Nischa: Schuitje – Een Foster Parents Plan voor landen

nischaabIk had vannacht een droom. Ik zat samen met de ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa in een rubberen bootje nabij de Libische kust. We waren al een halve dag onderweg en het gammele bootje maakte water. Er werd wat geruzied tussen de ministers van Griekenland en Duitsland over wie er straks het eerst overboord moest mocht het bootje ons niet meer allemaal kunnen houden: de zwaarlijvigste of degene met de zwaarste schulden?

De excellenties uit Londen en Parijs waren het dan weer oneens over wie er straks, als we Lampedusa in zicht kregen, als eerste gehuld in een deken van de kustwacht van boord mocht naar de tijdelijke opvang. De Poolse minister vroeg- om de moed er in te houden – of we die mop kenden van die Belg, de Hollander en een Duitser in dat bootje midden op zee. Niemand moest lachen. Bert Koenders probeerde zolang zijn telefoon het nog deed te bellen met het torentje in Den Haag, maar er werd niet opgenomen.

Plotseling riep een of ander Scandinavisch bewindspersoon tegen zijn Italiaanse collega: “Toch eigenlijk best ironisch, dat we hier nu met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten als dat volk dat wekelijks jullie kustwateren onveilig maakt, nietwaar?” Er werd door de anderen ongemakkelijk gekeken, wat instemmend geknikt, hier en daar meewarig het hoofd geschud. “Misschien moesten we nu we hier toch zijn, eens nadenken over een oplossing?” vervolgde hij.

Het zal de hopeloosheid van onze situatie zijn geweest, of de vermoeidheid, de honger wellicht. Misschien een combinatie, maar wonderwel waren we er binnen tien minuten uit. Ik weet niet meer wie met het idee kwam, maar ik verzon de toepasselijke naam: het Foster Parents Landen Plan. De EU zou moeten werken aan een plan om iedere lidstaat één of meer derdewereldland te laten adopteren. Iedere lidstaat zou zo hoofdelijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de vluchtelingen uit haar eigen Foster Parents Land worden. De verdeelsleutel zou via het lusten-lasten principe worden geregeld: voormalige koloniën werden verplicht aan voormalig kolonisators toebedeeld.

“Nou, in Mauritanië, Senegal, Mali, Guinee, Ivoorkust, Niger, Burkina Faso en Benin zal men zeker in zijn voor hernieuwde samenwerking met de voormalige kolonisator” zei de Italiaanse minister terwijl hij zijn Franse ambtsgenoot lachend op de schouder sloeg. “Bovendien is de chaos in Libië natuurlijk ook wel een beetje jullie schuld.” Voegde hij er pesterig aan toe. De Fransman ging beduusd akkoord. “Tja,” zei nu de Britse minister, die niet achter kon blijven, “Met een geschiedenis van overheersen en uitbuiten in zo’n beetje de rest van Afrika ontkomen wij ook niet aan één of twee Foster Parents Landen.” Om daar snel “Ok, ok, drie of vier kan ook wel” aan toe te voegen, aangezien een paar collega’s aanstalten leken te maken de zuinige Brit overboord te werken.

Samen in een lekkend bootje midden op zee maakt dat onderhandelingen ineens een stuk eenvoudiger verlopen. De overige probleemlanden werden over de andere lidstaten verdeeld en toen we een tijdje later veilig aan land kwamen, was iedereen enthousiast om de gemaakte plannen meteen in werking te zetten. Alleen Bert Koenders had nog een vraag: “We krijgen dan toch wel iedere maand een mooie tekening opgestuurd he?”

Over de auteur: Nischa al-Baghindra

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek.

Gepubliceerd door

Nischa al-Baghindra

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *