Cultuur: Neuzen in het archief van Joost Zwagerman

joostzwagermanAuteur Joost Zwagerman heeft zijn literaire archief geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. TIJM Magazine mocht alvast een beetje neuzen door het tien meter strekkende archief. Tussen de foto’s, brieven en plastic tassen van de Jumbo, deden we enkele opmerkelijke vondsten.

Het genie Zwagerman
Voor liefhebbers van de Nederlandse literatuur is het een feest om door het archief van Zwagerman te struinen. De talloze archiefkasten mogen er stoffig en onbeduidend uitzien, eenmaal geopend vertellen ze een uniek verhaal. Met elke openzwaaiende kastdeur komt dat verhaal meer tot leven.

Zwagerman moet al op jonge leeftijd geweten hebben dat hij grootse dingen zou vervaardigen; hij heeft van jongs af aan minutieus zijn stappen daartoe gedocumenteerd en gearchiveerd. We zien hoe Joost al in zijn kleutertijd experimenteerde met verschillende kunstvormen. Tegendraads als hij is, bewandelt Zwagerman als beeldend kunstenaar de omgekeerde weg. Waar velen – Piet Mondriaan, om maar een voorbeeld te noemen – gedurende hun carrière steeds abstracter werken, begint de driejarige Joost al met expressief en non-figuratief werk. Via geometrisch-abstracte kunst en impressionistisch werk, ontwikkelt hij zich tot hij op zijn achtste nog strikt naturalistische en figuratieve werken produceert. Deze eigengereidheid toont dat hier een genie zich aan het ontwikkelen is.

Fijnzinnige ironie
De auteur Zwagerman zien we onder meer terug in een niet geringe collectie teennagels uit de jaren ’74-’85. De zak nagels heeft de titel ‘A Portrait of the Artist as a Young Man’ meegekregen, wat gezien kan worden als een voorbode van de fijnzinnige ironie waar hij later beroemd om zou worden.

Uit de periode van de net doorgebroken schrijver vinden we vooral briefwisselingen terug. Zoals met de door hem bewonderde muzikant Sugar Lee Hooper en de in onmin geraakte hermetisch dichter Leopold de Klein. Ook de ruim 7.000 foto’s waarop Joost in kleine kring college geeft zijn adembenemend. We zien hem college geven aan zijn neef over postzegels, aan de groenteman over mandarijnen, aan zijn vader over het gebruik van de puntkomma; en 482 foto’s van Joost die college over Amerikaanse popcultuur geeft aan zijn dealer.

En zo vielen wij met onze neus van de ene ontdekking in de andere boter. Manuscripten van ongepubliceerde videorecorderhandleidingen, gescheurde boterhamzakjes, liefdesgedichten, JA/NEE-stickers en – opmerkelijk – honderden matige schetsen van zichzelf met ontbloot bovenlijf op een paard.

Pronkstuk

Het archief van Joost Zwagerman
Het archief van Joost Zwagerman

De grootste verrassing was echter toen wij achteruit een ladekast een niet eerder ontdekte drol van de auteur konden opdiepen. Een prachtig klein drolletje met verschillende diepere lagen en een ragfijne structuur. Navraag bij de auteur leert dat het hoogstwaarschijnlijk om een drol uit het voor hem zeer succesvolle jaar 2007 gaat. Zwagerman: “Ik schreef destijds dag en nacht aan de roman Duel. De drol is vermoedelijk in de la beland zodat ik er later verder aan kon werken. Dat is er nooit meer van gekomen. Zonde.”

Directeur Aad Meinderts van het Letterkundig Museum in Den Haag heeft al toegezegd dat de drol een mooi plekje toegewezen krijgt in zijn museum. “Het werk van Zwagerman past goed bij de expositie Selfmade met foto’s van Heleen van Royen”, aldus Meinderts. “We overwegen een zaal in te richten voor Zwagerman met de titel Selfmade II. De drol moet het pronkstuk worden.” Meinderts noemt de niet eerder ontdekte drol het beste werk van Zwagerman sinds jaren. “Eerlijk is eerlijk: na Gimmick! heeft Zwagerman eigenlijk geen grootse werken meer aan zijn oeuvre toegevoegd. We zijn blij dat hij met dit meesterwerk weer helemaal terug is.”

Cc-foto: Krimidoedel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *