#Jongenscolumns: Mees Lindhout over Max

TIJM Magazine heeft een nieuwe columnist gestrikt voor de zomer: Mees Lindhout. Ja, inderdaad, dat is de broer van stercolumniste Sterre Lindhout van de Volkskrant. Mees is net zo scherp, actueel, belezen en taalgevoelig als zijn zus. Dat belooft dus wat voor de komende weken. Vandaag de eerste column van Mees.

Max

Max draait rondjes en ik kijk ernaar. Niet in het echt, ik kijk op internet. Max is zeventien. Of achttien inmiddels, ik ben te lui om het te googelen. In een filmpje op Dumpert komt ie aan scheuren: eerst gewoon een rondje, dan stopt ie voor de publiekstribune. Het geluid is nog van een echte Formule 1-bolide. Dat oorverdovend schuren van een opgefokte V8, niet dat gedecideerde gezoem van de huidige wagens. Saai, vind ik dat.

Mijn vriendin komt naast me staan. “Vind je dat nou boeiend?” vraagt ze me. “Ja, man. Dat geluid! Hoor je dat geluid?” Meewarig met haar hoofd schuddend loopt ze door. Ze heeft belangrijker zaken aan haar hoofd. Iets met haar haar, geloof ik.

Max staat nog stil, maar dan ineens geeft ie een overdreven hoeveelheid gas. Het gieren van zijn V8 is nu echt waanzinnig. En dan begint het. Het draaien om zijn as. Eerst wat onzeker, zo lijkt het. Ja, mag het? Max is zeventien. Net geworden, geloof ik. Ik moet dat toch ’s googelen. Maar dan worden de rondjes steeds zekerder. En sneller, lijkt het ook. En hoewel je alleen het geluid van zijn motor hoort, weet ik zeker dat iedereen in het publiek zijn adem inhoudt. Dat voel je gewoon. Ik voel dat, tenminste. Mijn vriendin komt terug met iets aan haar haar gedaan. “Is ie nou op zijn plaats rondjes aan het draaien?” “Ja”, antwoord ik, terwijl ik haar verwachtingsvol aankijk. “Snap niet wat je daar aan vindt”, zegt ze.

Vreemd vind ik dat. Ik denk meteen aan wat ik volgens mij John Rambo ooit heb horen zeggen: “And sometimes I wake up and I don’t know where I am. I don’t talk to anybody. Sometimes a day – a week. I can’t put it out of my mind.” Jezus, dat heb ik nu dus precies zo!

Ik kijk naar mijn vriendin. Ze buigt voorover naar het scherm en haalt haar vingers langzaam en voorzichtig door haar haar. Hoe kan een mens onbewogen naar de rondjes van Max kijken, vraag ik me af. Misschien is dat wel het verschil tussen mij en mijn vriendin: zij herkent schoonheid nog niet als ze er met haar neus bovenop staat.

Meisjescolumns

Druk. Met een hoofdletter D.

nischaabVorige week was het weer zo ver. Er was weer een hoop trammelant over een column. Het begon allemaal met de column van ene Ebru (ik moest googlen wie zij was) en daar schreef Mano (ik moest googlen wie hij was) weer een column over. Toen schreef Elfie (ik moest googlen wie zij was) daar weer iets over. En dan heb ik het nog niet eens over het getwitter over al die columns. Zo blijven we lekker bezig met ons druk maken over wie wat zegt.

Meisjescolumns
Maar daar blijft het niet bij. Er is nu ook veel ophef over columns geschreven door meisjes. Ophef is een fraai woord voor veel mensen die zich druk maken over iets. Nu vraag ik je; zijn er geen belangrijkere dingen om je druk over te maken? Er gebeurt op dit moment heel veel om je echt druk over te maken. Neem alleen al Griekenland als voorbeeld. Daar zouden we ons druk over moeten maken met een hoofdletter D.

Dom, met een kleine letter d, want je weet natuurlijk dat dit absoluut niet het geval zal zijn. We maken ons graag druk over andere zaken. Zo maakte ik mij laatste druk toen ik onder de douche stond mij klaar te maken voor een tinderdate (jaja) en toen bleek mijn shampoo op te zijn. In paniek heb ik toen een vriendinnetje ge-appt en zij kwam toen met spoed een fles shampoo brengen. Gelukkig konden wij wel lachen om deze malle situatie.

Zoals Kierkegaard al schreef: “Een mens is het product van zijn verbeelding, zonder de opsmuk van het bestaan.” De portee van deze woorden dringt pas echt tot je door als je met je handen in het haar zit, maar de shampoo nergens te bekennen is.

Malle situaties
Mij kennende beland ik wel vaker in dit soort malle situaties. Laatste stapte ik op een man af en toen ik vroeg waar hij werkte, vertelde hij dat hij iets deed voor De Fancy. Je weet wel, dat blad. Ik dacht eigenlijk dat het blad niet meer bestond. Maar een medeschrijver ontmoeten is altijd leuk. Toen ik vroeg voor welke rubriek hij schreef, barstte hij in lachen uit.

Hij bedoelde natuurlijk ‘defensie’. Toen hij naar de wc ging, ben ik afgedropen.

Dit was doodgaan met een hoofdletter D.

meisjescolumns

Cc-foto: Joe St.Pierre