Interview met dingen: Dode brasem

brasemRik Nix is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor de dingen om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met een dode vis.

Ik zie ‘m liggen in de sloot als ik naar mijn stamkroeg fiets, en stap af. Hij ligt half in het riet, met kromme rug en glazige ogen. Het is een flinke brasem. Hij stinkt.

Rik: Goeiemiddag!

Brasem: Insgelijks.

Aan zijn rug hangen witte rafelige plukken, die heen en weer bewegen in de lichte deining van de sloot. Hij kijkt me aan. Denk ik.

Rik: Hoe ligt dat nou zo, in het water, op een doordeweekse woensdag, in het zonnetje?

Hij schrikt. Heb ik het idee.

Brasem: Is het alweer woensdag? Verdomme, dan heb ik waterpolo!

Hij probeert uit het riet te schuiven, maar dat blijkt lastig, als dode vis zijnde. Ik hoor ‘m stevig vloeken. Dan ga ik op mijn hurken zitten in het natte gras, en bekijk ‘m van dichtbij. De geur van afgestorven schubben en broeierig vissenvlees walmt mijn kant op. Zijn wittige linkeroog is op mij gericht. Geloof ik. Hij straalt een zekere irritatie uit.

Rik: Hoe komt het eigenlijk, uw, eh, staat, van ontbinding?

Hij slaat zijn ogen ten hemel. Of niet, want dat is niet helemaal duidelijk.

Brasem: Ik ben fucking dóód!

Dan kijkt hij weg, denk ik. Dit is kennelijk een lastig onderwerp. Ik voel instinctief dat ik nu moet doordrukken, dat het hier te halen is. Dit is waar ik het allemaal voor doe! Ik pak een denkbeeldig stokje.

Rik: Weet u dat zeker?

Ik kijk ‘m strak aan met half opgetrokken wenkbrauwen en zonder met mijn ogen te knipperen, een ouwe techniek die ik leerde toen ik voor The New York Times een reportage maakte over bevers met knaagvrees.

Het begint te waaien. De deining neemt toe, en de brasem draait een rondje. Er steekt een forse graat uit zijn rug, valt me op.

Hij kijkt me weer aan. Heb ik het idee.

Brasem: Weet ik zeker of ik dood ben?!

Hij bubbelt wat bloed op en begint te schreeuwen.

Brasem: NEE, het zou heel goed kunnen dat ik nog leef en AS WE SPEAK dove kinderen help oversteken tijdens het spitsuur! De kans is SUPERGROOT dat ik NU aan het skiën ben in Colorado met tien Playmates en een rugzak vol poffertjes! Hoogstwaarschijnlijk leg ik OP DIT MOMENT de laatste hand aan mijn roman ‘Vormloos verlangen in een aangeharkt park’! Ja, weet je wat, ik weet VRIJWEL ZEKER dat ik EIGENLIJK het Pentagon aan het toespreken ben, in BIKINI, met een ananas op mijn hoofd!

Hij hijgt. Zijn rugvin laat los.

Brasem: DOOD, vraag je.. ?!

Hij houdt zijn adem in. Ik ben duidelijk iets op het spoor.

Dan sta ik op, met natte knieën, mijn ogen op hem gefixeerd, en net als ik mijn laatste vraag wil stellen zakt hij weg. De brede brasem dwarrelt zwaar naar de bodem. Ik hoor nog wat gesmoorde kreten. De vis stikt.

Dan wordt het stil.

In de verte vliegt een reiger.

Over de auteur: Marnix Pauwels

Marnix Pauwels was geen schim van wie hij is. In zijn vrije tijd verzamelt hij borsten.

Gepubliceerd door

Marnix Pauwels

Marnix Pauwels was geen schim van wie hij is. In zijn vrije tijd verzamelt hij borsten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *