Zakelijk: “Nederland moet weer durven durven”

Frits van de Witte tijdens één van zijn inspiratiesessies.
Frits van de Witte tijdens één van zijn inspiratiesessies.
Frits van de Witte is een optimist. Hij ziet een stijgende lijn in het aantal ondernemers in Nederland. Desondanks mist hij de échte ambitie in ons land en zijn er volgens hem nog maar weinig mensen die risico’s durven te nemen om te groeien. ‘Heb je als ondernemer geen groeiambitie, dan kun je beter, nou ja, geen ondernemer worden,’ aldus de ras-entrepreneur.

Uw boek over groeiambitie, Kansen grijpen – ook wanneer deze tegenstribbelen, behaalde een top-notering. Het staat momenteel op de tweede plaats in de lijst managementboeken. We horen ook steeds meer geluiden dat groei helemaal niet nodig is. Dat we aan onze planeet moeten denken.
Daar ben ik het ab-so-luut niet mee eens. Wie zo denkt is geen ondernemer. De markt wordt gedomineerd door winnaars en hoor je daar niet bij, dan ben je dus een verliezer. Een loser, zeggen ze ook wel in het buitenland. Daar kom ik vaak. Mshindwa zeggen ze in het Swahili. Maar wanneer je groeit, ben je een winnaar. Dan kun je zoveel meer qua investeren en innoveren, en dat geeft energie. Of pungao, zoals de Maori zeggen. Die zitten ook boordevol energie. Je kunt ook nooit genoeg bezitten. Bezit, daar hebben ze in veel landen niet eens een woord voor.

In uw boek schrijft u over een tekort aan VOC-mentaliteit. We zijn een land geworden van marginale zeurpieten. Hoe kunnen we dit tij keren?
Om te beginnen door onze ambities op te schroeven en weer te durven durven. Zelf ben ik enorm geïnspireerd door managementgoeroe Veerindar Abahijeevan. Ik ben naar India afgereisd om een lezing van hem bij te wonen. Een energie dat er van die man uitging, fantástisch. Wat een dynamiek. ਡਾਇਨਾਮਿਕ zeggen ze daar. Maar hij adviseerde dus het buikdenken. Het denken vanuit ons aangeboren instinct. Ze hebben daar in die kringen een gezegde, wat vrij vertaald iets is als: wat in de buik zit, liegt niet. Je lichaam weet welke richting je op moet, veel eerder dan het hoofd. Daar moet je naar luisteren.

Op welke manier zien wij dit terug in uw eigen ondernemerschap?
De huidige tijd vraagt om innovatie en soms houdt dat in dat we terug moeten grijpen naar beproefde methodes. We moeten in Nederland weer zwart-wit durven denken. De VOC-mentaliteit dus. Morgen vertrekken we op een eerste expeditie naar De Zuid. Net als vroeger met een aantal schepen het ruime sop kiezen. Onder de grenzen van ons veilige Europa ligt een hele wereld klaar om ontdekt te worden.

Bedoelt u soms Afrika?
De Nieuwe Wereld, noem ik het.

Ja, maar…
Ho, stop. Ik weet waar u naartoe wilt. Dat hoor ik namelijk vaker wanneer ik mijn plannen uit de doeken doe. Maar dan vraag ik u, wat als Columbus thuis was gebleven en nooit Amerika had ontdekt? Of dichter bij huis, als Abel Tasman nooit naar Nieuw-Zeeland zou zijn gevaren? Bedenkt u eens in wat voor karige wereld wij dan zouden hebben geleefd. Dat een continent bewoond is en mogelijk zelfs al eerder ontdekt, is geen enkele reden om dat niet gewoon nog eens te doen. Dát is de VOC-mentaliteit.

Ik… ik weet niet zo goed…
De Nieuwe Wereld, yangi dunyo in het Oezbeeks, ligt vol mogelijkheden. En dan heb ik het dus niet eens alleen over de grondstoffen. Natuurlijk, ik heb het vermoeden dat het land mogelijk rijk is aan mineralen en misschien zelfs olie, maar dat is allemaal secundair. Ik denk voornamelijk aan human capital. We moeten minder in producten denken, en meer in mensen. Niet meer dat verouderde mantra van out-of-the-box-denken. Nee, ouderwetse mankracht. Hup, die box in. Overigens is dat ook het onderdeel van de expeditie waar ik de meeste reacties op heb gekregen. Het was tegen het zere been van velen, maar ik trek er geen woord van terug.

Goed. Heeft u tot slot nog een boodschap voor startende ondernemers?
Dat we best iets trotser mogen zijn op onze succesvolle ondernemersgeschiedenis. Toen ik in de jaren tachtig begon met ondernemen was een dergelijk plan not done. Maar de houding jegens ondernemerschap is omgeslagen, men is er klaar voor. Grijp die kansen, боломж in het Mongools. En blijf ambitieus, zoek die groei. De wereld verandert en als je daar als ondernemer in mee wilt, dan is het bovenal noodzaak mijn boek te kopen. Misschien is die eerste plaats nog wel haalbaar, ook dat is groei.

Citaten: Infamous Last Words

poes„Er is geen reden voor paniek, we zijn in goede handen. Nou, wie kan er een stukje piano spelen?”
Yusef Ibrahimovic (1907 – 1995), dorpsoudste Srebrenica

„Als een bom in een bos valt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid?”
Hariku Mirakuma (1901 – 1945), stadsdichter Hiroshima

„Je moet de bal hebben om te ruiven, en ruiven om te scoren, maar dat is logisch.”
Nol Kickers (1926 – 2004), ruifballer en ruifbaltrainer

„Die knop? Geen idee. Druk er eens op?”
Vladimir Oblomov (1941 – 1986), veiligheidsinspecteur Tsjernobyl

„Come here stingy-wingy, come here! Yeah! That’s a good boy!”
Steve Irwin (1962 – 2006), dierenkenner

„Fockingswswrblghhh… blb.. bwb….”
Amy Winehouse (1984 – 2011), zangeres

„Auw”
Adolf Eichmann (1906 – 1962), ambtenaar

„(onverstaanbaar)”
Kenneth „Kenny” McCormick (1997 – heden), personage

„Willen jullie meer of minder cartoonisten?”
Geert Wilders (1963-2016), voormalig politicus tijdens redactiebijeenkomst TIJM Magazine.

„Met een vrolijk deuntje eronder zou ik er de humor misschien nog wel van inzien.”
Jezus van Nazareth (0 – 33), zoon van God

„Trek eens aan mijn vinger.”
Abu bakr ben-Sharif (1984 – 2014), bomgordel activist

„Beloof me dat jullie mijn plaats niet laten innemen door een dubbelganger?”
Paul McCartney (1942 – 1969), ex-Beatle

„Paul?”
John Lennon (1940 – 1980), ex-Beatle

Interview met dingen: Dode brasem

brasemRik Nix is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor de dingen om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met een dode vis.

Ik zie ‘m liggen in de sloot als ik naar mijn stamkroeg fiets, en stap af. Hij ligt half in het riet, met kromme rug en glazige ogen. Het is een flinke brasem. Hij stinkt.

Rik: Goeiemiddag!

Brasem: Insgelijks.

Aan zijn rug hangen witte rafelige plukken, die heen en weer bewegen in de lichte deining van de sloot. Hij kijkt me aan. Denk ik.

Rik: Hoe ligt dat nou zo, in het water, op een doordeweekse woensdag, in het zonnetje?

Hij schrikt. Heb ik het idee.

Brasem: Is het alweer woensdag? Verdomme, dan heb ik waterpolo!

Hij probeert uit het riet te schuiven, maar dat blijkt lastig, als dode vis zijnde. Ik hoor ‘m stevig vloeken. Dan ga ik op mijn hurken zitten in het natte gras, en bekijk ‘m van dichtbij. De geur van afgestorven schubben en broeierig vissenvlees walmt mijn kant op. Zijn wittige linkeroog is op mij gericht. Geloof ik. Hij straalt een zekere irritatie uit.

Rik: Hoe komt het eigenlijk, uw, eh, staat, van ontbinding?

Hij slaat zijn ogen ten hemel. Of niet, want dat is niet helemaal duidelijk.

Brasem: Ik ben fucking dóód!

Dan kijkt hij weg, denk ik. Dit is kennelijk een lastig onderwerp. Ik voel instinctief dat ik nu moet doordrukken, dat het hier te halen is. Dit is waar ik het allemaal voor doe! Ik pak een denkbeeldig stokje.

Rik: Weet u dat zeker?

Ik kijk ‘m strak aan met half opgetrokken wenkbrauwen en zonder met mijn ogen te knipperen, een ouwe techniek die ik leerde toen ik voor The New York Times een reportage maakte over bevers met knaagvrees.

Het begint te waaien. De deining neemt toe, en de brasem draait een rondje. Er steekt een forse graat uit zijn rug, valt me op.

Hij kijkt me weer aan. Heb ik het idee.

Brasem: Weet ik zeker of ik dood ben?!

Hij bubbelt wat bloed op en begint te schreeuwen.

Brasem: NEE, het zou heel goed kunnen dat ik nog leef en AS WE SPEAK dove kinderen help oversteken tijdens het spitsuur! De kans is SUPERGROOT dat ik NU aan het skiën ben in Colorado met tien Playmates en een rugzak vol poffertjes! Hoogstwaarschijnlijk leg ik OP DIT MOMENT de laatste hand aan mijn roman ‘Vormloos verlangen in een aangeharkt park’! Ja, weet je wat, ik weet VRIJWEL ZEKER dat ik EIGENLIJK het Pentagon aan het toespreken ben, in BIKINI, met een ananas op mijn hoofd!

Hij hijgt. Zijn rugvin laat los.

Brasem: DOOD, vraag je.. ?!

Hij houdt zijn adem in. Ik ben duidelijk iets op het spoor.

Dan sta ik op, met natte knieën, mijn ogen op hem gefixeerd, en net als ik mijn laatste vraag wil stellen zakt hij weg. De brede brasem dwarrelt zwaar naar de bodem. Ik hoor nog wat gesmoorde kreten. De vis stikt.

Dan wordt het stil.

In de verte vliegt een reiger.

Persverklaring: Satirisch magazine Tijm slachtoffer laaghartige aanval

PersverklaringDe satirische website Tijm Magazine is afgelopen week slachtoffer geworden van een laaghartige DDoS-aanval op de site en doodsbedreigingen aan het adres van de redactie. Twee dagen na de lancering op 16 februari moest de site al offline.

De makers kunnen niet met zekerheid zeggen uit welke hoek de dreiging komt. Mogelijk gaat het om een afrekening in het satirisch circuit. Er wordt inmiddels onderzoek gedaan naar radicale aanhangers van Nico Dijkshoorn, Leon de Winter en Tim Hofman.

De redactie laat weten nooit te zullen buigen voor terreur. Redacteur Leopold de Klein van Tijm Magazine: “Wij laten ons de mond niet snoeren; wij staan pal voor onze vrijheid van meningsuiting, hoewel we natuurlijk wel een beetje uitkijken voor kwetsende uitlatingen over ex-moslims.” Tijm Magazine is inmiddels weer online en bereikbaar via http://tijmmagazine.nl.

Medianieuwtjes: BNN komt met Je Zal Het Maar Neuken

JZHMN2
Hilversum – Na Je Zal Het Maar Zijn en Je Zal Het Maar Hebben komt BNN vanaf aankomend voorjaar ook met Je Zal Het Maar Neuken. Dit heeft de omroep maandag bekend gemaakt. De presentatie zal op zich genomen worden door Tim Hofman (Spuiten en Slikken en Je Zal Het Maar Hebben, red.)

Tim gaat op pad met jonge mensen die een relatie hebben met opmerkelijk onaantrekkelijke partners, om te zien hoe zij leven. De één heeft al jaren een relatie, bij de ander staat de relatie nog in de kinderschoenen, maar altijd overeenkomend is de onaantrekkelijkheid van hun partners. Denk aan een vriendin met een buikje en een praktisch kapsel, een vriend die werkt in de ICT of een partner met een uiterlijk dat bijzonder veel weg heeft van Tijs van den Brink: je zal het maar neuken!

Ondanks hun bijzonder onaantrekkelijke partners halen de kandidaten het onderste uit de kan, staan ze positief in het leven en kijken naar de dingen die ze nog wél kunnen. Tevens vertellen zij wat hen drijft om toch met hun partners geslachtsgemeenschap te hebben. Tim duikt hun leven in en ervaart zelf met het nodige kunst- en vliegwerk hoe het is om een relatie én seks te hebben.

Wat kut voor je
“Dit programma maken is één van de meest bijzondere dingen uit mijn korte loopbaan so far“, aldus Hofman in een reactie. De presentator is blij met zijn nieuwe programma. “Het gekke -en mooie- is dat we een programma maken over mensen waarvan je gelijk zou kunnen zeggen: wat kut voor je, die onooglijke partner. En soms is dat ook zo, maar ik zweer je dat ik vaak vrolijker thuis kom dan dat ik naar de draaidag toe ga. En niet omdat ik standaard chagrijnig ben, dat komt door de levenslust van alle kandidaten. Ze staan vrijwel allemaal met twee benen vol in het leven ook als ze het bijna dagelijks moeten doen met mensen die lelijker zijn dan je je ooit voor kon stellen. Mooi is dat.”

