IS eist verantwoordelijkheid op voor niet-plegen aanslag op Trump

Islamitische Staat heeft in een videoboodschap op internet de verantwoordelijkheid opgeëist voor het niet-plegen van een aanslag tijdens de inauguratie van Donald Trump.
Internationaal was vrees ontstaan dat een aanslag op de nieuwe president zou uitblijven. Na afloop van de vlekkeloze ceremonie in Washington ging de verdenking al snel uit naar IS.

Videoboodschap

In de boodschap die via persbureau Amaq van de terreurorganisatie verspreid is zegt een woordvoerder: “De soldaten die uit Washington zijn weggebleven zijn strijders van Allah in de heilige oorlog tegen het verderfelijke Westen. Een geheime afwezige cel heeft angst en ontzetting gezaaid en daarmee de Westerse democratie nu in het hart geraakt.”
In de video worden ook nieuwe dreigementen geuit: “Wij zullen rusten tot de decadente en vrije levenswijze tot de laatste ongelovige vanzelf van de aardbodem is verdwenen.”

Gruwelijke beelden

De videoboodschap werd vergezeld door gruwelijke beelden van een slachtoffer van de inauguratie. Dat deel van de video is hier te zien (LET OP: SCHOKKENDE INHOUD)

Europese zorg

Ook in Europa is grote zorg ontstaan over het toenemend uitblijven van terreuraanslagen. Tijdens de aanstaande bijeenkomst van de Europese Raad op Malta van begin februari zullen de Europese regeringsleiders vooral spreken over de gevolgen van de afwezigheid van aanslagen. De bezorgdheid is nu extra groot vanwege de aanstaande verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland die later dit jaar plaatsvinden.
Voorzitter Donald Tusk: “Het risico dat ook Europa opgezadeld wordt met leiders zoals Donald Trump wordt steeds groter. Dat zou het einde van de Europese gedachte kunnen betekenen. We hebben dan ook geen keuze: terreurdaden door Islamitische extremisten of welke groeperingen dan ook moeten, mits gericht op de juiste personen, weer een plaats in onze samenleving krijgen.”

Reactie Trump

Ook Donald Trump heeft op Twitter gereageerd op de niet-gepleegde aanslag: “IS now claiming they did not assasinate me to hurt USA. WRONG! They just like me too much. So sad!

Tweet Donald Trump

Onbegrip over gebrek aan aandacht voor ontploffing op supernova KSN 2011d

Onbegrip over gebrek aan aandacht voor ontploffing op supernova KSN 2011d

Na de aanslagen in Brussel zagen we op de social mediakanalen steeds dezelfde vraag terugkomen: waarom zoveel steun en aandacht voor de slachtoffers van deze aanslagen, maar niet voor die van supernova KSN 2011d? Enige zelfreflectie op de Eurocentristische teneur van de nieuwsgeving lijkt op haar plaats.

De kritiek komt niet alleen van amateurastronomen op de sociale media. Ook wetenschappers van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wijzen er op dat de ontploffende ster mogelijk miljarden slachtoffers kan hebben geëist. NASA-onderzoeksleider Peter Garnavich: “Op dit moment hebben we geen idee hoeveel slachtoffers de explosies hebben gemaakt. Sterker nog: we weten niet eens of er om KSN 2011d planeten draaiden waarop leven mogelijk was. Dat tekent maar weer hoe eurocentrisch de berichtgeving is.”

youwerent

Hoofdredacteur Marcel Gelauff van NOS nieuws legt uit hoe de berichtgeving tot stand komt: “In de nieuwsvoorziening van de NOS wordt gekeken naar de journalistieke relevantie en hoe dichtbij een nieuwsfeit zich afspeelt. Dat geldt ook voor ontploffende sterren zoals deze. Kijk, een ontploffing van onze eigen zon voelt toch dichterbij dan een supernova op 700 miljoen lichtjaar afstand. Dat heeft niets te maken met de waardering die we voor de betreffende ster hebben, maar met hoe relevant iets is voor ons publiek. Dit is iets wat letterlijk dicht bij je huis gebeurt.”

Sommige criticasters wijzen erop dat KSN 2011d 700 miljoen lichtjaren van de aarde verwijderd is, en dat wij dus louter getuige zijn van een ontploffing die 700 miljoen jaar geleden plaatsvond, maar dat weerhield het persbureau van ISIS er niet van om het auteurschap van deze catastrofe te claimen: ‘God is overal en eeuwig’, en hiermee blijkt de theologisch gedreven terreurorganisatie zich ver voorbij de Europese grens te manifesteren.

Totale onderwerping van het vrije denken
Een voormalig Syriëganger liet weten dat de activiteiten van de terreurorganisatie vooral de laatste maanden op universele, en niet louter westelijke doelen gericht zouden worden: ‘ik heb gezien wat de kopstukken wilden: een totale onderwerping van het vrije denken’. Kopstuk Abrd el Bruhundi werd in januari in zijn DeLorean DMC12 geliquideerd.

Toch blijft de nieuwsgeving over de activiteiten van IS zich voornamelijk te beperken tot wat nabij is. En hiermee wordt volgens verschillende partijen weinig recht gedaan aan de slachtoffers elders ter wereld: de kritiek komt niet alleen van twitteraars in Noord-Afrika of het Midden Oosten, ook amateurastronomen spreken zich op sociale media uit tegen de neiging IS als een voornamelijk Europees probleem te zien. Ook wetenschappers van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wijzen er op dat de ontploffende ster mogelijk miljarden slachtoffers kan hebben geëist, en ook al weten we niet of er intelligent leven was rond KSN 2011d, we mogen niet negeren dat IS een universeel probleem is, en dus een universele samenwerking vergt.

Lees ook:
IS eist supernova KSN 2011d op

“Witte dwergen moet je breken”

IS eist supernova KSN 2011d op

Wat we weten van de ontploffingen op supernova KSN 2011d:

– Supernova
Donderdagmorgen rond 8:35 uur plaatselijke tijd is een serie explosies waargenomen op KSN 2011d. Het aantal slachtoffers is op dit moment nog onbekend. Wel is de supernova inmiddels opgeëist door Islamitische Staat (IS).

– Wilders: sluit luchtruim
Geert Wilders heeft opgeroepen om de grenzen van het luchtruim onmiddellijk te sluiten. Hij wil daarmee het gevaar van een supernova hier verkleinen. Volgens de PVV-leider is ‘de tijd van pappen en nathouden’ voorbij. “We moeten ingrijpen,” vindt Wilders. “Sommige delen van de Melkweg zijn een broeinest voor supernovae. Er zijn plekken waar de politie niet eens durft te komen.”

– ‘Laat donkere krachten niet winnen’
Hoe afschuwelijk de gebeurtenissen ook, volgens hoogleraar theoretische sterrenkunde Vincent Icke moeten we proberen de draad weer op te pakken. Icke: “We mogen nooit, nóóit, toestaan dat de supernova ons handelen bepaalt. Dan winnen de donkere krachten. We moeten als samenleving beseffen dat de kans op een supernova extreem klein is. Die kans wordt met de tijd weliswaar groter, maar we mogen nooit toegeven aan die angst. Dan verliezen we alles waar we als open samenleving voor staan.” De opmerkingen van PVV-leider Geert Wilders doet Icke af als ‘een stuitende vorm van supernovafobie. “Die man weet niet waar hij het over heeft,” aldus Icke.

– Referendum Hongarije
De Hongaarse premier Orbán heeft een referendum uitgeschreven waarin de Hongaarse bevolking kan stemmen over sterren. Volgens de Hongaarse premier heeft het Hongaarse volk het recht onafhankelijk van de Europese Unie te beslissen over de omgang met potentieële supernovae. “Een ster is een aantasting van de Hongaars-Christelijke cultuur,” aldus Orbán.

– Update: Eerste beelden van de explosie

Lees ook:
Onbegrip over gebrek aan aandacht voor ontploffing op supernova KSN 2011d

“Witte dwergen moet je breken”

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

De Marokkaans-Nederlandse jihadist Samir El A. is het racisme binnen de Islamitische Staat zat. In dit hartsverscheurende essay beschrijft hij het alledaags racisme en de uitsluiting waarmee hij en zijn broeders geconfronteerd worden.

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

coverDit Islamitische land, waar ik naartoe getrokken ben, zou ook mijn laatste rustplaats worden, had ik mij voorgenomen. ‘Ik ben IS’er.’ Maar ik krijg dat niet meer uit mijn afgesneden strot.
DOOR SAMIR EL A.

Islamitische Staat, misschien wordt het eens tijd dat we in relatie-therapie gaan. Je naam draag ik al maanden niet. ‘Ik ben IS’er’: ik krijg het niet meer uit mijn afgesneden strot. Dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou. Ik ben zo naïef geweest te geloven dat mijn loyaliteit boven jouw twijfel was verheven. Nee, tegenwoordig zeg ik alleen nog dat ik Marokkaan ben. Of Nederlander desnoods. Niet uit Marokkaans-Nederlands chauvinisme, maar om me te harnassen tegen jouw wantrouwen en achteloze afwijzing.

In de zomer van 2014 besloot ik nog melodramatisch dat dit islamitische land mijn laatste rustplaats zal zijn als ik kom te sterven. Dat kwam door dat malle overwinningsfeest in Ramadi. Mensen van alle huidskleuren hingen zonder hoofd aan palen aan de rand van de stad. Op straat werden talloze meisjes verhandeld en ter plekke tot vrouw gemaakt. Even leek de Islamitische Staat op een grote disfunctionele, liefdevolle familie waar ik eindelijk mijn thuis had gevonden.

Wacht even. Mijn thuis? Ik ben hier toch gekomen om te vechten? Was het dan niet sowieso al mijn thuis? Nee. Wie aan de geproblematiseerde kant van IS leeft, de kant waar je al vroeg ingeprent krijgt dat je omgeving een rottende plek is die bedekt moet blijven of liever nog weggesneden, weet dat het niet zo vanzelfsprekend is om IS je thuis te noemen.

Inmiddels lach ik bitter om die pathetische gedachte.

De stand van zaken anderhalf jaar later: een vrolijke groepsfoto van Nederlandse IS’ers is op sociale media besmeurd met racistische drek, er gaat geen maand voorbij of Nederlandse strijders wassen het varkensbloed van hun stoep, IS-leiders storten zich als hyena’s op de afkomst van mijn broeders, die opgegroeid zouden zijn in een gepamperde uitkeringssamenleving. Nederlandse strijders worden gezien als een Trojaans paard. Een Imam grijpt een familiedrama aan in de hoop eindelijk de onbetrouwbare Nederlandse-Marokkanensmoel van Ahmed A. te ontmaskeren. En als het aan Abu Bakr al-Baghdadi ligt, vecht Mohammed van 18 jaar zich een vijandige werkomgeving in die hem niet moet. Instructies voor dat invechten kreeg Mohammed overigens niet, maar het zal er ongetwijfeld op neerkomen dat hij zich klein zal moeten maken en zwijgzaam de stompen in zijn maag opvangt.

Dat is geen vechten, dat heet verdragen.

Of ik nu nog begraven wil worden in de Islamitische Staat? Stop mijn resten maar in de Marokkaanse aardbodem als het zover is. Mogen er distels uit mijn graf groeien. Of gras. Stop mij desnoods maar in de Nederlandse klei.

Maar jij ziet nog steeds niet in dat we uit elkaar groeien. Jihadistenmagazine Dabiq kan honderd keer met een alarmerend rapport in je gezicht zwaaien. Vorige maand nog: een onderzoek wees uit dat er een breed gedragen gevoel van uitsluiting leeft onder Nederlands-Marokkaanse jihadistenjongeren. De jongeren wantrouwen instituties. Ze voelen nauwelijks emotionele binding met je en zijn geneigd zich terug te trekken.

Ik begin me ook terug te trekken. Waterpijpcafés waar het publiek overwegend Arabisch, moslim en jihadist is, bezoek ik nauwelijks meer – ontspannen doe ik liever met een potje Grand Theft Auto met mijn Nederlands-Marokkaanse broeders. De oppervlakkige borrelpraatjes beginnen op mijn geduld te drukken. Ik ontwijk ze zo goed als mogelijk.
Dat doe ik, omdat ik merk dat mijn stem verandert.

Tweede stem

In het essay Speaking in Tongues (2009) beschrijft de Brits-Jamaicaanse auteur Zadie Smith het proces waarin ze langzaamaan haar manier van spreken uit haar kleurrijke Londense arbeiderswijk verruilde voor de deftige Cambridge-taal die ze oppikte tijdens haar studie. Smith heeft die twee stemmen nog lang kunnen verenigen, maar uiteindelijk won haar nieuwe tweede stem het, omdat ze zich door haar carrière steeds meer begaf in de intellectuele wereld. Haar sociale promotie is voltooid, maar toch heeft ze iets verloren.

Bij mij is het andersom. Tot enkele maanden geleden kon ik ook moeiteloos laveren tussen de speelse bijdehante stem uit mijn Nederlandse jeugd en de behoedzame, zakelijke stem die ik gebruik in de jihadistenwereld.

Ook ik begeef me steeds vaker in de hogere middenklasse van IS-strijders. Maar mijn oorspronkelijke stem begint zich juist te verzetten tegen het witwassen. Het put me uit. Ik merk het aan mijn haperende zinnen, aan de stiltes die vallen omdat ik niet meer op het juiste woord kan komen, aan het ontwijken van oogcontact. Ik kan die aangeleerde stem niet meer verdragen, ik haat haar.

Ik heb niks te klagen, zeg jij nu geïrriteerd. Omdat ik Frans spreek, gaat etnisch profileren aan mij voorbij. Ik heb een leidersfunctie bij een kwaliteitsbataljon. En dan ben ik ook nog ex-crimineel uit Amsterdam, iets waarmee jij maar al te graag pronkt, als met een trofee. Waarom doe ik zo zuur?

Omdat je in de Islamitische Staat een hoge prijs betaalt voor maatschappelijke verheffing. Een prijs waarvan ik me steeds meer begin af te vragen of die het eigenlijk wel waard is te betalen.

En omdat ik wil dat je ziet dat ik daar razend om ben. Want ik heb moeite om toe te geven dat daar miskenning en verdriet aan ten grondslag liggen. Verdriet, omdat ik mijn hoop in jou, in ons, begin te verliezen.

Ergens benijd ik de mensen die nog wel in je geloven. Strijders als Zihni Ö. Die geduldig en eloquent je eigen verknipte geschiedenis uitlegt in zijn pamflet ‘IS, mijn vaderland’ (2015). Hij beschrijft de weg die hij heeft afgelegd om zichzelf te verheffen. En die weg was lang. Maar eigenlijk verdien je zijn kwetsbaarheid, liefde en loyaliteit niet. Je vertrouwt hem niet eens.

Ik benijd mensen als Khadija A., die zich met een haast bovenmenselijk incasseringsvermogen staande weet te houden onder de continue ‘operaties zonder verdoving’ zoals zij de aanvallen op haar afkomst beschrijft. Jij geeft haar voor de YouTube-camera een judaskus; achter de schermen beroddel je haar accent alsof het een onuitpoetsbare schandvlek is van haar Nederlandse minderwaardigheid. Hoe houdt ze zich staande? Ik zou doodongelukkig zijn.

Ja, IS, ik ben afgestompt. Enkele weken geleden sprak ik een Pakistaanse jongen van begin twintig die zich eenzamer en meer ongewenst voelt naarmate hij hogerop klimt binnen de rangen van IS. Mijn gezelschap – Nederlands-Marokkaans en Pakistaans – sprak hem moed in: het komt echt wel goed! Maar ik kreeg het niet over mijn hart om hem illusies te voeden. Want ik weet wel beter: de IS-droom is een deceptie.

