Nederlandse jihadist beschrijft racisme en uitsluiting bij Islamitische Staat

Acht Nederlandse jihadisten zouden zijn onthoofd na een conflict met de IS-leiding. Het conflict zou zijn ontstaan omdat de Nederlanders zich achtergesteld voelden bij andere IS-strijders. Uit een hartverscheurende essay in het paasnummer van Dabiq, de glossy van de Islamitische Staat, van de Nederlander Samir El A. blijkt dat racisme en uitsluiting aan de orde van de dag zijn in de Islamitische Staat.

Het hele essay van Samir leest u hier. Hieronder de belangrijkste fragmenten:

‘IS en ik, we gaan uit elkaar’

coverIslamitische Staat, misschien wordt het eens tijd dat we in relatie-therapie gaan. Je naam draag ik al maanden niet. ‘Ik ben IS’er’: ik krijg het niet meer uit mijn afgesneden strot. Dat neem ik mezelf meer kwalijk dan jou. Ik ben zo naïef geweest te geloven dat mijn loyaliteit boven jouw twijfel was verheven. Nee, tegenwoordig zeg ik alleen nog dat ik Marokkaan ben. Of Nederlander desnoods. Niet uit Marokkaans-Nederlands chauvinisme, maar om me te harnassen tegen jouw wantrouwen en achteloze afwijzing.

In de zomer van 2014 besloot ik nog melodramatisch dat dit islamitische land mijn laatste rustplaats zal zijn als ik kom te sterven. Dat kwam door dat malle overwinningsfeest in Ramadi. Mensen van alle huidskleuren hingen zonder hoofd aan palen aan de rand van de stad. Op straat werden talloze meisjes verhandeld en ter plekke tot vrouw gemaakt. Even leek de Islamitische Staat op een grote disfunctionele, liefdevolle familie waar ik eindelijk mijn thuis had gevonden.

De stand van zaken anderhalf jaar later: een vrolijke groepsfoto van Nederlandse IS’ers is op sociale media besmeurd met racistische drek, er gaat geen maand voorbij of Nederlandse strijders wassen het varkensbloed van hun stoep, IS-leiders storten zich als hyena’s op de afkomst van mijn broeders, die opgegroeid zouden zijn in een gepamperde uitkeringssamenleving. Nederlandse strijders worden gezien als een Trojaans paard. Een Imam grijpt een familiedrama aan in de hoop eindelijk de onbetrouwbare Nederlandse-Marokkanensmoel van Ahmed A. te ontmaskeren. En als het aan Abu Bakr al-Baghdadi ligt, vecht Mohammed van 18 jaar zich een vijandige werkomgeving in die hem niet moet. Instructies voor dat invechten kreeg Mohammed overigens niet, maar het zal er ongetwijfeld op neerkomen dat hij zich klein zal moeten maken en zwijgzaam de stompen in zijn maag opvangt.

Dat is geen vechten, dat heet verdragen.

Of ik nu nog begraven wil worden in de Islamitische Staat? Stop mijn resten maar in de Marokkaanse aardbodem als het zover is. Mogen er distels uit mijn graf groeien. Of gras. Stop mij desnoods maar in de Nederlandse klei.

Afgelopen zomer was ik in de Nederlandse havenstad Scheveningen. Op de markt raakte ik in gesprek met een oude man. Ik excuseerde me voor mijn slechte zelfbeheersing en vertelde dat ik een paar honderd kilometer verderop ben geboren. ‘Vandaag is een mooie dag’, zei hij. ‘Want je bent weer bij ons thuisgekomen.’ In een land waar ik als Marokkaan veel slechter af zou zijn dan hier in jouw huis ervoer ik meer warmte dan ik ooit van jou heb gekregen.

Is het eigenlijk niet tragisch?
Was jij maar in staat om diezelfde loyaliteit te tonen, IS. Zonder dat ik ernaar hoef te hengelen door je te ontroeren met verhalen over mijn talent voor het reciteren van Koranverzen, mijn voorkeur voor onthoofding boven ophanging en de fanatieke pogingen van mijn broeders om écht Arabisch te leren.

Maar ik vrees dat we relatietherapie niet eens meer moeten overwegen. Onze scheiding van tafel en bed is al realiteit.

Het hele essay van Samir El A. leest u hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *