Meisjescolumns

Druk. Met een hoofdletter D.

nischaabVorige week was het weer zo ver. Er was weer een hoop trammelant over een column. Het begon allemaal met de column van ene Ebru (ik moest googlen wie zij was) en daar schreef Mano (ik moest googlen wie hij was) weer een column over. Toen schreef Elfie (ik moest googlen wie zij was) daar weer iets over. En dan heb ik het nog niet eens over het getwitter over al die columns. Zo blijven we lekker bezig met ons druk maken over wie wat zegt.

Meisjescolumns
Maar daar blijft het niet bij. Er is nu ook veel ophef over columns geschreven door meisjes. Ophef is een fraai woord voor veel mensen die zich druk maken over iets. Nu vraag ik je; zijn er geen belangrijkere dingen om je druk over te maken? Er gebeurt op dit moment heel veel om je echt druk over te maken. Neem alleen al Griekenland als voorbeeld. Daar zouden we ons druk over moeten maken met een hoofdletter D.

Dom, met een kleine letter d, want je weet natuurlijk dat dit absoluut niet het geval zal zijn. We maken ons graag druk over andere zaken. Zo maakte ik mij laatste druk toen ik onder de douche stond mij klaar te maken voor een tinderdate (jaja) en toen bleek mijn shampoo op te zijn. In paniek heb ik toen een vriendinnetje ge-appt en zij kwam toen met spoed een fles shampoo brengen. Gelukkig konden wij wel lachen om deze malle situatie.

Zoals Kierkegaard al schreef: “Een mens is het product van zijn verbeelding, zonder de opsmuk van het bestaan.” De portee van deze woorden dringt pas echt tot je door als je met je handen in het haar zit, maar de shampoo nergens te bekennen is.

Malle situaties
Mij kennende beland ik wel vaker in dit soort malle situaties. Laatste stapte ik op een man af en toen ik vroeg waar hij werkte, vertelde hij dat hij iets deed voor De Fancy. Je weet wel, dat blad. Ik dacht eigenlijk dat het blad niet meer bestond. Maar een medeschrijver ontmoeten is altijd leuk. Toen ik vroeg voor welke rubriek hij schreef, barstte hij in lachen uit.

Hij bedoelde natuurlijk ‘defensie’. Toen hij naar de wc ging, ben ik afgedropen.

Dit was doodgaan met een hoofdletter D.

meisjescolumns

Cc-foto: Joe St.Pierre

Thema-essay: Vrijheid, wat is dat?

nischaabMet enige vermoeidheid neem ik kennis van het over het algemeen lage niveau waarop dit thema op de keper beschouwd wordt behandeld in de landelijke media. Ikzelf groeide op in een open Islamitisch gezin. Wij mochten aan tafel alles zeggen wat wij vonden en mijn vader vond ook dat wij de krant moesten lezen. Deze openheid is in Nederland in het debat over vrijheid van meningsuiting niet kritisch genoeg. Het debat gaat over vrijheid van zelfexpressie, iets wat naadloos past op deze narcistisch-exhibitionistische tweetende wereld. Tot treurens toe wordt daar ieder jaar het foutief aan Voltaire toegeschreven citaat aangehaald: ‘Ik kan uw mening nog zo abject vinden, maar ik zal uw recht verdedigen om die te uiten’. Dit moet zijn: ‘Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot mijn dood verdedigen’.

Onzelfkritische zelfexpressie
Het citaat is niet van Voltaire zelf: mijn moeder gaf me het boek waar het uit komt. Het is uit 1906 en gaat over deze notoire antisemiet. En ook dan nog, vrijheid van meningsuiting is mij een te abstracte notie, die op geen enkele manier toont wat vrijheid is. Mensen kunnen meningen hebben van hier tot Tokio, maar daarna begint het pas: waar zijn de inhouden, in plaats van louter procedurele criteria voor democratisch ‘debat’? Dit debat is intussen verworden tot een nogal absurd vertoon van onzelfkritische zelfexpressie. Op deze wijze zou ik net zo goed met een ribfluwelen voorbinddildo, een hoornen bril en rode naaldhakken het Wilhelmus kunnen zingen. En het recht dat te mogen doen kunnen we wel gezellig met zijn allen gaan verdedigen, maar ‘debat verwordt zonder kritiek of zelfkritiek al snel tot louter een oppervlakkige patstelling: enerzijds dat in onze ‘open’ samenleving de stem van sommige groepen toch nog gemarginaliseerd wordt op andere manieren dan directe repressie; anderzijds dat het probleem eruit zou bestaan dat dergelijke groepen zich niet willen aanpassen. ‘Star Trek: the next generation’ behandelde de paradox van de democratie (assimilation (the Borg) en ongeloofwaardige, protofascistische ideeën rond diversity (the Federation) helaas vaak dieper dan de Nederlandse media.

De schietpartij bij de Texaanse anti-Islambijeenkomst had niet ten doel de ‘vrijheid van meningsuiting’ aan te vallen. De schutters, evenals velen van hun mede-jihadisten, hebben niet ten doel de vrije samenleving kapot te maken. Hen gaat, zoals mijn vader zei, het om de schending van hun theologische beginselen. Dat, indien deze ingevoerd zouden worden als recept voor een nieuwe theocratie, is niet ingegeven door een haat tegen meningsdiversiteit, dat is klein bier; hun gewelddadige acties drukken immers evenzeer een mening uit. Of deze ook acceptabel is kan echter evenmin kritisch onderzocht worden onder dergelijke omstandigheden als de ideeën van de gek met zijn ribfluwelen voorbinddildo.

Blinde vlekken
De reificatie van het debat in algemene termen, in termen van ‘de westerse verlichting’ en ‘vrijheid van geweten, mening, en het uiten daarvan’ zorgt voor een aantal vervelende blinde vlekken in de meta-debatten erover: de angst voor het niet in vrijheid kunnen uiten van ‘een’ mening is namelijk niet het oogmerk van de doorsnee jihadist: dat is het afstraffen van Islam-vijandige stemmen.

Ikzelf ben er tot uiterste zin toe bereid onze vrijheden op te geven om die meningsuiting maar te beschermen. Debatten worden door mannen met zwarte jassen, zonnebrillen en oortjes beschermd, en ik heb het ervoor over anaal gevisiteerd te worden om in deze open samenleving te mogen deelnemen aan een gezellige avond.

exhibitionistische individualistische zelfbeleverij
Maar in de media wordt deze culturele clash aan één stuk door wollig vertaald in noodzaak iedereen’s vrijheid van meningsuiting te beschermen en deze mogelijkheid ook te vieren. Daardoor wordt verhuld dat het hier ook niet om het ‘uiten’, maar om de zeer specifieke mening ‘de Islam is kut’. Meningsuiting als zodanig is ook een stom begrip, in de letterlijke zin van het woord: zonder inhouden houd je immers alleen maar exhibitionistische individualistische zelfbeleverij over, doof voor andermans stem.

De notoire antisemiet verdedigde dit wèl: een mening is niet interessant als deze niet door argumenten begeleid wordt. Vrijheid van meningsuiting is één, maar louter één van meerdere, waarden die uit de tijd stammen van de verlichting en de tijd ervoor. Ze is als waarde niet fundamenteel maar procedureel: het zegt namelijk niks over de inhouden van de meningen in kwestie. Daarvoor zijn andere kernwaarden als solidariteit, compassie, relatieve geweldloosheid, privacy, etc. geformuleerd. Dat niet iedere mening ertoe doet verdwijnt langzamerhand naar de achtergrond, iedere twit, tweet en andere blaat is immers relevant gezien hun beschermwaardigheid. Vreiheit, wat is dat? In ieder geval meer dan exhibitionistische taalbraak

Nischa: Schuitje – Een Foster Parents Plan voor landen

nischaabIk had vannacht een droom. Ik zat samen met de ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa in een rubberen bootje nabij de Libische kust. We waren al een halve dag onderweg en het gammele bootje maakte water. Er werd wat geruzied tussen de ministers van Griekenland en Duitsland over wie er straks het eerst overboord moest mocht het bootje ons niet meer allemaal kunnen houden: de zwaarlijvigste of degene met de zwaarste schulden?