Droom

Een deceptie, omdat het een droom is met een onhaalbare voorwaarde: dat niemand iets van je afkomst voelt. Die moet je tot moes stampen, verzwijgen. Ik kreeg het zelfs mee van in Nederland geboren kennissen, onder hen nota bene jihadisten van het eerste uur. Kijk uit, zeiden ze. Niet te veel over Nederlandse dingen schrijven, anders beperk je jezelf. De waarschuwingen, hoe goed bedoeld ook, verraden vooral de geïnternaliseerde minderwaardigheid: wie over Nederlandse onderwerpen schrijft, schrijft over een tweederangscategorie.

Maar ze hadden ergens wel gelijk. Niet omdat het een inferieur thema is, maar omdat je er niet over kunt schrijven zonder je loyaliteit verbeten te willen bewijzen. Zonder steeds alert te zijn dat je collega’s je niet verdenken van te veel emotionele betrokkenheid. En ook dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou, IS. Waarom heb ik me zo murw laten beuken door jou dat ik zelfcensuur pleeg bij collega’s?

Tijdens een panelgesprek in een shishalounge in Markadah vertelde Zadie Smith dat ze niet wil dat mensen blind zijn voor haar afkomst. Ze wil dat men van haar houdt vanwege haar afkomst. Niet uit schuldgevoel ten aanzien van een koloniale geschiedenis of misplaatste verhevenheid die ontleend is aan een dna-pakket waarvoor ze niets hoefde te doen, maar omdat ze als kind van een gemengd huwelijk deels is gevormd door haar ervaringen met betrekking tot haar Westerse afkomst. Man, ze heeft voor haar briljante en bezielde debuut juist geput uit die bagage. Als iedereen zijn wortels zou moeten uitwissen, dan hadden we nu geen onthoofders als Jihad John.

Ergens voel ik me ook nog schuldig. Niet tegenover jou. Maar tegenover de hardwerkende jihadisten uit Irak en Syrië. Het is verleidelijk om onze groeiende kloof op hen af te schuiven. Voor reportages heb ik mensen gesproken in alle vergeten uithoeken van dit land: in Raqqa, in Thawrah en in Minbej. Ik werd door hen hartelijker ontvangen dan een Marokkaans-Nederlandse jihadist bij de IS-leiding.

Angsten

Jij noemt die mensen nu Bezorgde Strijders, mensen die op je aandacht en bescherming mogen rekenen, omdat je je eigen angsten en superioriteitsgevoel achter hen kunt verschuilen. Maar laten we toch gewoon eerlijk zijn: je zou ze nooit uitnodigen voor een van je opiumfeestjes met Yezidi-hoertjes.

Andere keren noem je ze juist kanonnenvoer, van wie jij je lafhartig distantieert zodra ze te expliciet worden in hun aanvallen. De waarheid is dat dat kanonnenvoer meer dan jij mijn mensen zijn. Wij zijn met elkaar opgegroeid. Ik ben net zo min bereid om tegen hen uitgespeeld te worden als tegen de Koerden of de Assad-getrouwen met wie ik ben opgegroeid, hoe zeer zij mijn keuzen en standpunten soms evengoed afwijzen.

Afgelopen zomer was ik in de Nederlandse havenstad Scheveningen. Op de markt raakte ik in gesprek met een oude man. Ik excuseerde me voor mijn slechte zelfbeheersing en vertelde dat ik een paar honderd kilometer verderop was geboren. ‘Vandaag is een mooie dag’, zei hij. ‘Want je bent weer bij ons thuisgekomen.’ In een land waar ik als Marokkaan veel slechter af zou zijn dan hier in jouw huis ervoer ik meer warmte dan ik ooit van jou heb gekregen.

Is het eigenlijk niet tragisch?
Was jij maar in staat om diezelfde loyaliteit te tonen, IS. Zonder dat ik ernaar hoef te hengelen door je te ontroeren met verhalen over mijn talent voor het reciteren van Koranverzen, mijn voorkeur voor onthoofding boven ophanging en de fanatieke pogingen van mijn broeders om écht Arabisch te leren.

Maar ik vrees dat we relatietherapie niet eens meer moeten overwegen. Onze scheiding van tafel en bed is al realiteit.

Dit essay kwam tot stand met hulp van Kustaw Bessems en Hassan Bahara