Citaten: Infamous Last Words

poes„Er is geen reden voor paniek, we zijn in goede handen. Nou, wie kan er een stukje piano spelen?”
Yusef Ibrahimovic (1907 – 1995), dorpsoudste Srebrenica

„Als een bom in een bos valt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid?”
Hariku Mirakuma (1901 – 1945), stadsdichter Hiroshima

„Je moet de bal hebben om te ruiven, en ruiven om te scoren, maar dat is logisch.”
Nol Kickers (1926 – 2004), ruifballer en ruifbaltrainer

„Die knop? Geen idee. Druk er eens op?”
Vladimir Oblomov (1941 – 1986), veiligheidsinspecteur Tsjernobyl

„Come here stingy-wingy, come here! Yeah! That’s a good boy!”
Steve Irwin (1962 – 2006), dierenkenner

„Fockingswswrblghhh… blb.. bwb….”
Amy Winehouse (1984 – 2011), zangeres

„Auw”
Adolf Eichmann (1906 – 1962), ambtenaar

„(onverstaanbaar)”
Kenneth „Kenny” McCormick (1997 – heden), personage

„Willen jullie meer of minder cartoonisten?”
Geert Wilders (1963-2016), voormalig politicus tijdens redactiebijeenkomst TIJM Magazine.

„Met een vrolijk deuntje eronder zou ik er de humor misschien nog wel van inzien.”
Jezus van Nazareth (0 – 33), zoon van God

„Trek eens aan mijn vinger.”
Abu bakr ben-Sharif (1984 – 2014), bomgordel activist

„Beloof me dat jullie mijn plaats niet laten innemen door een dubbelganger?”
Paul McCartney (1942 – 1969), ex-Beatle

„Paul?”
John Lennon (1940 – 1980), ex-Beatle

Interview met dingen: Dode brasem

brasemRik Nix is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor de dingen om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met een dode vis.

Ik zie ‘m liggen in de sloot als ik naar mijn stamkroeg fiets, en stap af. Hij ligt half in het riet, met kromme rug en glazige ogen. Het is een flinke brasem. Hij stinkt.

Rik: Goeiemiddag!

Brasem: Insgelijks.

Aan zijn rug hangen witte rafelige plukken, die heen en weer bewegen in de lichte deining van de sloot. Hij kijkt me aan. Denk ik.

Rik: Hoe ligt dat nou zo, in het water, op een doordeweekse woensdag, in het zonnetje?

Hij schrikt. Heb ik het idee.

Brasem: Is het alweer woensdag? Verdomme, dan heb ik waterpolo!

Hij probeert uit het riet te schuiven, maar dat blijkt lastig, als dode vis zijnde. Ik hoor ‘m stevig vloeken. Dan ga ik op mijn hurken zitten in het natte gras, en bekijk ‘m van dichtbij. De geur van afgestorven schubben en broeierig vissenvlees walmt mijn kant op. Zijn wittige linkeroog is op mij gericht. Geloof ik. Hij straalt een zekere irritatie uit.

Rik: Hoe komt het eigenlijk, uw, eh, staat, van ontbinding?

Hij slaat zijn ogen ten hemel. Of niet, want dat is niet helemaal duidelijk.

Brasem: Ik ben fucking dóód!

Dan kijkt hij weg, denk ik. Dit is kennelijk een lastig onderwerp. Ik voel instinctief dat ik nu moet doordrukken, dat het hier te halen is. Dit is waar ik het allemaal voor doe! Ik pak een denkbeeldig stokje.

Rik: Weet u dat zeker?

Ik kijk ‘m strak aan met half opgetrokken wenkbrauwen en zonder met mijn ogen te knipperen, een ouwe techniek die ik leerde toen ik voor The New York Times een reportage maakte over bevers met knaagvrees.

Het begint te waaien. De deining neemt toe, en de brasem draait een rondje. Er steekt een forse graat uit zijn rug, valt me op.

Hij kijkt me weer aan. Heb ik het idee.

Brasem: Weet ik zeker of ik dood ben?!

Hij bubbelt wat bloed op en begint te schreeuwen.