De excellenties uit Londen en Parijs waren het dan weer oneens over wie er straks, als we Lampedusa in zicht kregen, als eerste gehuld in een deken van de kustwacht van boord mocht naar de tijdelijke opvang. De Poolse minister vroeg- om de moed er in te houden – of we die mop kenden van die Belg, de Hollander en een Duitser in dat bootje midden op zee. Niemand moest lachen. Bert Koenders probeerde zolang zijn telefoon het nog deed te bellen met het torentje in Den Haag, maar er werd niet opgenomen.

Plotseling riep een of ander Scandinavisch bewindspersoon tegen zijn Italiaanse collega: “Toch eigenlijk best ironisch, dat we hier nu met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten als dat volk dat wekelijks jullie kustwateren onveilig maakt, nietwaar?” Er werd door de anderen ongemakkelijk gekeken, wat instemmend geknikt, hier en daar meewarig het hoofd geschud. “Misschien moesten we nu we hier toch zijn, eens nadenken over een oplossing?” vervolgde hij.

Het zal de hopeloosheid van onze situatie zijn geweest, of de vermoeidheid, de honger wellicht. Misschien een combinatie, maar wonderwel waren we er binnen tien minuten uit. Ik weet niet meer wie met het idee kwam, maar ik verzon de toepasselijke naam: het Foster Parents Landen Plan. De EU zou moeten werken aan een plan om iedere lidstaat één of meer derdewereldland te laten adopteren. Iedere lidstaat zou zo hoofdelijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de vluchtelingen uit haar eigen Foster Parents Land worden. De verdeelsleutel zou via het lusten-lasten principe worden geregeld: voormalige koloniën werden verplicht aan voormalig kolonisators toebedeeld.

“Nou, in Mauritanië, Senegal, Mali, Guinee, Ivoorkust, Niger, Burkina Faso en Benin zal men zeker in zijn voor hernieuwde samenwerking met de voormalige kolonisator” zei de Italiaanse minister terwijl hij zijn Franse ambtsgenoot lachend op de schouder sloeg. “Bovendien is de chaos in Libië natuurlijk ook wel een beetje jullie schuld.” Voegde hij er pesterig aan toe. De Fransman ging beduusd akkoord. “Tja,” zei nu de Britse minister, die niet achter kon blijven, “Met een geschiedenis van overheersen en uitbuiten in zo’n beetje de rest van Afrika ontkomen wij ook niet aan één of twee Foster Parents Landen.” Om daar snel “Ok, ok, drie of vier kan ook wel” aan toe te voegen, aangezien een paar collega’s aanstalten leken te maken de zuinige Brit overboord te werken.

Samen in een lekkend bootje midden op zee maakt dat onderhandelingen ineens een stuk eenvoudiger verlopen. De overige probleemlanden werden over de andere lidstaten verdeeld en toen we een tijdje later veilig aan land kwamen, was iedereen enthousiast om de gemaakte plannen meteen in werking te zetten. Alleen Bert Koenders had nog een vraag: “We krijgen dan toch wel iedere maand een mooie tekening opgestuurd he?”

Nischa: Germaan met vleugels

Illustratie: Eefje van de Rooijakker
Illustratie: Eefje van de Rooijakker

Kan een blanke, niet-islamitische Duitser een gruweldaad plegen?

De teleurstelling dat de co-piloot die afgelopen dinsdagochtend 149 zielen zijn zelfgekozen dood mee in sleurde niet Mohammed heette maar Andreas, droop van sommige reacties op de social media af. Hopeloze pogingen om van Lubitz een last-minute bekeerling te maken ten spijt, moeten we – voorzichtig – concluderen dat moslims blijkbaar tóch niet het alleenrecht op bizarre zelfmoordacties hebben. En dat is voor veel mensen even slikken. Hoe veel geruststellender zou het niet zijn geweest als de dader, zoals 95% van de daders bij Opsporing Verzocht, gewoon een ‘licht getinte’ man was? Maar Andreas Lubitz was, voor zover we nu weten, een getroebleerde blanke jongeman met een psychiatrisch verleden. Een ‘gewone’ gek dus.

Maar stel nu eens dat het een gewone gek met een moslim-achtergrond was geweest. Zónder jihadistische motieven, maar mét de naam Mohammed. Aanhangers van Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (PEGIDA) zouden waarschijnlijk geen boodschap hebben gehad aan de nuancerende mededeling dat Mohammed psychisch gestoord was. In de rouwende steden en dorpen van Duitsland zou de Warum-Frage snel hebben plaatsgemaakt voor een zelfbevestigend Darum. Het vergt geen groot voorstellingsvermogen om in gedachten brandende fakkels bij moskeeën een tweede Kristallnacht te zien ontketenen.

Maar nu het dus ‘een van ons’ is, een Germaan met vleugels, blijft de goegemeente in verweesde verbijstering achter, zonder kudde waar de woede bij gebrek aan een levende zondebok tegen kan worden gericht. De Engel des Doods heet niet altijd Mohammed, maar soms ook Andreas. Het gezicht van het onterechte leed is soms niet licht getint, maar blank als de sneeuw op de bergen waartegen Andreas Lubitz vlucht 9525 liet crashen.

En dat is dus ‘gözəl amçux’, zou mijn lieve oude opa zeggen. Ofwel ‘mooi kut’.

Nischa: Ode aan Kees van der Staaij

Ik stem op jou

(Op de melodie van ‘Ik heb je lief’)

nischaab
NIscha al-Baghindra

‘k weet niet of je zit te wachten,
Op een vriendelijk woord van mij
Als ik je bij Pauw hoor praten
Maakt me dat veel beetjes blij
Voel het als ik jou zie zitten
Met je oranje stropdas om
Zit men daar op jou te vitten
Vind ik dat veel beetjes stom

‘k stem op jou, m’n hele leven
’t is veel meer dan “plicht gedaan”
’t is alsof ik in het stemhok
Geen and’re richting uit kan gaan

Jouw hondstrouwe ogen doen me smelten
‘k word warm van je stoere kop
Ik voel het enkel bij jouw aanblik
Ik krijg het niet van Arie Slob

‘k stem op jou
‘k stem op jou
‘k stem op jou
Wat moet ik zonder jou
’t zijn vier hele kleine woordjes
En al maakt je dat een beetje bang
‘k stem op jou
Vier regeringsjaren lang

Voel het heel vaak als jij opstaat
Voor interrupties kort of lang
Ik word al week bij de gedachte
Jij die loopt door de wandelgang
’t is de motie die jij indient
Als ik ’t vragenuur opzet
’t komt ook door je gedoogsteun,
Aan Mark Ruttes kabinet.

‘k stem op jou
‘k stem op jou
‘k stem op jou
Wat moet ik zonder jou
’t zijn vier hele kleine woordjes
En al maakt je dat een beetje bang
‘k heb je lief
14 waterschappen lang

Ik proef het tijdens de debatten
Of als je plotseling lacht
Ik zie het in vallende ministers
Na heftig vergaderen in de nacht
’t is die tinteling, dat briesje
Maakt jou helemaal voor mij
Ik denk als ik jou zo zie lopen
Daar gaat mijn second love voorbij

‘k stem op jou
‘k stem op jou
‘k stem op jou
Wat moet ik zonder jou
’t zijn vier hele kleine woordjes
En al maakt je dat een beetje bang
‘k heb je lief
1001 nachten van Wiegel lang

Een van mijn mooiste dromen
Is oud te worden met z’n twee
Dat die maar uit mag komen
Ik stem op jou en de SGP

‘k stem op jou
Wat moet ik zonder jou
’t zijn vier hele kleine woordjes
En al maakt je dat een beetje bang
‘k stem op jou
104 datingsites lang

‘k stem op jou

‘k stem op jou
M’n hele leven lang.

Studentencolumn: Nischa – Stormbeelden

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, stelt TIJM Magazine maandelijks één pagina geheel ter beschikking aan studenten van het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Het werk van de studenten wordt zonder tussenkomst van de redactie doorgeplaatst in het kader van het leerwerktraject ‘Doortijmen!’. Deze keer: Nischa al-Baghindra, eerstejaars Journalistiek en Verzorging.

Stormbeelden

Nischa4Een golf van verontwaardiging ging de afgelopen week door de westerse wereld na aanleiding van de verwoestingen die strijders van de Islamitische Staat aanrichten in Mosul, Nimrud en Nineveh. Vele duizenden jaren oude kunstwerken werden in enkele minuten vernielt en de wereld keek machteloos toe. Begrijp me niet verkeerd, ik vond het ook vreselijk om te zien, maar ik heb moeite met de selectieve verontwaardiging die zo tekenend is voor deze samenleving.

In Groningen en Limburg worden gewone mensen zoals u en ik dag in, dag uit geconfronteert met bedreigingen van huis en haard die als je het mij vraagt evenveel, zoniet meer aandacht zouden verdienen als de verwoesting van een stel oude beelden en ruïnes in een land op vele duizenden kilometers hiervandaan. De hoge heren in Den Haag zijn veel te druk bezig met hun herverkiezing om naar de stem van het volk te luisteren, maar Groningers zien de scheuren in hun huizen bij iedere aardbeving groter worden en in Limburg moeten jodiumpillen bij een eventuele kernramp met de Belgische centrale in Tihange als doekje voor het bloeden worden uitgedeelt.

Misschien is het allemaal een beetje zwaar op de hand en je kunt als jonge, frisse meid natuurlijk ook een column besteden aan het beschrijven van het onoverkomelijke drama van lege shampooflesjes, maar helaas schrijf ik (nog) niet voor de Volkskrant. Terwijl ik de zoveelste grijze kop in De Wereld Draait Door hoor uitleggen hoe erg het allemaal wel niet is wat er gebeurt in Mosul, Nimrud en Nineveh en Giel Beelen weer eens dikke Assyrische krokodillentranen zit te janken, vraag ik me af waar de medemenselijke maat is gebleven.

Terwijl minister Opstelten zich het vege lijf in de tweede kamer niet eens meer probeert te reden om een paar bonnetjes over een vage deal meer dan 15 jaar geleden, vraag ik mij af wat de prijs is die de Nederlandse samenleving bereid is te betalen voor het in stand houden van de integriteit van onze samenleving. Het is gemakkelijk genoeg vanuit je comfortzone te roepen dat de vernielzucht van anderen tegen elke prijs moet worden gestopt, maar wie is werkelijk bereid om zijn of haar nek uit te steken om de hand in de boezem van de eigen besluitvorming te steken? Als U straks weer met een rood potlood in de hand achter het gordijntje staat om een plichtmatig hokje vol te kleuren, lieve lezer, denkt u dan ook eens aan het leed dat op steenworp afstand plaatsvindt. Het is een schande dat in een beschaafd land als Nederland stenen door ruiten vliegen van brave huisvaders die zich inzetten voor uw – vanzelfsprekende! – verworvenheden. Ja, u leest het goed: ik slijp een Voltairiaiaanse lans voor PVV kandidaten die op het moment dat u dit leest met blik en veger in de hand de scherven van uw democratische rechtsorde bijeen vegen en in de vuilnisbak mikken. De beeldenstorm vindt plaats in Etten-Leur en Peasens-Moddergat en u, lieve lezer, u huilt als een gereformeerde wolf om afgodsbeelden van gips in Mosul, Nimrud en Nineveh.

Mijn vader bezag de nieuwsbeelden en verzuchte hoofdschuddend “Movuhl sha’abal gülvej, arbadze gench uzunle sü, ama müvle arkazam’i bahco yol’de.” In goed Nederlands: “De schipper kent de oevers, de stuurman pijlt de diepte van het water, maar de passagier vreest alleen de prijs van de overtocht.”

Nischa al-Baghindra is eerstejaars student Journalistiek en Verzorging aan het Van Olphen Instituut in Nieuwegein. Eerder schreef zij:

Gastcolumn
Vooroordelen