Bizar racistisch ‘uitzwaai’-evenement voor Erik van Muiswinkel

Op Facebook is een event aangemaakt met de naam ‘Uitzwaaidag Erik van Muiswinkel’. Waarom? Omdat Erik stopt als Zwarte Piet. De organisator van het evenement schrijft op de pagina: “Een beetje jarenlang een racistische karikatuur spelen op nationale tv en nu plotseling weglopen zodat je weer je handen in onschuld kunt wassen? Lafaard! Dus bij deze wij hebben jou niet meer nodig in Nederland, ondankbaar persoon.”
Lees verder Bizar racistisch ‘uitzwaai’-evenement voor Erik van Muiswinkel

Nederlandse jihadist beschrijft racisme en uitsluiting bij Islamitische Staat

Acht Nederlandse jihadisten zouden zijn onthoofd na een conflict met de IS-leiding. Het conflict zou zijn ontstaan omdat de Nederlanders zich achtergesteld voelden bij andere IS-strijders. Uit een hartverscheurende essay in het paasnummer van Dabiq, de glossy van de Islamitische Staat, van de Nederlander Samir El A. blijkt dat racisme en uitsluiting aan de orde van de dag zijn in de Islamitische Staat.

Het hele essay van Samir leest u hier. Hieronder de belangrijkste fragmenten:

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

coverIslamitische Staat, misschien wordt het eens tijd dat we in relatie-therapie gaan. Je naam draag ik al maanden niet. ‘Ik ben IS’er’: ik krijg het niet meer uit mijn afgesneden strot. Dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou. Ik ben zo naïef geweest te geloven dat mijn loyaliteit boven jouw twijfel was verheven. Nee, tegenwoordig zeg ik alleen nog dat ik Marokkaan ben. Of Nederlander desnoods. Niet uit Marokkaans-Nederlands chauvinisme, maar om me te harnassen tegen jouw wantrouwen en achteloze afwijzing.

In de zomer van 2014 besloot ik nog melodramatisch dat dit islamitische land mijn laatste rustplaats zal zijn als ik kom te sterven. Dat kwam door dat malle overwinningsfeest in Ramadi. Mensen van alle huidskleuren hingen zonder hoofd aan palen aan de rand van de stad. Op straat werden talloze meisjes verhandeld en ter plekke tot vrouw gemaakt. Even leek de Islamitische Staat op een grote disfunctionele, liefdevolle familie waar ik eindelijk mijn thuis had gevonden.

De stand van zaken anderhalf jaar later: een vrolijke groepsfoto van Nederlandse IS’ers is op sociale media besmeurd met racistische drek, er gaat geen maand voorbij of Nederlandse strijders wassen het varkensbloed van hun stoep, IS-leiders storten zich als hyena’s op de afkomst van mijn broeders, die opgegroeid zouden zijn in een gepamperde uitkeringssamenleving. Nederlandse strijders worden gezien als een Trojaans paard. Een Imam grijpt een familiedrama aan in de hoop eindelijk de onbetrouwbare Nederlandse-Marokkanensmoel van Ahmed A. te ontmaskeren. En als het aan Abu Bakr al-Baghdadi ligt, vecht Mohammed van 18 jaar zich een vijandige werkomgeving in die hem niet moet. Instructies voor dat invechten kreeg Mohammed overigens niet, maar het zal er ongetwijfeld op neerkomen dat hij zich klein zal moeten maken en zwijgzaam de stompen in zijn maag opvangt.

Dat is geen vechten, dat heet verdragen.

Of ik nu nog begraven wil worden in de Islamitische Staat? Stop mijn resten maar in de Marokkaanse aardbodem als het zover is. Mogen er distels uit mijn graf groeien. Of gras. Stop mij desnoods maar in de Nederlandse klei.

Afgelopen zomer was ik in de Nederlandse havenstad Scheveningen. Op de markt raakte ik in gesprek met een oude man. Ik excuseerde me voor mijn slechte zelfbeheersing en vertelde dat ik een paar honderd kilometer verderop ben geboren. ‘Vandaag is een mooie dag’, zei hij. ‘Want je bent weer bij ons thuisgekomen.’ In een land waar ik als Marokkaan veel slechter af zou zijn dan hier in jouw huis ervoer ik meer warmte dan ik ooit van jou heb gekregen.