Brasem: NEE, het zou heel goed kunnen dat ik nog leef en AS WE SPEAK dove kinderen help oversteken tijdens het spitsuur! De kans is SUPERGROOT dat ik NU aan het skiën ben in Colorado met tien Playmates en een rugzak vol poffertjes! Hoogstwaarschijnlijk leg ik OP DIT MOMENT de laatste hand aan mijn roman ‘Vormloos verlangen in een aangeharkt park’! Ja, weet je wat, ik weet VRIJWEL ZEKER dat ik EIGENLIJK het Pentagon aan het toespreken ben, in BIKINI, met een ananas op mijn hoofd!

Hij hijgt. Zijn rugvin laat los.

Brasem: DOOD, vraag je.. ?!

Hij houdt zijn adem in. Ik ben duidelijk iets op het spoor.

Dan sta ik op, met natte knieën, mijn ogen op hem gefixeerd, en net als ik mijn laatste vraag wil stellen zakt hij weg. De brede brasem dwarrelt zwaar naar de bodem. Ik hoor nog wat gesmoorde kreten. De vis stikt.

Dan wordt het stil.

In de verte vliegt een reiger.

Persverklaring: Satirisch magazine Tijm slachtoffer laaghartige aanval

PersverklaringDe satirische website Tijm Magazine is afgelopen week slachtoffer geworden van een laaghartige DDoS-aanval op de site en doodsbedreigingen aan het adres van de redactie. Twee dagen na de lancering op 16 februari moest de site al offline.

De makers kunnen niet met zekerheid zeggen uit welke hoek de dreiging komt. Mogelijk gaat het om een afrekening in het satirisch circuit. Er wordt inmiddels onderzoek gedaan naar radicale aanhangers van Nico Dijkshoorn, Leon de Winter en Tim Hofman.

De redactie laat weten nooit te zullen buigen voor terreur. Redacteur Leopold de Klein van Tijm Magazine: “Wij laten ons de mond niet snoeren; wij staan pal voor onze vrijheid van meningsuiting, hoewel we natuurlijk wel een beetje uitkijken voor kwetsende uitlatingen over ex-moslims.” Tijm Magazine is inmiddels weer online en bereikbaar via http://tijmmagazine.nl.

Medianieuwtjes: BNN komt met Je Zal Het Maar Neuken

JZHMN2
Hilversum – Na Je Zal Het Maar Zijn en Je Zal Het Maar Hebben komt BNN vanaf aankomend voorjaar ook met Je Zal Het Maar Neuken. Dit heeft de omroep maandag bekend gemaakt. De presentatie zal op zich genomen worden door Tim Hofman (Spuiten en Slikken en Je Zal Het Maar Hebben, red.)

Tim gaat op pad met jonge mensen die een relatie hebben met opmerkelijk onaantrekkelijke partners, om te zien hoe zij leven. De één heeft al jaren een relatie, bij de ander staat de relatie nog in de kinderschoenen, maar altijd overeenkomend is de onaantrekkelijkheid van hun partners. Denk aan een vriendin met een buikje en een praktisch kapsel, een vriend die werkt in de ICT of een partner met een uiterlijk dat bijzonder veel weg heeft van Tijs van den Brink: je zal het maar neuken!

Ondanks hun bijzonder onaantrekkelijke partners halen de kandidaten het onderste uit de kan, staan ze positief in het leven en kijken naar de dingen die ze nog wél kunnen. Tevens vertellen zij wat hen drijft om toch met hun partners geslachtsgemeenschap te hebben. Tim duikt hun leven in en ervaart zelf met het nodige kunst- en vliegwerk hoe het is om een relatie én seks te hebben.

Wat kut voor je
“Dit programma maken is één van de meest bijzondere dingen uit mijn korte loopbaan so far“, aldus Hofman in een reactie. De presentator is blij met zijn nieuwe programma. “Het gekke -en mooie- is dat we een programma maken over mensen waarvan je gelijk zou kunnen zeggen: wat kut voor je, die onooglijke partner. En soms is dat ook zo, maar ik zweer je dat ik vaak vrolijker thuis kom dan dat ik naar de draaidag toe ga. En niet omdat ik standaard chagrijnig ben, dat komt door de levenslust van alle kandidaten. Ze staan vrijwel allemaal met twee benen vol in het leven ook als ze het bijna dagelijks moeten doen met mensen die lelijker zijn dan je je ooit voor kon stellen. Mooi is dat.”

In de eerste aflevering ontmoet Tim onder andere Tony. Zijn vriendin draagt sleephakken.