In de eerste aflevering ontmoet Tim onder andere Tony. Zijn vriendin draagt sleephakken.

Je Zal Het Maar Neuken is vanaf dinsdag 3 maart wekelijks te zien om 21.20 uur bij BNN op NPO 3.

Achterflap: Leon de Winter – VSV

Leon de Winter - VSVLeon de Winter is gegroeid als mens en als schrijver. In zijn laatste boek VSV barst de schrijver bijna uit zijn achterflap van tevredenheid.

In zijn vroege werk was de flapfoto nog de spiegel van het van pijn vertrokken gezicht van zijn lezer, tegenwoordig kijkt De Winter alsof hij zojuist twee Palestijnen heeft gewurgd. Een intens gelukkige man. Het komt hem toe.

Je zou deze achterflap kunnen zien als de sleutelflap in het oeuvre van De Winter. Alles komt hier samen. Het is een adequaat portret van een zwart-witdenker die tegen wil en dank contrasteert met zijn omgeving.

Eindoordeel: 4 flappen plus een halve flap voor de flapperende kraag.

45flappengrijs

Grefoweb Bijbelkwesties: Hoe hoort de wc-rol?

Voor- of achterhang?

wcrolSinds enige tijd heb ik, een rustige hervormde man van 41, regelmatig conflicten met mijn vrouw. Ons huwelijk is rijk gezegend met drie zonen, en we hebben het altijd goed gehad samen. De laatste tijd merk ik echter dat, als ik het toilet bezoek, het wc-papier steeds met het velletje achter hangt.

Dit geeft aanleiding voor wrijving in ons huwelijk, daar ik van mening ben dat het velletje voor hoort te hangen. Zo heb ik dit van huis uit meegekregen van mijn christelijk-gereformeerde moeder. Mijn zoons, die allen zittend plassen, houden zich aan deze regel en zeggen desgevraagd dat zij de toiletrol niet omhangen. Mijn vrouw weigert hierover met mij het gesprek aan te gaan, maar houdt staande dat het velletje achter moet hangen, zoals zij van haar (hersteld hervormde) moeder geleerd heeft. Ondanks gedurig gebed bij de geopende Schrift lukt het ons niet een oplossing te vinden voor deze netelige kwestie die de vrede in ons huisgezin steeds meer verstoort. Kunt u ons wellicht uitsluitsel geven over de juiste positie van het wc-papier?

Een wanhopige huisvader

Antwoord:

Beste hervormde huisvader,

Een verdeeld huisgezin is niet alleen een doorn in het oog van de Heere, het is ook een bron van groot verdriet voor u en uw vrouw. Gods Woord spreekt over deze kwestie op het eerste gezicht niet eenduidig, maar de heilshistorische lijn van de genade is toch te vinden voor een gelovig oog en oor. In het Oude Testament wordt gesproken over de voorhang in de Tabernakel:

Ex. 26:31-33 – “31 Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim. 32 En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittimhout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten. 33 En gij zult den voorhang onder de haakjes hangen, en gij zult de ark der getuigenis aldaar binnen den voorhang brengen; en deze voorhang zal ulieden een scheiding maken tussen het heilige, en tussen het heilige der heiligen.”

In Ex. 36:35-36 vinden wij een vrijwel identiek schriftgedeelte. De parallel moge duidelijk zijn: van achterhang van linnen of papier was bij de Israëlieten geen sprake.

In het Evangelie (Matt. 27:50-51; Luk. 23:45) horen wij echter dat de voorhang in de Tempel scheurt, nadat onze Middelaar en Heiland aan het kruis de geest gaf. Dit stemt ons tot gelovig nadenken. Is het toch niet beter het papier achter te hangen? Papier is immers gemaakt van hout, en is het hout, waaraan de Heere zelf ten vloek gehangen werd, niet vervloekt? Zo is dan het scheuren een teken van het nieuwe verbond, waarin het Verlossende Woord zelf spreekt: van voorhang van toiletpapier is geen heil te verwachten.

Dr. W. Minderhout

Geboortedatum: 1 april 1932
Kerkelijke gezindte: Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Zuid-Azië (hersteld verband)
Woonplaats: Westkapelle
Bijzonderheden: oud-testamenticus
Status: actief
Publicatiedatum: 16 februari 2015