Is het eigenlijk niet tragisch?
Was jij maar in staat om diezelfde loyaliteit te tonen, IS. Zonder dat ik ernaar hoef te hengelen door je te ontroeren met verhalen over mijn talent voor het reciteren van Koranverzen, mijn voorkeur voor onthoofding boven ophanging en de fanatieke pogingen van mijn broeders om écht Arabisch te leren.

Maar ik vrees dat we relatietherapie niet eens meer moeten overwegen. Onze scheiding van tafel en bed is al realiteit.

Het hele essay van Samir El A. leest u hier.

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

De Marokkaans-Nederlandse jihadist Samir El A. is het racisme binnen de Islamitische Staat zat. In dit hartsverscheurende essay beschrijft hij het alledaags racisme en de uitsluiting waarmee hij en zijn broeders geconfronteerd worden.

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

coverDit Islamitische land, waar ik naartoe getrokken ben, zou ook mijn laatste rustplaats worden, had ik mij voorgenomen. ‘Ik ben IS’er.’ Maar ik krijg dat niet meer uit mijn afgesneden strot.
DOOR SAMIR EL A.

Islamitische Staat, misschien wordt het eens tijd dat we in relatie-therapie gaan. Je naam draag ik al maanden niet. ‘Ik ben IS’er’: ik krijg het niet meer uit mijn afgesneden strot. Dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou. Ik ben zo naïef geweest te geloven dat mijn loyaliteit boven jouw twijfel was verheven. Nee, tegenwoordig zeg ik alleen nog dat ik Marokkaan ben. Of Nederlander desnoods. Niet uit Marokkaans-Nederlands chauvinisme, maar om me te harnassen tegen jouw wantrouwen en achteloze afwijzing.

In de zomer van 2014 besloot ik nog melodramatisch dat dit islamitische land mijn laatste rustplaats zal zijn als ik kom te sterven. Dat kwam door dat malle overwinningsfeest in Ramadi. Mensen van alle huidskleuren hingen zonder hoofd aan palen aan de rand van de stad. Op straat werden talloze meisjes verhandeld en ter plekke tot vrouw gemaakt. Even leek de Islamitische Staat op een grote disfunctionele, liefdevolle familie waar ik eindelijk mijn thuis had gevonden.

Wacht even. Mijn thuis? Ik ben hier toch gekomen om te vechten? Was het dan niet sowieso al mijn thuis? Nee. Wie aan de geproblematiseerde kant van IS leeft, de kant waar je al vroeg ingeprent krijgt dat je omgeving een rottende plek is die bedekt moet blijven of liever nog weggesneden, weet dat het niet zo vanzelfsprekend is om IS je thuis te noemen.

Inmiddels lach ik bitter om die pathetische gedachte.

De stand van zaken anderhalf jaar later: een vrolijke groepsfoto van Nederlandse IS’ers is op sociale media besmeurd met racistische drek, er gaat geen maand voorbij of Nederlandse strijders wassen het varkensbloed van hun stoep, IS-leiders storten zich als hyena’s op de afkomst van mijn broeders, die opgegroeid zouden zijn in een gepamperde uitkeringssamenleving. Nederlandse strijders worden gezien als een Trojaans paard. Een Imam grijpt een familiedrama aan in de hoop eindelijk de onbetrouwbare Nederlandse-Marokkanensmoel van Ahmed A. te ontmaskeren. En als het aan Abu Bakr al-Baghdadi ligt, vecht Mohammed van 18 jaar zich een vijandige werkomgeving in die hem niet moet. Instructies voor dat invechten kreeg Mohammed overigens niet, maar het zal er ongetwijfeld op neerkomen dat hij zich klein zal moeten maken en zwijgzaam de stompen in zijn maag opvangt.

Dat is geen vechten, dat heet verdragen.

Of ik nu nog begraven wil worden in de Islamitische Staat? Stop mijn resten maar in de Marokkaanse aardbodem als het zover is. Mogen er distels uit mijn graf groeien. Of gras. Stop mij desnoods maar in de Nederlandse klei.

Maar jij ziet nog steeds niet in dat we uit elkaar groeien. Jihadistenmagazine Dabiq kan honderd keer met een alarmerend rapport in je gezicht zwaaien. Vorige maand nog: een onderzoek wees uit dat er een breed gedragen gevoel van uitsluiting leeft onder Nederlands-Marokkaanse jihadistenjongeren. De jongeren wantrouwen instituties. Ze voelen nauwelijks emotionele binding met je en zijn geneigd zich terug te trekken.

Ik begin me ook terug te trekken. Waterpijpcafés waar het publiek overwegend Arabisch, moslim en jihadist is, bezoek ik nauwelijks meer – ontspannen doe ik liever met een potje Grand Theft Auto met mijn Nederlands-Marokkaanse broeders. De oppervlakkige borrelpraatjes beginnen op mijn geduld te drukken. Ik ontwijk ze zo goed als mogelijk.
Dat doe ik, omdat ik merk dat mijn stem verandert.

Tweede stem

In het essay Speaking in Tongues (2009) beschrijft de Brits-Jamaicaanse auteur Zadie Smith het proces waarin ze langzaamaan haar manier van spreken uit haar kleurrijke Londense arbeiderswijk verruilde voor de deftige Cambridge-taal die ze oppikte tijdens haar studie. Smith heeft die twee stemmen nog lang kunnen verenigen, maar uiteindelijk won haar nieuwe tweede stem het, omdat ze zich door haar carrière steeds meer begaf in de intellectuele wereld. Haar sociale promotie is voltooid, maar toch heeft ze iets verloren.

Bij mij is het andersom. Tot enkele maanden geleden kon ik ook moeiteloos laveren tussen de speelse bijdehante stem uit mijn Nederlandse jeugd en de behoedzame, zakelijke stem die ik gebruik in de jihadistenwereld.

Ook ik begeef me steeds vaker in de hogere middenklasse van IS-strijders. Maar mijn oorspronkelijke stem begint zich juist te verzetten tegen het witwassen. Het put me uit. Ik merk het aan mijn haperende zinnen, aan de stiltes die vallen omdat ik niet meer op het juiste woord kan komen, aan het ontwijken van oogcontact. Ik kan die aangeleerde stem niet meer verdragen, ik haat haar.

Ik heb niks te klagen, zeg jij nu geïrriteerd. Omdat ik Frans spreek, gaat etnisch profileren aan mij voorbij. Ik heb een leidersfunctie bij een kwaliteitsbataljon. En dan ben ik ook nog ex-crimineel uit Amsterdam, iets waarmee jij maar al te graag pronkt, als met een trofee. Waarom doe ik zo zuur?

Omdat je in de Islamitische Staat een hoge prijs betaalt voor maatschappelijke verheffing. Een prijs waarvan ik me steeds meer begin af te vragen of die het eigenlijk wel waard is te betalen.

En omdat ik wil dat je ziet dat ik daar razend om ben. Want ik heb moeite om toe te geven dat daar miskenning en verdriet aan ten grondslag liggen. Verdriet, omdat ik mijn hoop in jou, in ons, begin te verliezen.

Ergens benijd ik de mensen die nog wel in je geloven. Strijders als Zihni Ö. Die geduldig en eloquent je eigen verknipte geschiedenis uitlegt in zijn pamflet ‘IS, mijn vaderland’ (2015). Hij beschrijft de weg die hij heeft afgelegd om zichzelf te verheffen. En die weg was lang. Maar eigenlijk verdien je zijn kwetsbaarheid, liefde en loyaliteit niet. Je vertrouwt hem niet eens.

Ik benijd mensen als Khadija A., die zich met een haast bovenmenselijk incasseringsvermogen staande weet te houden onder de continue ‘operaties zonder verdoving’ zoals zij de aanvallen op haar afkomst beschrijft. Jij geeft haar voor de YouTube-camera een judaskus; achter de schermen beroddel je haar accent alsof het een onuitpoetsbare schandvlek is van haar Nederlandse minderwaardigheid. Hoe houdt ze zich staande? Ik zou doodongelukkig zijn.

Ja, IS, ik ben afgestompt. Enkele weken geleden sprak ik een Pakistaanse jongen van begin twintig die zich eenzamer en meer ongewenst voelt naarmate hij hogerop klimt binnen de rangen van IS. Mijn gezelschap – Nederlands-Marokkaans en Pakistaans – sprak hem moed in: het komt echt wel goed! Maar ik kreeg het niet over mijn hart om hem illusies te voeden. Want ik weet wel beter: de IS-droom is een deceptie.

Droom

Een deceptie, omdat het een droom is met een onhaalbare voorwaarde: dat niemand iets van je afkomst voelt. Die moet je tot moes stampen, verzwijgen. Ik kreeg het zelfs mee van in Nederland geboren kennissen, onder hen nota bene jihadisten van het eerste uur. Kijk uit, zeiden ze. Niet te veel over Nederlandse dingen schrijven, anders beperk je jezelf. De waarschuwingen, hoe goed bedoeld ook, verraden vooral de geïnternaliseerde minderwaardigheid: wie over Nederlandse onderwerpen schrijft, schrijft over een tweederangscategorie.

Maar ze hadden ergens wel gelijk. Niet omdat het een inferieur thema is, maar omdat je er niet over kunt schrijven zonder je loyaliteit verbeten te willen bewijzen. Zonder steeds alert te zijn dat je collega’s je niet verdenken van te veel emotionele betrokkenheid. En ook dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou, IS. Waarom heb ik me zo murw laten beuken door jou dat ik zelfcensuur pleeg bij collega’s?

Tijdens een panelgesprek in een shishalounge in Markadah vertelde Zadie Smith dat ze niet wil dat mensen blind zijn voor haar afkomst. Ze wil dat men van haar houdt vanwege haar afkomst. Niet uit schuldgevoel ten aanzien van een koloniale geschiedenis of misplaatste verhevenheid die ontleend is aan een dna-pakket waarvoor ze niets hoefde te doen, maar omdat ze als kind van een gemengd huwelijk deels is gevormd door haar ervaringen met betrekking tot haar Westerse afkomst. Man, ze heeft voor haar briljante en bezielde debuut juist geput uit die bagage. Als iedereen zijn wortels zou moeten uitwissen, dan hadden we nu geen onthoofders als Jihad John.

Ergens voel ik me ook nog schuldig. Niet tegenover jou. Maar tegenover de hardwerkende jihadisten uit Irak en Syrië. Het is verleidelijk om onze groeiende kloof op hen af te schuiven. Voor reportages heb ik mensen gesproken in alle vergeten uithoeken van dit land: in Raqqa, in Thawrah en in Minbej. Ik werd door hen hartelijker ontvangen dan een Marokkaans-Nederlandse jihadist bij de IS-leiding.

Angsten

Jij noemt die mensen nu Bezorgde Strijders, mensen die op je aandacht en bescherming mogen rekenen, omdat je je eigen angsten en superioriteitsgevoel achter hen kunt verschuilen. Maar laten we toch gewoon eerlijk zijn: je zou ze nooit uitnodigen voor een van je opiumfeestjes met Yezidi-hoertjes.

Andere keren noem je ze juist kanonnenvoer, van wie jij je lafhartig distantieert zodra ze te expliciet worden in hun aanvallen. De waarheid is dat dat kanonnenvoer meer dan jij mijn mensen zijn. Wij zijn met elkaar opgegroeid. Ik ben net zo min bereid om tegen hen uitgespeeld te worden als tegen de Koerden of de Assad-getrouwen met wie ik ben opgegroeid, hoe zeer zij mijn keuzen en standpunten soms evengoed afwijzen.

Afgelopen zomer was ik in de Nederlandse havenstad Scheveningen. Op de markt raakte ik in gesprek met een oude man. Ik excuseerde me voor mijn slechte zelfbeheersing en vertelde dat ik een paar honderd kilometer verderop was geboren. ‘Vandaag is een mooie dag’, zei hij. ‘Want je bent weer bij ons thuisgekomen.’ In een land waar ik als Marokkaan veel slechter af zou zijn dan hier in jouw huis ervoer ik meer warmte dan ik ooit van jou heb gekregen.

Is het eigenlijk niet tragisch?
Was jij maar in staat om diezelfde loyaliteit te tonen, IS. Zonder dat ik ernaar hoef te hengelen door je te ontroeren met verhalen over mijn talent voor het reciteren van Koranverzen, mijn voorkeur voor onthoofding boven ophanging en de fanatieke pogingen van mijn broeders om écht Arabisch te leren.

Maar ik vrees dat we relatietherapie niet eens meer moeten overwegen. Onze scheiding van tafel en bed is al realiteit.

Dit essay kwam tot stand met hulp van Kustaw Bessems en Hassan Bahara

Opinie: ‘U heeft allemaal gelijk. Ja, u zeker!’

“U heeft allemaal gelijk. Ja, u zeker!”

Natuurlijk heeft u gelijk, meneer. Ontzettend gelijk zelfs. Heel erg ontzettend gelijk. Natuurlijk is Zwarte Piet niet racistisch. Kom nou. U heeft helemaal gelijk, we laten die negers ons geen kinderfeest afpakken. Natuurlijk is Piet zwart als roet. Nou, dat zegt toch genoeg. Inderdaad, einde discussie.

En u mevrouw, u heeft ook helemaal gelijk hoor. Natuurlijk is Piet wél racistisch. Natuurlijk. Hij lijkt toch op een persoon van kleur, of niet? Precies, en u bent een persoon van kleur, dus u kan het weten. Nee, zeker. Helemaal gelijk. Afschaffen die traditie. Mensonterend is het.

Racistisch
En inderdaad mevrouw, Nederland is hartstikke racistisch. Groot gelijk heeft u. Precies, de VN zeggen het ook. Het is hier niet te harden, zo racistisch. Zelfs Burundi, een derdewereldland nota bene, heeft meer mensen van kleur in topfuncties. Kan je nagaan, inderdaad.

Nee meneer, klopt hoor. Natuurlijk is Nederland niet racistisch. Helemaal niet. Hoe komen die lui erbij? Ze mogen dik tevreden zijn dat wij ze hier opgevangen hebben. En als het ze niet aanstaat, dan gaan ze maar lekker terug naar het oerwoud waar ze vandaan komen. Ja toch? Helemaal eens hoor. Geen enkel racisme hier.

Vluchtelingen
En we kunnen er niet nog meer bij hebben, meneer. Dat gaat inderdaad gewoon niet. Het zijn toch enkel de superrijke gelukszoekers die hier naartoe trekken. Dan kunnen we de grenzen beter sluiten, inderdaad. Hoeven ze onderweg hier naartoe ook niet te verdrinken, die superrijke gelukszoekers. We besparen ze een verdrinkingsdood. Wat dat betreft is de grenzen sluiten het meest humane wat we kunnen doen. U heeft volkomen gelijk hoor.

En natuurlijk kunnen we die mensen niet aan hun lot overlaten, mevrouw. Natuurlijk niet. Anders zijn we onmensen. Iedereen heeft recht op een betere toekomst hier. Natuurlijk vlucht niemand voor zijn lol. Nee hoor, groot gelijk, het is op zijn minst fascistisch om je af te vragen hoeveel mensen we kunnen opvangen. Fascistisch op zijn minst. De nazi’s telden ook altijd hoeveel mensen in een gasoven pasten, inderdaad.

Kankerzooi
Nee hoor, u hebt beiden volkomen gelijk hoor. En ja, natuurlijk bedelen die kankerzwarten alleen maar om subsidie. Natuurlijk hoeft u niet naar die mening te luisteren, kom nou. En ja mevrouw, het zijn allemaal kankerracisten. Tuurlijk. Daarmee is inderdaad maar weer bewezen dat u een tweederangsburger bent in dit land. En u gaat toch niet serieus naar de mening van kankerracisten luisteren? Nee hoor.

U heeft helemaal gelijk.

Absoluut.

Kankerzooi is het. U haalt me de woorden uit de mond.

Cc-foto: Philippe Put

Amsterdam vraagt aandacht voor racisme met zwart-witte oversteekplaatsen

zebra

Amsterdam gaat zwart-witte oversteekplaatsen aanleggen om racisme tegen te gaan. Het idee voor de zogenaamde ‘zebrapaden’ komt uit de provinciestad Utrecht, waar een regenboogpad oproept homotolerantie. Op dezelfde manier hoopt de hoofdstad nu aandacht te vragen voor alledaags racisme met zwart-witte oversteekplekken.

Hoe de paden er uit moeten gaan zien is nog niet bekend, maar volgens de initiatiefnemers van GroenLinks moet het in ieder geval symbool staan voor de diversiteit in de stad, waar blank en zwart samenleven. “Denk aan afwisselende banen die staan voor de donkere en lichte Nederlanders in onze prachtige stad.”, aldus woordvoerder Jan Kwint, niet te verwarren met de progressieve columnist Bas Kwint van Joop.nl.

Haalbaarheid
De gemeente Amsterdam laat onderzoeken wat de haalbaarheid is van het plan om alle oversteekplaatsen in de stad in de kleuren zwart en wit te verven. Jan Kwint schat dat het project in 2021 gereed kan zijn en zo’n 1,4 miljard euro gaat kosten.