Je Zal Het Maar Neuken is vanaf dinsdag 3 maart wekelijks te zien om 21.20 uur bij BNN op NPO 3.

Achterflap: Leon de Winter – VSV

Leon de Winter - VSVLeon de Winter is gegroeid als mens en als schrijver. In zijn laatste boek VSV barst de schrijver bijna uit zijn achterflap van tevredenheid.

In zijn vroege werk was de flapfoto nog de spiegel van het van pijn vertrokken gezicht van zijn lezer, tegenwoordig kijkt De Winter alsof hij zojuist twee Palestijnen heeft gewurgd. Een intens gelukkige man. Het komt hem toe.

Je zou deze achterflap kunnen zien als de sleutelflap in het oeuvre van De Winter. Alles komt hier samen. Het is een adequaat portret van een zwart-witdenker die tegen wil en dank contrasteert met zijn omgeving.

Eindoordeel: 4 flappen plus een halve flap voor de flapperende kraag.

45flappengrijs

Grefoweb Bijbelkwesties: Hoe hoort de wc-rol?

Voor- of achterhang?

wcrolSinds enige tijd heb ik, een rustige hervormde man van 41, regelmatig conflicten met mijn vrouw. Ons huwelijk is rijk gezegend met drie zonen, en we hebben het altijd goed gehad samen. De laatste tijd merk ik echter dat, als ik het toilet bezoek, het wc-papier steeds met het velletje achter hangt.

Dit geeft aanleiding voor wrijving in ons huwelijk, daar ik van mening ben dat het velletje voor hoort te hangen. Zo heb ik dit van huis uit meegekregen van mijn christelijk-gereformeerde moeder. Mijn zoons, die allen zittend plassen, houden zich aan deze regel en zeggen desgevraagd dat zij de toiletrol niet omhangen. Mijn vrouw weigert hierover met mij het gesprek aan te gaan, maar houdt staande dat het velletje achter moet hangen, zoals zij van haar (hersteld hervormde) moeder geleerd heeft. Ondanks gedurig gebed bij de geopende Schrift lukt het ons niet een oplossing te vinden voor deze netelige kwestie die de vrede in ons huisgezin steeds meer verstoort. Kunt u ons wellicht uitsluitsel geven over de juiste positie van het wc-papier?

Een wanhopige huisvader

Antwoord:

Beste hervormde huisvader,

Een verdeeld huisgezin is niet alleen een doorn in het oog van de Heere, het is ook een bron van groot verdriet voor u en uw vrouw. Gods Woord spreekt over deze kwestie op het eerste gezicht niet eenduidig, maar de heilshistorische lijn van de genade is toch te vinden voor een gelovig oog en oor. In het Oude Testament wordt gesproken over de voorhang in de Tabernakel:

Ex. 26:31-33 – “31 Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim. 32 En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittimhout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten. 33 En gij zult den voorhang onder de haakjes hangen, en gij zult de ark der getuigenis aldaar binnen den voorhang brengen; en deze voorhang zal ulieden een scheiding maken tussen het heilige, en tussen het heilige der heiligen.”

In Ex. 36:35-36 vinden wij een vrijwel identiek schriftgedeelte. De parallel moge duidelijk zijn: van achterhang van linnen of papier was bij de Israëlieten geen sprake.

In het Evangelie (Matt. 27:50-51; Luk. 23:45) horen wij echter dat de voorhang in de Tempel scheurt, nadat onze Middelaar en Heiland aan het kruis de geest gaf. Dit stemt ons tot gelovig nadenken. Is het toch niet beter het papier achter te hangen? Papier is immers gemaakt van hout, en is het hout, waaraan de Heere zelf ten vloek gehangen werd, niet vervloekt? Zo is dan het scheuren een teken van het nieuwe verbond, waarin het Verlossende Woord zelf spreekt: van voorhang van toiletpapier is geen heil te verwachten.

Dr. W. Minderhout

Geboortedatum: 1 april 1932
Kerkelijke gezindte: Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Zuid-Azië (hersteld verband)
Woonplaats: Westkapelle
Bijzonderheden: oud-testamenticus
Status: actief
Publicatiedatum: 16 februari 2015

Andere Tijm Sport: Gerard Bakhuys, ruifballegende op krukken

gerard bakhuysRuifbal is in Nederland nooit een grote sport geweest. Toch speelde ons land in de vroege jaren ’80 kortstondig een niet onverdienstelijke bijrol op het internationale ruifbalpodium. Talenten als Barry Bolshof, Cor van ’t Reef, Ben Welkmans en natuurlijk de broertjes Buitenkerk speelden wekelijks in de grote buitenlandse competities en zorgden voor een opleving van de populariteit van de sport in hun thuisland. Het was dan ook niet meer dan logisch dat de KNRB in 1983 Nol Kickers, als speler en trainer succesvol bij FC Tarragona, aanstelde als hoofdtrainer van het nationale team. Aangevuld met jonge talenten uit de Nederlandse competitie wist Kickers een hecht team te smeden waarin iedereen voor elkaar wilde werken en waarin reputaties geen rol leken te spelen.

Het Nederlands ruifbalteam kon zich in 1985 voor het eerst in meer dan 40 jaar kwalificeren voor een eindronde: het Europees Kampioenschap in Tsjechoslowakije. Nadat in de voorgaande wedstrijden in Poule C, de Poule des Doods, onder andere knap was gewonnen van regerend wereldkampioen Polen, twee maal gelijk werd gespeeld tegen de Noren (toen nog een grootmacht) en aan de confrontatie met angstgegner Griekenland één punt uit twee wedstrijden was overgehouden, wachtte in de laatste kwalificatiewedstrijd viervoudig wereldkampioen en titelverdediger Oost-Duitsland. In Helmond was Nederland eerder getrakteerd op een pijnlijke 3-2-1/8 nederlaag, dus stond Oranje in de return in Erfurt voor de loodzware taak om tegen de torenhoge favoriet met minstens twee doelpunten verschil uit twee innings te winnen, danwel via een overtal in één van beide extra runs een half punt uit te lopen, mits de laatste run zonder stops werd afgewerkt. De Oost-Duitsers hadden voor een ticket naar het EK genoeg aan één punt op vier uit één van de eerste runs of een enkele inning zonder overtal in buitenpositie. Het was duidelijk wat Oranje te doen stond!

Gerard Bakhuys
Tijm Magazine zocht de man op die in de Hel van Erfurt op die gure februarimiddag in 1985, nu precies dertig jaar geleden ruifbalgeschiedenis zou schrijven: Gerard Bakhuys, inmiddels 61.

Gerard (Gerrie, Ger de man, Het Beest) Bakhuys had een moeilijk seizoen bij zijn club RKRVL achter de rug. Door blessureleed en schorsingen zat hij al een tijd op de reservebank. Maar in Oranje was hij gedurende de hele kwalificatiereeks een vaste waarde geweest tussen de ruifpalen. Kickers gaf de voorkeur aan Bakhuys boven de jongere, maar in grote wedstrijden vaak onzeker ruivende Nigel Morgenland van AC Napolitano. Het EK moest het laatste klusje worden van de toen 31 jarige Ulestratenaar.

Beenbreuk
Gerard vertelt graag nog een keer over zijn legendarische rol in die bloedstollende kwalificatiewedstrijd tegen Oost-Duitsland, toen hij vlak voor tijd bij een stand van 1-0-1/2 van Nol Kickers opdracht kreeg zijn trainingspak uit te trekken en zich warm te lopen. Bakhuys, die tegen nadrukkelijk doktersadvies in, maar op eigen verzoek op de bank zat om zijn ploeggenoten te steunen in deze alles-of-niets-pot, was nog maar net herstellende van een vierdubbele beenbreuk die hij had opgelopen in de bekerwedstrijd tegen Hollandia ’67, een week eerder. “Kickers was een man van weinig woorden,” vertelt de voormalige eerste ruifman van Oranje. “Gerrie, warmlopen.” Meer was het niet eigenlijk. Ik keek nog even om me heen of ik het goed had verstaan. Bertje (Van Haarsbergen, red.), Nieuwkerk, Van Ooijen, ze keken allemaal alsof ze water zagen branden. En het was ook tamelijk ongewoon, toen al, om een zwaargeblesseerde speler het veld in te sturen in zo’n cruciale pot. Maar je moet weten, dat waren andere tijden. Nu hebben die schoffies voor niets of niemand meer respect, maar in die tijd was de coach nog een soort God, zeg maar. Ja, of zijn zoon, daar wil ik vanaf zijn.”

