DWDD vanavond volledig gewijd aan Charles Aznavour

Vanwege het overlijden van Leonard Cohen staat De Wereld Draait Door vanavond volledig in het teken van de minstens zo legendarische Franse chansonnier Charles Aznavour.

Jeroen Krabbé, Bart van Loo

Aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk schuiven gasten aan die betrokken zijn bij de zanger die in Nederland vooral bekend is van zijn wereldhit ‘She’ uit de film ‘Notting Hill’. Jeroen Krabbé heeft al sinds het midden van de jaren zeventig een bijzondere band met Aznavour en spreekt hem regelmatig over muziek, film, het leven en natuurlijk schilderkunst. De Belgische auteur Bart van Loo zal op zijn herkenbare, eloquente wijze alle songteksten van Aznavour duiden.

Leo Blokhuis, Prem Radhakishun, Frénk van der Linden

Popprofessor Leo Blokhuis legt in een kort college de link tussen Aznavour en Bob Dylan, op wiens oeuvre Leonard Cohen in een interview uit 2011 jaloers zei te zijn. Verder Prem Radhakishun die in zijn tijd als advocaat een cliënt had die bij alle concerten van Aznavour in de Benelux was geweest en Frénk van der Linden die gewoon zijn eigen visie op het fenomeen Aznavour geeft.

Lucky Fons III, Wende Snijders, Nico Dijkshoorn

Muziek is er van Lucky Fons III en Wende Snijders die een speciaal voor deze gelegenheid door Jan Rot in het Nederlands vertaalde versie van ‘Suzanne‘ ten gehore zullen brengen. Hun optreden wordt visueel opgeluisterd met dans door Nico Dijkshoorn.

De Wereld Draait Door is vanavond om 19.00 uur te zien bij de VARA op NPO1.

Poetin: Rusland toch winnaar Songfestival

President Poetin heeft het Russische volk gefeliciteerd met de ‘grootse overwinning’ bij het Eurovisie Songfestival. Zaterdagavond won de Oekraïense Jamela, maar volgens Poetin is het een kwestie van weken voor Oekraïne wordt toegevoegd aan het grote Russische Rijk, zodat de Russen zich toch al voor kunnen bereiden op de organisatie van het liedjesfestival in 2017.
Lees verder Poetin: Rusland toch winnaar Songfestival

RIP: Weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden

RIP: Weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden

Donderdagavond is weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden. De zeiklegende was de laatste dertig jaar totaal niet relevant of überhaupt om aan te horen, maar je ouders zijn vooral bedroefd omdat hun toch al langzaam vervagende herinneringen nu geen kapstok meer hebben om aan te hangen.

De muzikale held van je ouders werd ergens diep in het vorige millennium geboren. In dat millennium was hij enkele jaren zeer invloedrijk met nummers als ‘Oef, dit klinkt oud’ en ‘Heb je geen sneller deuntje’. De sterrenstatus steeg de muzikale held daarna snel naar de kop, waardoor hij zich enkel nog gedroeg als totale bokkenlul en zelfs voor je ouders geen acceptabele muziek meer wist te maken.

‘King of Kutmuziek’
De ‘King of Kutmuziek’ overleed donderdag aan een combinatie van grootheidswaan, middelenmisbruik en best wel zielige eenzaamheid. De rest van de week zal in het teken staan van bejaarden die in allerhande televisieprogramma’s waar je ouders naar wilen kijken flarden van herinneringen opdiepen uit de mist die hun geheugen is. Hij staat ook op YouTube, maar begin er maar niet aan.

Afbeelding: Een gitaar.

DWDD kreeg NIET betaald voor promotie Koningslied

Het VARA-programma De Wereld Draait Door kreeg niet betaald om reclame te maken voor het Koningslied. Dat blijkt uit het financieel jaarverslag van het programma dat TIJM Magazine in handen kreeg middels de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB). Eerder meldde de NOS dat de NPO DWDD en NPO Radio 2 had betaald om promotie te maken voor het Koningslied.

Hieronder een fragment uit het jaarverslag:

dwdd3

Fotoreportage:  Rellen na uitschakeling halve finale #esf15

kadersong

 

Hofstad geteisterd door Songfestivalhooligans

Wat begon als een volksfeest, eindigde afgelopen nacht in iets wat nog het meest weg had van een burgeroorlog. De uitschakeling van Nederland in de halve finale van het Songfestival deed de uitgelaten stemming plotseling omslaan in een grimmige sfeer. Fotograaf Ruben L. Oppenheimer was erbij en maakte deze schokkende reportage.

Teleurgestelde fans na de uitschakeling van Trijntje. In veel steden kwamen duizenden fans bijeen om de halve finale van het Eurovisie Songfestival op grote schermen te volgen. 

trijntroost

 

Direct na de halve finale kwam het in verschillende grote steden tot schermutselingen tussen de ME en dronken Trijntje fans. 

whydef2

Om middernacht heeft de politie het Haagse Jonckbloetplein schoongeveegd. In Den Haag waar traditioneel de meeste rellen rond het Songfestival plaatsvinden werden rond de halve finale in totaal ruim tachtig relschoppers voor openlijke geweldpleging en ordeverstoring gearresteerd.

whydef3

Troostfinale

Donderdag is de tweede halve finale tussen Brazilië en Duitsland. Nederland is na de uitschakeling veroordeeld tot de troostfinale bij het Songfestival van Ongebonden Landen. De inzending van de concurrenten in die troostfinale bekijkt u hier.

Muziek: Hoe jazzvirtuoos Willie Hermans furore maakte in Amerika

williehermans
Willie ‘Boulder Bucksy’ Hermans

Willie ‘Boulder Bucksy’ Hermans komt op 1 mei 1936 in het Achterhoekse dorp Hummelo en Keppel ter wereld als Wilbert Hermenegildus Gregorius Hermans. Hij maakt al jong kennis met jazz en is vooral onder de indruk van het geluid dat de trompet voortbrengt. Op tienjarige leeftijd wordt hij onder de hoede genomen van jazzmuzikant en oorlogsveteraan Dexter Manzie die hem de kneepjes van het vak bijbrengt en hem zijn eerste trompet cadeau doet. Hermans vertrekt uiteindelijk vanuit Hummelo en Keppel via Rotterdam naar New York, waar hij het podium deelt met Dave Brubeck. In de nachtclubs waar hij optreedt, legt hij de basis voor wat uiteindelijk bekend zal staan als ‘Backhook Bebop’, een improvisatievorm waar menig jazzmuzikant zich door laat beïnvloeden.

De vroege jaren
Als Hermans vijf jaar oud is, komt hij voor het eerst in aanraking met een geluid dat zijn leven voor altijd zal veranderen. Het dorpshuis wordt in die tijd bevolkt door een kleine divisie van het Duitse leger . De in het plaatsje gestationeerde soldaten vervelen zich. Ze komen de dagen door met drank, sigaretten en – sinds vader Hermans aan het werk is gezet in Duitsland – met Willies moeder. Met tegenzin die ze uit trots verborgen houdt, maakt ze de dagelijkse gang naar het dorpshuis. Maar zonder haar man zijn de Duitsers de enigen die ervoor zorgen dat haar voorraadkast gevuld blijft. Goed gevuld.

De kleine Willie hangt hele dagen in en rond het dorpshuis en leert, mede door zijn dyslexie, eerder een sjekkie draaien dan zijn naam spellen. Het dorp zelf mijdt hij het liefst. Hij is te jong om te begrijpen wat de oorlog precies is, ze komen thuis niets te kort en zijn moeder lijkt het prima te kunnen vinden met de Duitsers. Hermans wordt door dorpsgenoten uitgemaakt voor moffenjong. De kinderen gooien stenen naar hem. Maar Hermans is voor de duvel niet bang en klein als hij is, gaat hij met een ieder op de vuist die een kwaad woord over hem of zijn moeder spreekt. Het levert hem de bijnaam Bolderbokse op, een druktemaker.

Op een dag loopt hij langs de kamer waar commandant Müllner kantoor houdt en wordt getrokken door de klanken die door de open deur naar buiten komen. Müllner, in een goede bui, nodigt Hermans uit en zet hem in een van de grote stoelen. “Das ist Jazz,” legt de commandant uit. Willie is gevangen door de sound en zal vanaf die dag, zo vaak hij kan in het kantoor zijn om mee te luisteren naar de grammofoonplaten. Dit gaat enkele jaren zo door, tot hij het dorpshuis inloopt en alleen nog een puinhoop aantreft. De geallieerden rukken op en de Duitsers hebben hals over kop het dorp verlaten. In het kantoor staat een grote kartonnen doos met daarop een briefje: ‘Für Willie, meine kleine Leberknödel‘. Müllner heeft de grammofoon en de platen achtergelaten.

Het muzikale begin
Vader Hermans keert niet terug uit Duitsland en moeder ontwikkelt een dusdanig grote liefde voor het stoken en nuttigen van jenever, dat zij nauwelijks nog naar haar zoon omkijkt. Vriendjes heeft Hermans niet. Hij brengt zijn dagen door met de grammofoonplaten en vindt troost in het spel van Louis Armstrong en het eten van sprotreuzel, een plaatselijke delicatesse. De Amerikaan Dexter Manzie, een gepensioneerde legerkapelaan die na de oorlog als predikant in het dorp is blijven hangen, ontfermt zich over de jongen. Ze delen de liefde voor de jazz en Manzie blijkt een vaardig trompettist. Hij leert Hermans spelen en die blijkt talent te hebben. Het duurt niet lang voor Hermans beter speelt dan zijn meester. Dankzij Manzie stijgt het trompetspel van Hermans langzaam naar eenzame hoogte. Al is het maar omdat er, op Manzie na, in de wijde omgeving niemand anders jazz speelt. ‘Aj ne ende zeuven joar looplesse geeft, waggelt ze nog,’ wordt er in het dorp gemompeld wanneer hij langsloopt. Hij voelt zich onbegrepen.

Hermans heeft moeite met lezen en schrijven en kan op school moeilijk meekomen. Sjekkies draait hij nog altijd als de beste. Hij moet vaak blijven zitten en als hij op zestienjarige leeftijd gevraagd wordt om in de band van Gelderswoudenaren John Altman en Benny Horn te komen spelen, stopt hij direct met school en trekt naar het westen. Bij het afscheid doet Manzie Hermans zijn trompet cadeau. Hermans bezit nu voor het eerst een eigen instrument.

John Altman achter de piano, links Benny Horn op de trombone. Achterin een piepjonge Hermans.
John Altman achter de piano, links Benny Horn op de trombone. Achterin een piepjonge Hermans.

De oversteek
Hermans neemt uiteindelijk met Altman en Horn het album ‘Altman & Horn’ op, inmiddels een collector’s item, maar het zal bij die ene plaat blijven. De nummers zijn van uitzonderlijke kwaliteit, mede door de formidabele solo’s van Hermans. Op het nummer ‘The snowy hills love banjo’ bespeelt hij behalve trompet ook een zelf ontworpen neusfluit. Het trekt de aandacht van legendarische jazz-impresario Honeycomb Watkins die hem uitnodigt naar New York te komen. Hermans, die Gelderswoude eigenlijk al te ver van huis vond, staat niet direct te springen. Uiteindelijk laat hij zich overhalen en neemt de boot naar The Big Apple. Een tocht die onderweg de haven van Reykjavik nog aandoet en in totaal maar liefst twaalf weken duurt. De reis is geen succes.

Hermans brengt het grootste deel van de reis zeeziek en hangend over de reling door. Eenmaal in New York blijkt tot zijn ontsteltenis nergens sprotreuzel te vinden. Hij maakt direct rechtsomkeert, laat Honeycomb Watkins totaal verbouwereerd achter op de kade en komt na nog eens twaalf zeezieke weken weer aan in Rotterdam. Zijn plek in de band van Altman en Horn blijkt vergeven. Terug naar huis ziet hij ook niet zitten en dus neemt hij een drastische beslissing: hij tikt een blik sprotreuzel op de kop en stapt opnieuw op de boot. Geld voor deze tweede oversteek heeft hij niet, maar de kapitein gaat ermee akkoord dat Hermans het dek schrobt en ’s avonds voor het muzikale vermaak zorgt. Daar komt in de praktijk echter weinig van terecht, omdat ook nu Hermans hele dagen over de reling hangt.

Opkomst en ondergang
In New York vindt Hermans onderdak bij een ouder Joods homokoppel in de Upper East Side en aan de hand van Honeycomb Watkins betreedt hij het New Yorkse jazzcircuit. Watkins moedigt Hermans aan zijn naam wat op te leuken met een jazzy bijnaam. Hermans vindt het eigenlijk onzin, maar gaat toch overstag. ‘Do maar Bolderbokse,’ zegt hij in zijn beste Engels en zo staat hij die begindagen bekend als Willie ‘Boulder Bucksy’ Hermans from the Backhook. Het virtuose spel van Hermans blijft niet onopgemerkt. Op een avond speelt Hermans in dezelfde club waar later ook Dave Brubeck zal spelen. Brubeck begint inmiddels naam te maken en is op zoek naar een goede trompettist om zijn band completeren. Als hij Hermans hoort spelen, weet hij dat hij zijn man gevonden heeft.

Brubeck is lyrisch over zijn nieuwe aanwinst en geeft Hermans vrijwel elke avond flink de ruimte voor zijn solo’s. De rokerige café’s worden clubs, de clubs worden festivals. Brubeck is booming en met hem Willie ‘Boulder Bucksy’ Hermans. Waar Hermans eerst nog veilig en routineus speelde, begint hij nu meer en meer te experimenteren. En niet alleen met muziek. Terwijl Hermans improvisaties iedereen van verbazing doen omvallen, raakt hij achter de schermen meer en meer in de ban van de heroïne. Steeds vaker verschijnt hij met kapotte lippen op het podium. Wonderwel blijft hij zijn fabuleuze solo’s blazen, maar zijn conditie verslechtert en zijn lippen doen vrijwel altijd zeer. Hermans heeft het moeilijk. Het doek valt uiteindelijk na het legendarische optreden tijdens het New Port Jazz Festival. Hermans speelt de sterren van de hemel, maar zakt na afloop backstage in elkaar. Als hij weer bijkomt ontsteekt hij in woede en gaat Ray Charles, die juist het podium wil betreden, met een stemvork te lijf. Charles ziet het niet aankomen en loopt een diepe snee in zijn wenkbrauw op. Voor Brubeck is de maat vol, hij zet Hermans uit de band.

Nadagen
Hermans verhuurt zichzelf aan elk ensemble dat hem hebben wil en speelt bijna elke avond in dezelfde rokerige cafe’s waar hij begon. Het betaalt nauwelijks en er zijn dagen waarop hij op straat rondhangt en voorbijgangers om geld bedelt. Als hij op een avond via de artiesteningang van The Onyx Club naar binnen glipt om een optreden van Quincy Jones bij te wonen, krijgt hij het in de coulissen aan de stok met de meester zelf. Hermans blijkt niet tegen hem opgewassen en wordt met zijn eigen trompet afgeranseld. Gebroken neemt Hermans de volgende ochtend de beslissing terug naar Holland te gaan.

De tocht aan boord van een vrachtschip doet hem goed, in die zin dat hij noodgedwongen afkickt van zijn heroïneverslaving. Eenmaal terug in Nederland pakt hij de muzikale draad weer op en richt hij met vijf andere muzikanten The Willie Hermans Jazz Quartet op. Ze zijn enkele jaren een graag geziene act in de Nederlandse jazz scene. Dan, op 17 januari 1989, is alles voorbij. Vlak voor een optreden op het grote jazzfestival van Winterswijk, waar een reünie met Altman en Horn zal plaatsvinden, stort Hermans in. Hij wordt met acuut leverfalen naar het ziekenhuis gebracht, maar onderweg overlijdt hij. Hermans is 52 jaar geworden.

Nalatenschap
In 1997 ontvangt Hermans postuum de prestigieuze Golden Trumpeteer Award op het Boston Jazz Gala. Loftuitingen zijn er van Wynton Marsalis, Herbie Hancock, Sonny Rollins en zelfs Quincy Jones. Hermans wordt geroemd om zijn Backhook Bebop, de sound waar zij allen hun eigen muziek op hebben gebaseerd. Bij het verschijnen van dit artikel wordt in de gemeente Bronckhorst een begin gemaakt aan een standbeeld voor hun eigen Bolderbokse.

Hieronder het enige overgebleven filmfragment van Willie Hermans, waarin hij optreedt met de legendarische Dave Brubeck.

Cc-foto: William P. Gottlieb