Politiek: Ivo Opstelten; held en charismatisch leider

Een geschiedenis van de opgaande neergang

The last Man on Earth

ivoopsteltenKloos dichtte ooit: ‘de natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben’. Dit geldt ook voor de politiek. Sommige politici zijn kleurloos, anderen hebben een duidelijke stellingname. Geen van hen heeft echter meer het vermogen om het gebrek aan politieke inhouden in onze huidige samenleving met afdoende gebronsde stem te belichamen dan Ivo Opstelten

Ivo Opstelten begon zijn carrière als burgemeester van Dalen, de jongste ooit. Van Dalen, naar Doorn, naar Delfzijl, naar Beerta, Utrecht en Rotterdam. Opgeklommen tot burgemeester van deze stad kreeg hij zijn grootste bekendheid, een functie die hij met zijn vaderlijk armgebaren en zijn doelbewust gekozen inhoudsloosheid een middenlijn wist te belopen tussen de belangen van de betonboeren en havenbaronnen enerzijds en de maatschappelijke onvrede onder de Gerard-Cox-en-Joke-Bruijs-minnende burgerbevolking anderzijds. Na een burgemeesterschap van de stad Tilburg lag de overstap naar de landelijke politiek voor de hand, zeker aangezien aldaar het groeiend democratisch deficit met zo hypnotiserend mogelijke retoriek gevuld diende te worden. Met zijn intimiderende torso wist hij vriend en vijand stil te krijgen. Hierin heeft hij zijn partij met verve vertegenwoordigd.

De tot in het uiterste doorgevoerde koopmansgeest
Ivo Opstelten is een held. In navolging van slechts enkelen heeft hij zijn politieke verantwoordelijkheid genomen. Het begrip verantwoordelijkheid is ver te zoeken in een publiek bestel dat door zijn rentmeesters aan de nationale en internationale financiële en industriële privaatsectoren is overhandigd. En al vragen ook bij de financiële en trade- sectoren de mensen zich af waarom ze het afkopen van hun financieringsrisico’s via het publieke bestel in de schoot geworpen kregen, het hoort bij de tijdsgeest. Wij konden niet anders: de koopmansgeest die internationaal geroemd wordt, moest tot in het uiterste doorgevoerd worden. En dat vergt politici die geen stelling nemen.

Ook de publieksectoriële handel in zwart geld met criminelen past perfect in dit bestel: immers, waarom groot geld missen wanneer het via iets minder groot geld te bereiken valt? Daarom is het op zijn minst merkwaardig dat zijn beschermende hand over Teeven’s eerdere beslissingen nu ineens zo lelijk in de media en door de oppositie worden afgeschilderd. Financiële deals met de criminele wereld maken, is immers al jaren business as usual: alles voor het grotere goed.

Larger than life
Een steeds meer gehoorde kritiek was dat Opstelten op den duur larger than life werd – een karikatuur van zichzelf. Juist met deze zelfpositionering wist hij nog in te vullen wat elders afwezig blijft: Vanaf het moment dat de BV Nederland voor de hoogste bieder te koop gezet werd had dit land symboolrollen nodig.

Opstelten’s visie op justitie brengt een uitspraak van wijlen Kouwenaar in gedachten: “elk woord liegt, het woord tafel is immers niet van hout en je kunt er ook niet aan zitten.”

Ivo Opstelten belichaamde de noodzakelijke leegte van dit politiek bestel. Zijn bijdrage tot de bezwering van de gevoelde leegte in onze politieke samenleving was cruciaal. Met verve illustreerde zijn politieke carrière het belang om de holte van de tijdsgeest te personifiëren. Hij zal daarom te node gemist worden door zijn partij. Mannen van het kaliber Opstelten zijn zeldzaam. In zijn zelfuitverkoop zal dit land een charismatische leider missen.

Studentencolumn: Nischa – Stormbeelden

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, stelt TIJM Magazine maandelijks één pagina geheel ter beschikking aan studenten van het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Het werk van de studenten wordt zonder tussenkomst van de redactie doorgeplaatst in het kader van het leerwerktraject ‘Doortijmen!’. Deze keer: Nischa al-Baghindra, eerstejaars Journalistiek en Verzorging.

Stormbeelden

Nischa4Een golf van verontwaardiging ging de afgelopen week door de westerse wereld na aanleiding van de verwoestingen die strijders van de Islamitische Staat aanrichten in Mosul, Nimrud en Nineveh. Vele duizenden jaren oude kunstwerken werden in enkele minuten vernielt en de wereld keek machteloos toe. Begrijp me niet verkeerd, ik vond het ook vreselijk om te zien, maar ik heb moeite met de selectieve verontwaardiging die zo tekenend is voor deze samenleving.

In Groningen en Limburg worden gewone mensen zoals u en ik dag in, dag uit geconfronteert met bedreigingen van huis en haard die als je het mij vraagt evenveel, zoniet meer aandacht zouden verdienen als de verwoesting van een stel oude beelden en ruïnes in een land op vele duizenden kilometers hiervandaan. De hoge heren in Den Haag zijn veel te druk bezig met hun herverkiezing om naar de stem van het volk te luisteren, maar Groningers zien de scheuren in hun huizen bij iedere aardbeving groter worden en in Limburg moeten jodiumpillen bij een eventuele kernramp met de Belgische centrale in Tihange als doekje voor het bloeden worden uitgedeelt.

Misschien is het allemaal een beetje zwaar op de hand en je kunt als jonge, frisse meid natuurlijk ook een column besteden aan het beschrijven van het onoverkomelijke drama van lege shampooflesjes, maar helaas schrijf ik (nog) niet voor de Volkskrant. Terwijl ik de zoveelste grijze kop in De Wereld Draait Door hoor uitleggen hoe erg het allemaal wel niet is wat er gebeurt in Mosul, Nimrud en Nineveh en Giel Beelen weer eens dikke Assyrische krokodillentranen zit te janken, vraag ik me af waar de medemenselijke maat is gebleven.

Terwijl minister Opstelten zich het vege lijf in de tweede kamer niet eens meer probeert te reden om een paar bonnetjes over een vage deal meer dan 15 jaar geleden, vraag ik mij af wat de prijs is die de Nederlandse samenleving bereid is te betalen voor het in stand houden van de integriteit van onze samenleving. Het is gemakkelijk genoeg vanuit je comfortzone te roepen dat de vernielzucht van anderen tegen elke prijs moet worden gestopt, maar wie is werkelijk bereid om zijn of haar nek uit te steken om de hand in de boezem van de eigen besluitvorming te steken? Als U straks weer met een rood potlood in de hand achter het gordijntje staat om een plichtmatig hokje vol te kleuren, lieve lezer, denkt u dan ook eens aan het leed dat op steenworp afstand plaatsvindt. Het is een schande dat in een beschaafd land als Nederland stenen door ruiten vliegen van brave huisvaders die zich inzetten voor uw – vanzelfsprekende! – verworvenheden. Ja, u leest het goed: ik slijp een Voltairiaiaanse lans voor PVV kandidaten die op het moment dat u dit leest met blik en veger in de hand de scherven van uw democratische rechtsorde bijeen vegen en in de vuilnisbak mikken. De beeldenstorm vindt plaats in Etten-Leur en Peasens-Moddergat en u, lieve lezer, u huilt als een gereformeerde wolf om afgodsbeelden van gips in Mosul, Nimrud en Nineveh.

Mijn vader bezag de nieuwsbeelden en verzuchte hoofdschuddend “Movuhl sha’abal gülvej, arbadze gench uzunle sü, ama müvle arkazam’i bahco yol’de.” In goed Nederlands: “De schipper kent de oevers, de stuurman pijlt de diepte van het water, maar de passagier vreest alleen de prijs van de overtocht.”

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek en Verzorging aan het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Eerder schreef zij:

Gastcolumn
Vooroordelen