Op het moment dat Bakhuys zijn trainingspak uittrekt zijn er nog 4 minuten en wat extra tijd te spelen. Oranje kijkt door een vroege, dubieuze tegengoal van de thuisploeg (Schletzenbacher zou de bal via de randzak hebben meegenomen) gedurende het grootste deel van de wedstrijd tegen een haast onmogelijk te overwinnen achterstand aan. Die Mannschaft graaft zich voor de eigen ruif in achter een ondoordringbare, wit-zwarte muur. Maar dan, diep in de derde inning, als de koppies al beginnen te hangen, valt vanuit het niets de verlossende halve aansluiter. Van Bingelen, die een matige wedstrijd speelt, krijgt de bal door een fout in de Oost-Duitse defensie zomaar voor het inschieten. De routinier aarzelt niet, haalt verwoestend uit en laat Humpfertz, tot dan toe superieur ruivend, kansloos. 1-0-1/2! Alles is ineens weer open. Na deze mentale dreun, gaan de mannen van Kickers er in geloven; ze ruiken bloed. De regerend kampioen wankelt.

nederlandsruifbalteam
Nederlands ruifbalteam 1985

Snoeihard in de vier gevloerd
De Eintracht Arena is nu een ware heksenketel: 40.000 uitzinnige Oost-Duitse fans moedigen de thuisploeg hartstochtelijk aan. Maar ook de ruim 23 meegereisde Nederlandse supporters laten van zich horen. Het lijkt nu slechts een kwestie van tijd voor Oranje de genadeklap uitdeelt, maar de spelers van Nederland gaan slordig om met de kansen die komen, het negental oogt nerveus, gehaast, zich realiserend welke enorme kans het hier ineens krijgt om geschiedenis te schrijven. Bolshof krijgt een dot van een kans maar staat onder ruif. De Roy, inmiddels in de ploeg gekomen voor John Buitenkerk, die zich helemaal leeg heeft gespeeld wordt snoeihard in de vier gevloerd. De scheidsrechter ziet er niets in, laat doorspelen. De zoveelste beslissing in het voordeel van de thuisploeg.

Hazelaar en Van ’t Reef dollen de Oost-Duitse verdedigers met een opzet-schuif, de bal raakt het lint. Ondertussen tikt de tijd weg en lijkt Oranje het toch weer niet te gaan redden. En dan is daar dus die geniale wissel van ‘De Maarschalk’. Kickers mag nog één keer wisselen en kiest ervoor om zijn zwaargeblesseerde ruifman in het veld te brengen.

De bevrijdende 1-0-2,1/2
De spelers van die Mannschaft raken door de aanblik van de zich op krukken warmstrompelende Bakhuys zo van hun stuk, dat spits Bolshof diep in blessuretijd van de verwarring gebruik kan maken en de bevrijdende 1-0-2,1/2 kan binnenkoppen uit een nog steeds omstreden paalschop. Linksback Günther Rheinmann beweert tot op de dag van vandaag, dat hij de voorzet van Hazelaar niet eens heeft gezien, laat staan nog heeft aangeraakt, aangezien hij in die hectische laatste minuten enkel oog had voor Bakhuys die langs de kant in zijn rolstoel klaarstond om in te vallen. De rest is geschiedenis: Oranje kwalificeert zich ten koste van Oost-Duitsland voor het EK, speelde daar verder geen enkele rol van betekenis en kon na drie wedstrijden puntloos naar huis.

Voor Barry Bolshof was de zo belangrijke goal zijn derde dat seizoen, een nationaal record dat nog steeds staat.

Succescoach Nol Kickers stapte op als keuzeheer van Oranje na het desastreus verlopen eindtoernooi en ging aan de slag bij de Engelse Tweedeklasser FC Dunhill. Hij werd daarmee de eerste Nederlandse trainer die een Engelse profclub onder zijn hoede kreeg. Het werd een jammerlijke mislukking, mede door het feit dat Kickers geen woord Engels sprak.

Gerard Bakhuys zou nooit meer een wedstrijd ruiven. Hij opende een sigarenzaak in zijn woonplaats Ulestraten die hij nog steeds runt met zijn vrouw Mia en dochter Shannaya.

Volgende keer in Andere Tijm Sport: de hink-stap-sprong Olympiade van 1914. Of: hoe een zandbakincident bijna de Nederlandse neutraliteit in gevaar bracht.