Recensie: De Trailer van Red Knot

Red Knott
Dir: Scott Cohen

Afgaande op de volledig onbegrijpelijke trailer is Red Knot een film over de kwetsbaarheid van onze balans met de ons omringende ecosystemen. De film behandelt nochtans het controversiële Barentz2020-project en de slechte invloed van de olieindustrie op de maatschappelijke prioritering van duurzaamheid.

Pinguïnrobots
Mike (Vincent Kartheiser), een Noorse guerillastrijder, neemt het samen met zijn vriendin Susan (Olivia Thirlby) op tegen een arsenaal aan op afstand bestuurbare pinguïnrobots. Die worden door Shell en Statoil ingezet tegen de lokale Samibevolking. Al snel blijkt dat de pinguïnrobots niet de enige tegenstander van Mike en Susan zijn. De Sami trachten met koevoeten de ijskap handmatig te doen ontmantelen om haar meer noordwaarts terug op te stapelen. Zo hopen zij het terugtrekken van de ijskappen een halt toe te roepen.

Johann Peacock (Bily Campbell), de objectum-seksuele kapitein van het schip, blijkt als hij met zijn broek op de knieën in het machineruim met een pak okapimelk wordt betrapt door Susan, geen vaarbrevet te bezitten. De bemanning eist tekst en uitleg, maar dan krijgt Peacock een TIA en kan enkel nog het woord “Emme” uitbrengen, een thema dat vaker voorkomt in de films van Scott Cohen.

Geëngageerd sferisch drama
Wanneer het schip op volle zee dan plots panne krijgt en ook de radio niet meer blijkt te werken, realiseren Mike en Susan zich zeker maar vast dat er zich een mol aan boord bevindt. Rap vervalt de bemanning dan tot anarchie en Susan zinkt onvermijdelijk steeds dieper weg in een orgie van drugs- en alcoholmisbruik. De Sami besluiten Susan uiteindelijk tegen haar goesting te ontvoeren en zich ritueel aan haar te vergrijpen om zo een positievere invloed te krijgen op de agenda van Mike, maar deze vat het gebaar verkeerd op. Het volstrekt onverwachte einde laat zich alleszins raden.

Red Knot is een geëngageerd sferisch drama dat doorheen de ganse film een nieuw licht werpt op het probleem van leefomgevingsverandering. Zuiver, ongeveinsd in haar puurheid start Red Knot in een razend tempo, maar slaagt er jammerlijk niet in tot het einde te boeien. De acteerprestaties van Campbell laten soms te wensen over. Wij waarderen dit magnum opus van Cohen met 1 op 5 tijmtakjes.

takjes1uit5

 

Herman Etterbroecks, vice-voorzitter van het Vlaams Genootschap voor de Cinematografie bekijkt maandelijks de nieuwste filmtrailers voor TIJM.

Cultuur: Neuzen in het archief van Joost Zwagerman

joostzwagermanAuteur Joost Zwagerman heeft zijn literaire archief geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. TIJM Magazine mocht alvast een beetje neuzen door het tien meter strekkende archief. Tussen de foto’s, brieven en plastic tassen van de Jumbo, deden we enkele opmerkelijke vondsten.

Het genie Zwagerman
Voor liefhebbers van de Nederlandse literatuur is het een feest om door het archief van Zwagerman te struinen. De talloze archiefkasten mogen er stoffig en onbeduidend uitzien, eenmaal geopend vertellen ze een uniek verhaal. Met elke openzwaaiende kastdeur komt dat verhaal meer tot leven.

Zwagerman moet al op jonge leeftijd geweten hebben dat hij grootse dingen zou vervaardigen; hij heeft van jongs af aan minutieus zijn stappen daartoe gedocumenteerd en gearchiveerd. We zien hoe Joost al in zijn kleutertijd experimenteerde met verschillende kunstvormen. Tegendraads als hij is, bewandelt Zwagerman als beeldend kunstenaar de omgekeerde weg. Waar velen – Piet Mondriaan, om maar een voorbeeld te noemen – gedurende hun carrière steeds abstracter werken, begint de driejarige Joost al met expressief en non-figuratief werk. Via geometrisch-abstracte kunst en impressionistisch werk, ontwikkelt hij zich tot hij op zijn achtste nog strikt naturalistische en figuratieve werken produceert. Deze eigengereidheid toont dat hier een genie zich aan het ontwikkelen is.

Fijnzinnige ironie
De auteur Zwagerman zien we onder meer terug in een niet geringe collectie teennagels uit de jaren ’74-’85. De zak nagels heeft de titel ‘A Portrait of the Artist as a Young Man’ meegekregen, wat gezien kan worden als een voorbode van de fijnzinnige ironie waar hij later beroemd om zou worden.

Uit de periode van de net doorgebroken schrijver vinden we vooral briefwisselingen terug. Zoals met de door hem bewonderde muzikant Sugar Lee Hooper en de in onmin geraakte hermetisch dichter Leopold de Klein. Ook de ruim 7.000 foto’s waarop Joost in kleine kring college geeft zijn adembenemend. We zien hem college geven aan zijn neef over postzegels, aan de groenteman over mandarijnen, aan zijn vader over het gebruik van de puntkomma; en 482 foto’s van Joost die college over Amerikaanse popcultuur geeft aan zijn dealer.

En zo vielen wij met onze neus van de ene ontdekking in de andere boter. Manuscripten van ongepubliceerde videorecorderhandleidingen, gescheurde boterhamzakjes, liefdesgedichten, JA/NEE-stickers en – opmerkelijk – honderden matige schetsen van zichzelf met ontbloot bovenlijf op een paard.

Pronkstuk

Het archief van Joost Zwagerman
Het archief van Joost Zwagerman

De grootste verrassing was echter toen wij achteruit een ladekast een niet eerder ontdekte drol van de auteur konden opdiepen. Een prachtig klein drolletje met verschillende diepere lagen en een ragfijne structuur. Navraag bij de auteur leert dat het hoogstwaarschijnlijk om een drol uit het voor hem zeer succesvolle jaar 2007 gaat. Zwagerman: “Ik schreef destijds dag en nacht aan de roman Duel. De drol is vermoedelijk in de la beland zodat ik er later verder aan kon werken. Dat is er nooit meer van gekomen. Zonde.”

Directeur Aad Meinderts van het Letterkundig Museum in Den Haag heeft al toegezegd dat de drol een mooi plekje toegewezen krijgt in zijn museum. “Het werk van Zwagerman past goed bij de expositie Selfmade met foto’s van Heleen van Royen”, aldus Meinderts. “We overwegen een zaal in te richten voor Zwagerman met de titel Selfmade II. De drol moet het pronkstuk worden.” Meinderts noemt de niet eerder ontdekte drol het beste werk van Zwagerman sinds jaren. “Eerlijk is eerlijk: na Gimmick! heeft Zwagerman eigenlijk geen grootse werken meer aan zijn oeuvre toegevoegd. We zijn blij dat hij met dit meesterwerk weer helemaal terug is.”

Cc-foto: Krimidoedel

Studentencolumn: Nischa al-Baghindra

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, stelt TIJM Magazine maandelijks één pagina geheel ter beschikking aan studenten van het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Het werk van de studenten wordt zonder tussenkomst van de redactie doorgeplaatst in het kader van het leerwerktraject ‘Doortijmen!’. Deze keer: Nischa al-Baghindra, eerstejaars Journalistiek en Verzorging.

Gastcolumn

Nischa4
Foto: Leroy Haverberg, eerstejaars Crossmediale Vrijetijdsstudies.

In Nederland mag iedereen een mening hebben en als je die mening maar lang genoeg ventileert, word je vanzelf wel een keer gevraagd om ergens een gastcolumn te schrijven. Maar wee je gebeende als je als gast van de vrijheid gebruik maakt om tegen de ruif te schoppen.

Het woord gastcolumn staat niet in de Dikke Van Dale, vandaar dat ik de woorden ‘gast’ en ‘column’ apart heb opgezocht. Volgens de Van Dale is een gast onderandere ‘iemand die op bezoek is’. Een column is ‘een regelmatige bijdrage aan een krant, tijdschrift of site met een bijzondere eigen inhoud.’

Hieruit zou dus kunnen volgen, dat een gastcolumn een regelmatige bijdrage aan een krant, tijdschrift of site met een bijzondere eigen inhoud is van iemand die op bezoek is. En dat kan dus niet, want ik ben door TIJM gevraagt om éénmalig een bijdrage te leveren als gastcolumnist. Dat maakt mij dus iemand die op bezoek is én een regelmatige bijdrage met een bijzondere eigen inhoud leverd!

Zo voelt het eigenlijk al dit hele propedeusejaar aan de opleiding Journalistiek en Verzorging aan het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. En misschien wel al mijn hele leven in dit samenleving. Ik heb als jonge studente van niet-westerse afkomst (mijn ouders kwamen naar Nederland toen ik 4 was) voortdurend het idee dat mij aan de ene kant gevraagd wordt om een regelmatige bijdrage met een bijzondere eigen inhoud te leveren, terwijl mij tegelijkertijd steevast duidelijk word gemaakt, dat ik toch slechts op bezoek ben.

Ik merkte dit bijvoorbeeld onlangs tijdens de Zwartepieten discussie, toen men op school vroeg hoe ik hier als nieuwkomer tegenaankijk. Ik vertelde dat ik als kind enorm moest huilen toen ik voor het eerst werd geconfronteerd met die rare, zwartgeschminkte paljassen, omdat ik dacht dat het ‘Bok Yehudam’ waren, een soort kwade sprookjesfiguren waarmee kinderen worden banggemaakt in mijn geboortestreek. Ik was als de dood dat die vreemde wezens met zwarte krullen het op mijn gouden oorbellen hadden voorzien en me in de zak mee naar hun ‘synagom’ of rovershol zouden meenemen. Begrijpelijke kinderangsten. Maar sindsdien ben ik dus voor sommigen een paria en word mij verweten een xenofobe anti-semiet te zijn. Hetzelfde geld voor de vreselijke gruweldaden die door Islamitische Staat worden gepleegd. “Wat vindt jij daar nu van Nischa, wat er allemaal gebeurt, uit naam van jou geloof?” Vroeg een docent mij laatst tijdens de les cultuurgeschiedenis. Toen ik antwoordde dat wij van huis uit Zoroastriërs zijn, schudde hij meewarig het hoofd en ging hij verder met het onderwerp apologetiek. Arrogantie als panachee tegen onkunde?

Ik spreek mijn moedertaal helaas niet zo goed als ik zou willen, maar één spreekwoord ken ik uit mijn hoofd en wil ik graag met u, bevooroordeelde zeer waarschijnlijk autochtone mannelijke lezer van middelbare leeftijd delen: “Tsach olai betsi ba’arom, da m’sjoela müzêrbet tabukla kütü. Çot am al madir tabuk.” Ofwel, vrij vertaald: “Het is niet de gast die de gastheer laat zien hoe vuil zijn kippenhok is. Het zijn zijn kippen.”

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek en Verzorging aan het Van Olphen Instituut in Nieuwegein.

Tech: Boko Haram bedreiging voor Nigeriaanse email-startups

africa
Een foto van Afrika

Van uw redacteur Tech, in samenwerking met de Afrika-redactie

De Nigeriaanse economie heeft steeds meer te lijden onder de aanslagen van terreurbeweging Boko Haram. Daarbij zijn de ogen vaak gericht op de lucratieve olie-industrie van het land, maar ook de jonge ondernemers die de informatica-campus bevolken hebben het zwaar. Verschillende rapportages laten een daling van 60% in het laatste kwartaal van 2014 zien. Cijfers over de beginmaanden van 2015 zijn nog niet voorhanden, maar het ligt in de lijn der verwachting dat de gevolgen nog dramatischer zullen zijn. De ondernemers die voor hun inkomsten geheel afhankelijk zijn van het versturen van e-mails volgens het zogenaamde 419 verdienmodel wordt het werken steeds vaker onmogelijk gemaakt.

Gewurgd door geopolitiek islamisme
Inoma Nnakeme, een gezonde 27-jarige jongeman die in 2013 nog 10 mensen in dienst had, spreekt van een ramp. Nnakeme, die zijn emails steevast ondertekent met ‘Honoray Dr. Richard Ben Johnson’ over de crisis: “Niet alleen worden onze activiteiten door de Boko Haram strijders als, nouja, ‘haram’ gezien, onze dagelijkse werkzaamheden hebben vooral te lijden onder de onrust onder de rest van de bevolking”. Van een gezond werkklimaat is ook volgens de ondernemers van ‘Timeshare Income Unlimited’ nauwelijks meer sprake, al ontkennen zij direct bedreigd te zijn door de Islamitische strijders. “Het is vooral de dagelijkse gang van zaken die steeds vaker onder druk komt te staan door plunderingen, verkrachtingen en begrafenissen.” De gemeenschap van ondernemers slaat dan ook groot alarm.

Nadat de vindingrijke Nigeriaanse nerds eerder succesvol afstand wisten te nemen van enige ebola-dreiging dreigen zij nu in de geopolitieke strijd het onderspit te delven. De beschuldigende vinger gaat daarbij telkenmale naar de strijders die gezond ondernemerschap onmogelijk blijven maken. De situatie is precair omdat het schrijven van de juiste content opperste concentratie vergt, het hinderen van het emailverkeer is volgens velen ‘onislamitisch’ en een lokale prins verklaarde dat hinder die ze ondervinden ook “niets met de Islam te maken” had. Door de internationale kritieken op het binnenlandse ondernemersklimaat kampten de Nigerianen al jaren met tegenvallende resultaten, en de tech-campus was net herstellende van de complicaties die het zakendoen in een nieuwe wereld met zich meebrengt.

Nnakame in het gloednieuwe kantoor van Nigerian Email Scam Inc.
Nnakame in het gloednieuwe kantoor van Nigerian Email Scam Inc.

Russische beer
De Nigerianen zeggen verder last te hebben van het “schandalige politieke spel van Rusland”. Ook hier profiteert Rusland namelijk van de stand-off tussen het Westen en Islamistische strijdgroepen: uit eigen onderzoek van Tijm blijken 419 mails niet alleen in in aantal én winstgevenheid af te nemen datingsites, dé Russische specialiteit, lieten in hetzelfde tijdvak een winstmargestijging van 21 procentpunt zien.

Volgens insiders wordt er steeds vaker gespeculeerd over een Nigeriaanse boycot van Israel, vanwege het ‘ontegenzeggelijke feit’ dat het Palestinaconflict ten grondslag ligt aan de gruwelijkheden, en daarmee de Russische dominantie op mailgebied. Nnakeme, die anderszins geen goed woord over heeft voor de Boko Haram strijders, wijst er daarnaast op dat ook West-Europa haar verantwoordelijkheid dient te nemen. Zo zijn negen van de tien faillissementen in Nigeria een rechtstreeks gevolg van sociaal-economische problemen die hun oorzaak vinden in de kruistochten. Daadwerkelijk afstand nemen van de gewapende strijd noemt hij eveneens ‘prematuur’.

Cc-foto’s: Ralph Rybak en IICD

Vergeten Geesten: Leopold de Klein – De dichter die moslim werd

nadruppelenVeel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere maand een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt.

Leopold de Klein
Leopold de Klein’s werk beleefde een kortstondige roem in het woelige jaar 1972. Zijn vroege gedichten werden gekenmerkt door een diepgevoelde hekel aan de kleinburgerlijke moraal. Deze zijn waarschijnlijk het meest bekend door de interpretaties van de bundel ‘Een Bruin Hol in de Grond’ door zijn voormalige boezemvriend en Lacaniaanse symboolanalist dr. Herman Rogaar.

Wij troffen Rogaar in zijn woning aan de Ceintuurbaan. Rogaar: ‘Ik heb al zeker 40 jaar niets meer van Leopold gehoord. Leopold en ik hebben samen gestudeerd; ikzelf kwam uit de polder, maar begon mij vanaf 1965 te verdiepen in de Nederlandse Surrealistische Beweging, vooral in de associatieve poëzie van Stefan ten Kate. Op Leopold had deze schrijver een diepgevoelde invloed, zij woonden zelfs enige tijd samen in Ten Kate’s souterrain op de Elandsgracht. Vanaf dat moment leek hij een compleet ander mens te worden. Hij suggereerde dat ik hem alleen maar als onderzoeksobject zag en de niet-erotische kanten van zijn werk negeerde’.

Regenwassing
In 1982, tijdens een fietsvakantie door Cambodja, kwam De Klein hard ten val. Hij brak daarbij zijn scheenbeen en moest zijn fiets in de jungle achterlaten. Na elf dagen kruipen naar de bewoonde wereld had hij door honger en uitputting een spirituele ervaring. De Klein bad voor het eerst sinds zijn katholieke jeugd weer tot God. Vlak voor hij definitief zou bezwijken brak een hoosbui los en werd hij gered door vier toevallig langs reizende zouthandelaren van het Chamvolk, welke zich door de plotselinge regenval genoodzaakt zagen om beschutting te zoeken in de grot waar De Klein zich verschanst had.

Bij de Cham kon De Klein aansterken en kwam hij in aanraking met de rituelen en overtuigingen van de Cham-islam, een orthodox-soennitische leer aangevuld met enkele oude boeddhistische gebruiken. De Klein refereerde later aan die tijd als zijn ‘regenwassing’. Hij kon alle aardse ballast in de Cambodjaanse jungle achterlaten.

Nadruppelen
In 1983 bekeerde De Klein zich officieel tot de islam. Hij veranderde zijn naam in Lonny Abdul Mohammed, en betrok met zijn kat een woning in Casablanca, waar hij zijn dagen spendeert met zijn houseboy Achmed. De erotische bundel ‘Strandliefdes in Marokko’ kon in het Nederland van de jaren ’80 niet meer op een warme ontvangst rekenen: pogingen om de hermetische teksten in de Gaykrant gepubliceerd te krijgen konden op weinig sympathie rekenen van de eermalige hoofdredacteur. De Klein schreef sindsdien nog één – matig ontvangen – bundel: ‘Nadruppelen’. Wel werd hij in 1993 bekroond met de Tofimovprijs voor zijn hele oeuvre. De prijs – een gouden karwats – gooide hij datzelfde jaar nog demonstratief in het Oued-Hassar stuwmeer, omdat de Nederlandse staat de toelage voor in het buitenland woonachtige dichters halveerde.

Zakelijk: “Nederland moet weer durven durven”

Frits van de Witte tijdens één van zijn inspiratiesessies.
Frits van de Witte tijdens één van zijn inspiratiesessies.
Frits van de Witte is een optimist. Hij ziet een stijgende lijn in het aantal ondernemers in Nederland. Desondanks mist hij de échte ambitie in ons land en zijn er volgens hem nog maar weinig mensen die risico’s durven te nemen om te groeien. ‘Heb je als ondernemer geen groeiambitie, dan kun je beter, nou ja, geen ondernemer worden,’ aldus de ras-entrepreneur.

Uw boek over groeiambitie, Kansen grijpen – ook wanneer deze tegenstribbelen, behaalde een top-notering. Het staat momenteel op de tweede plaats in de lijst managementboeken. We horen ook steeds meer geluiden dat groei helemaal niet nodig is. Dat we aan onze planeet moeten denken.
Daar ben ik het ab-so-luut niet mee eens. Wie zo denkt is geen ondernemer. De markt wordt gedomineerd door winnaars en hoor je daar niet bij, dan ben je dus een verliezer. Een loser, zeggen ze ook wel in het buitenland. Daar kom ik vaak. Mshindwa zeggen ze in het Swahili. Maar wanneer je groeit, ben je een winnaar. Dan kun je zoveel meer qua investeren en innoveren, en dat geeft energie. Of pungao, zoals de Maori zeggen. Die zitten ook boordevol energie. Je kunt ook nooit genoeg bezitten. Bezit, daar hebben ze in veel landen niet eens een woord voor.

In uw boek schrijft u over een tekort aan VOC-mentaliteit. We zijn een land geworden van marginale zeurpieten. Hoe kunnen we dit tij keren?
Om te beginnen door onze ambities op te schroeven en weer te durven durven. Zelf ben ik enorm geïnspireerd door managementgoeroe Veerindar Abahijeevan. Ik ben naar India afgereisd om een lezing van hem bij te wonen. Een energie dat er van die man uitging, fantástisch. Wat een dynamiek. ਡਾਇਨਾਮਿਕ zeggen ze daar. Maar hij adviseerde dus het buikdenken. Het denken vanuit ons aangeboren instinct. Ze hebben daar in die kringen een gezegde, wat vrij vertaald iets is als: wat in de buik zit, liegt niet. Je lichaam weet welke richting je op moet, veel eerder dan het hoofd. Daar moet je naar luisteren.

Op welke manier zien wij dit terug in uw eigen ondernemerschap?
De huidige tijd vraagt om innovatie en soms houdt dat in dat we terug moeten grijpen naar beproefde methodes. We moeten in Nederland weer zwart-wit durven denken. De VOC-mentaliteit dus. Morgen vertrekken we op een eerste expeditie naar De Zuid. Net als vroeger met een aantal schepen het ruime sop kiezen. Onder de grenzen van ons veilige Europa ligt een hele wereld klaar om ontdekt te worden.

Bedoelt u soms Afrika?
De Nieuwe Wereld, noem ik het.

Ja, maar…
Ho, stop. Ik weet waar u naartoe wilt. Dat hoor ik namelijk vaker wanneer ik mijn plannen uit de doeken doe. Maar dan vraag ik u, wat als Columbus thuis was gebleven en nooit Amerika had ontdekt? Of dichter bij huis, als Abel Tasman nooit naar Nieuw-Zeeland zou zijn gevaren? Bedenkt u eens in wat voor karige wereld wij dan zouden hebben geleefd. Dat een continent bewoond is en mogelijk zelfs al eerder ontdekt, is geen enkele reden om dat niet gewoon nog eens te doen. Dát is de VOC-mentaliteit.

Ik… ik weet niet zo goed…
De Nieuwe Wereld, yangi dunyo in het Oezbeeks, ligt vol mogelijkheden. En dan heb ik het dus niet eens alleen over de grondstoffen. Natuurlijk, ik heb het vermoeden dat het land mogelijk rijk is aan mineralen en misschien zelfs olie, maar dat is allemaal secundair. Ik denk voornamelijk aan human capital. We moeten minder in producten denken, en meer in mensen. Niet meer dat verouderde mantra van out-of-the-box-denken. Nee, ouderwetse mankracht. Hup, die box in. Overigens is dat ook het onderdeel van de expeditie waar ik de meeste reacties op heb gekregen. Het was tegen het zere been van velen, maar ik trek er geen woord van terug.

Goed. Heeft u tot slot nog een boodschap voor startende ondernemers?
Dat we best iets trotser mogen zijn op onze succesvolle ondernemersgeschiedenis. Toen ik in de jaren tachtig begon met ondernemen was een dergelijk plan not done. Maar de houding jegens ondernemerschap is omgeslagen, men is er klaar voor. Grijp die kansen, боломж in het Mongools. En blijf ambitieus, zoek die groei. De wereld verandert en als je daar als ondernemer in mee wilt, dan is het bovenal noodzaak mijn boek te kopen. Misschien is die eerste plaats nog wel haalbaar, ook dat is groei.

Interview met dingen: Dode brasem

brasemRik Nix is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor de dingen om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met een dode vis.

Ik zie ‘m liggen in de sloot als ik naar mijn stamkroeg fiets, en stap af. Hij ligt half in het riet, met kromme rug en glazige ogen. Het is een flinke brasem. Hij stinkt.

Rik: Goeiemiddag!

Brasem: Insgelijks.

Aan zijn rug hangen witte rafelige plukken, die heen en weer bewegen in de lichte deining van de sloot. Hij kijkt me aan. Denk ik.

Rik: Hoe ligt dat nou zo, in het water, op een doordeweekse woensdag, in het zonnetje?

Hij schrikt. Heb ik het idee.

Brasem: Is het alweer woensdag? Verdomme, dan heb ik waterpolo!

Hij probeert uit het riet te schuiven, maar dat blijkt lastig, als dode vis zijnde. Ik hoor ‘m stevig vloeken. Dan ga ik op mijn hurken zitten in het natte gras, en bekijk ‘m van dichtbij. De geur van afgestorven schubben en broeierig vissenvlees walmt mijn kant op. Zijn wittige linkeroog is op mij gericht. Geloof ik. Hij straalt een zekere irritatie uit.

Rik: Hoe komt het eigenlijk, uw, eh, staat, van ontbinding?

Hij slaat zijn ogen ten hemel. Of niet, want dat is niet helemaal duidelijk.

Brasem: Ik ben fucking dóód!

Dan kijkt hij weg, denk ik. Dit is kennelijk een lastig onderwerp. Ik voel instinctief dat ik nu moet doordrukken, dat het hier te halen is. Dit is waar ik het allemaal voor doe! Ik pak een denkbeeldig stokje.

Rik: Weet u dat zeker?

Ik kijk ‘m strak aan met half opgetrokken wenkbrauwen en zonder met mijn ogen te knipperen, een ouwe techniek die ik leerde toen ik voor The New York Times een reportage maakte over bevers met knaagvrees.

Het begint te waaien. De deining neemt toe, en de brasem draait een rondje. Er steekt een forse graat uit zijn rug, valt me op.

Hij kijkt me weer aan. Heb ik het idee.

Brasem: Weet ik zeker of ik dood ben?!

Hij bubbelt wat bloed op en begint te schreeuwen.

Brasem: NEE, het zou heel goed kunnen dat ik nog leef en AS WE SPEAK dove kinderen help oversteken tijdens het spitsuur! De kans is SUPERGROOT dat ik NU aan het skiën ben in Colorado met tien Playmates en een rugzak vol poffertjes! Hoogstwaarschijnlijk leg ik OP DIT MOMENT de laatste hand aan mijn roman ‘Vormloos verlangen in een aangeharkt park’! Ja, weet je wat, ik weet VRIJWEL ZEKER dat ik EIGENLIJK het Pentagon aan het toespreken ben, in BIKINI, met een ananas op mijn hoofd!

Hij hijgt. Zijn rugvin laat los.

Brasem: DOOD, vraag je.. ?!

Hij houdt zijn adem in. Ik ben duidelijk iets op het spoor.

Dan sta ik op, met natte knieën, mijn ogen op hem gefixeerd, en net als ik mijn laatste vraag wil stellen zakt hij weg. De brede brasem dwarrelt zwaar naar de bodem. Ik hoor nog wat gesmoorde kreten. De vis stikt.

Dan wordt het stil.

In de verte vliegt een reiger.