn vlezige lippen de jas waren waarachter enkel bruine en gele potloodstompjes gevent werden. “Als je wilt kunnen we het vanmiddag bij mij thuis even over je scriptie hebben.” was het even ongeloofwaardige als smerige voorstel. Dat Meneer B. niet mijn scriptiebegeleider is (hij is concierge) is tot daaraan toe, maar om me tijdens mijn welverdiende pauze lastig te vallen met schoolzaken vind ik werkelijk niet kunnen. Ik heb vriendelijk bedankt en ben het incident gaan melden bij mijn mentor, die geen tijd voor me had, maar me wel uitnodigde om er ’s avonds thuis bij hem over te komen spreken. Hoe dat gesprek verliep doet er nu even niet toe, maar in ieder geval heb ik een 9 voor mijn scriptie gekregen.

Op dit moment sta ik voor al mijn vakken gemiddeld een 8 of 9 en de heren docenten zijn, als ik ze mag geloven, zeer tevreden met mijn vorderingen. En dan moet je je als mooie, jonge vrouw dus tegen allerlij vooroordelen gaan verweren. Alsof ik niet beauty AND brains zou kunnen hebben?! Moet ik me, aangezien ik borsten heb, misschien bezig houden met ondervoedingsproblematiek bij zuigelingen in de Derde Wereld? Zou ik omdat ik ze draag alleen maar over Louboutins mogen schrijven? Mag ik me omdat ik van etnische afkomst ben wellicht niet intereseren voor Haagse zaken?

Is het heel vreemd dat ik misschien als titel voor mijn scriptie Context in political communication. Measurement and effects on political behaviour” heb gekozen?

Volgens mijn (mannelijke) studiegenoten wel. Dat mijn oorspronkelijke titel “Why politicians always have grey suits on. A study of clothes from ministers.” was en dat ik die met een beetje hulp van mijn mentor heb bijgevijlt, maakt me meteen verdacht. Als ik op donderdagavond in cafe het Nieuwegeintje ben, komen dezelfde fijne klasgenoten die achter mijn rug staan te roddelen in mijn gezicht slijmen met zoete woorden, die hun naar brak bier walmende adem niet kunnen verhullen.

Zoals mijn moeder altijd zegt: “Adomam vo tsjivek tabisch hala’m vo baäl tizu’le, tsa büshür lai adom be’erev beschlom’ha tsoe.”, hetgeen in het Nederlands vertaalt ongeveer neerkomt op: “Vliegen komen op zowel zoete honing als rotte vis af, maar enkel mannen nemen de geur van beiden aan.”

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek en Verzorging aan het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Haar eerste column voor TIJM Magazine leest u hier.