Hoofddoekje zegt wat tegen PVV’er Venema

Hoofddoekje zegt wat tegen PVV’er Venema

Schermafbeelding 2015-12-08 om 12.19.33

Hoi Eric van de PVV, ik zag dat je een twiet stuurde over mij. Je bezocht afgelopen zondag denk ik de Albert Heijn, jij schrijft zelf Albert Hein. (Hoe moet dat nou met die Nederlandse cultuur van je waar je zo trots op bent, als ik als hoofddoekje je al op de meest elementaire begrippen moet corrigeren?)

Je twiette: “Krijg ik weer de Islam in mijn gezicht geblaft.” Dat deed mij de spreekwoordelijke geëpileerde wenkbrauwen fronsen Eric. “In je gezicht geblaft worden” gaat toch over iemand die heel hard in je gezicht hoest? Heeft de juffrouw wiens hoofd ik bedek dat gedaan? Nee toch?

Weet je, misschien draagt ze mij wel, zodat ze niet de hele dag jullie superieure joods-christelijke cultuur met dikke klodders spuug in haar gezicht geblaft krijgt, van mannetjes zoals jij.

Wat #Islamisering betreft: de ouders van mijn draagster zijn ooit door jouw blanke landgenoten naar dit land gehaald om jullie Zwartepietenwerk te doen, dag in dag uit, op alle dagen behalve 5 december. Hun kinderen doen nu nog steeds de klusjes waar superieure Hollanders zoals jij zich te goed voor voelen. Bijvoorbeeld: tot laat in de avond achter de kassa zitten op een zondag, zodat jij die paar boodschapjes kunt doen, die je vergeten was omdat je de hele dag al Homeland op Netflix aan het bingen was.

Mensen zoals jij zien mij als symbool van vrouwenonderdrukking en seksuele discriminatie. Maar voor mijn draagster ben ik een stukje veiligheid. Misschien in een vorm die niet direct nodig is in Nederland, maar zij voelt zich er prettig bij. Zie het als dat veertje dat Dombo in zijn slurf droeg, om te kunnen vliegen. Probeer het zelf anders eens. Je hebt al een enorm bord voor je kop waarachter je je lekker veilig voelt. Symboliseer dat eens met een doekje erom. Ik weet zeker dat ik je hartstikke goed sta. Ga eens lekker in de Eerste Kamer zitten met mij op je kop. Gebeurt er daar ook nog eens wat.

Maakt niet uit. Ik ben immers maar een simpel stukje stof. Maar dankzij mij kan jouw caissière haar ouderlijk huis verlaten, om roomblanke mensen zoals jij op hun wenken te bedienen op zondag en wat extra geld te verdienen. Wat haar betreft bén ik een symbool van vrijheid. Vrijheid ja. Ondertussen maken jij en je partijgenoten van mij – een hulpmiddel, een simpel stukje stof – een agressief stukje symbool-terrorisme. Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld, Eric Venema van de Partij Voor de Vrijheid?

Dat is het mooie van vrijheid; het kan voor iedereen wat anders betekenen. Dat geldt trouwens ook voor seksisme.

Cc-foto: Rana Ossama

Vergeten Geesten: Leopold de Klein – De dichter die moslim werd

nadruppelenVeel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere maand een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt.

Leopold de Klein
Leopold de Klein’s werk beleefde een kortstondige roem in het woelige jaar 1972. Zijn vroege gedichten werden gekenmerkt door een diepgevoelde hekel aan de kleinburgerlijke moraal. Deze zijn waarschijnlijk het meest bekend door de interpretaties van de bundel ‘Een Bruin Hol in de Grond’ door zijn voormalige boezemvriend en Lacaniaanse symboolanalist dr. Herman Rogaar.

Wij troffen Rogaar in zijn woning aan de Ceintuurbaan. Rogaar: ‘Ik heb al zeker 40 jaar niets meer van Leopold gehoord. Leopold en ik hebben samen gestudeerd; ikzelf kwam uit de polder, maar begon mij vanaf 1965 te verdiepen in de Nederlandse Surrealistische Beweging, vooral in de associatieve poëzie van Stefan ten Kate. Op Leopold had deze schrijver een diepgevoelde invloed, zij woonden zelfs enige tijd samen in Ten Kate’s souterrain op de Elandsgracht. Vanaf dat moment leek hij een compleet ander mens te worden. Hij suggereerde dat ik hem alleen maar als onderzoeksobject zag en de niet-erotische kanten van zijn werk negeerde’.

Regenwassing
In 1982, tijdens een fietsvakantie door Cambodja, kwam De Klein hard ten val. Hij brak daarbij zijn scheenbeen en moest zijn fiets in de jungle achterlaten. Na elf dagen kruipen naar de bewoonde wereld had hij door honger en uitputting een spirituele ervaring. De Klein bad voor het eerst sinds zijn katholieke jeugd weer tot God. Vlak voor hij definitief zou bezwijken brak een hoosbui los en werd hij gered door vier toevallig langs reizende zouthandelaren van het Chamvolk, welke zich door de plotselinge regenval genoodzaakt zagen om beschutting te zoeken in de grot waar De Klein zich verschanst had.

Bij de Cham kon De Klein aansterken en kwam hij in aanraking met de rituelen en overtuigingen van de Cham-islam, een orthodox-soennitische leer aangevuld met enkele oude boeddhistische gebruiken. De Klein refereerde later aan die tijd als zijn ‘regenwassing’. Hij kon alle aardse ballast in de Cambodjaanse jungle achterlaten.

Nadruppelen
In 1983 bekeerde De Klein zich officieel tot de islam. Hij veranderde zijn naam in Lonny Abdul Mohammed, en betrok met zijn kat een woning in Casablanca, waar hij zijn dagen spendeert met zijn houseboy Achmed. De erotische bundel ‘Strandliefdes in Marokko’ kon in het Nederland van de jaren ’80 niet meer op een warme ontvangst rekenen: pogingen om de hermetische teksten in de Gaykrant gepubliceerd te krijgen konden op weinig sympathie rekenen van de eermalige hoofdredacteur. De Klein schreef sindsdien nog één – matig ontvangen – bundel: ‘Nadruppelen’. Wel werd hij in 1993 bekroond met de Tofimovprijs voor zijn hele oeuvre. De prijs – een gouden karwats – gooide hij datzelfde jaar nog demonstratief in het Oued-Hassar stuwmeer, omdat de Nederlandse staat de toelage voor in het buitenland woonachtige dichters halveerde.