Interview met dingen (deel 4): quinoa

Marnix Pauwels is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor alles om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag had quinoa eindelijk tijd voor een kort gesprek.

Ik herken haar direct. Ze ziet er vrij gezond maar behoorlijk uitgewoond uit. Haar bewegingen zijn schichtig, haar stem nogal monotoon. In eerste instantie zie ik eigenlijk niet wat haar nou zo populair maakt. Ze gaat zitten aan mijn tafeltje in het hippe café, zet haar zonnebril af en bestelt bijna mompelend een glas heet water met gember. Als het is gebracht neemt ze met tegenzin een slokje.

Marnix: Allereerst, hoe wil je eigenlijk dat ik je noem? Kie-no-wa of Kienwa?

Quinoa: Wat jij wil. Wat mij betreft noem je me nep-rijst. Whatever.

Marnix: Oké. Nou, in elk geval tof dat je even met me wil praten, want je gaat hard hè! 2013 werd door de Voedsel- en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties uitgeroepen tot het ’internationale jaar van de quinoa’. En ik las laatst dat je tegenwoordig regelmatig uitverkocht bent, en soms niet bent aan te slépen! Dat moet toch heel mooi zijn, na jaren in de luwte geleefd te hebben?

Quinoa: Uh. Mooi? Ja, nee. Het is dus enorm kut. Gedoe. Ineens lig ik overdag in allerlei biologische winkels en wordt er om me gevochten door wijven in yogabroeken. Een paar jaar geleden was er werkelijk níemand die zich met me bemoeide; nu ben ik een soort Koningin van de Superfoods, verdomme. En dat voor een fucking pseudo-graan uit vak 2 van de Schijf van Vijf, houd op met me!

Marnix: Ho maar wacht even, populair en gewild zijn is toch geen probleem? Is dat niet juist wat je graag wil, als obscuur voedingsmiddel uit Zuid-Amerika?

Quinoa: Geen probleem? Man, je hebt geen idéé hoe er op me gelet wordt! Ik kan nóóit meer even een peuk roken of laveloos door de stad fietsen. Als ik ook maar één voet over de drempel van de snackbar zet, ben ik het haasje. Ik wil gewoon op straat kunnen spugen als ik daar zin in heb, ruige onbeschermde seks hebben met frikandellen, uitslapen tot ver in de middag en met RUST gelaten worden!

Quinoa bestelt een dubbele vodka. En bitterballen. En drie bier. Ze zucht demonstratief.

Quinoa: Ik ben geen graan en geen groente en ik ben eigenlijk helemaal NIKS, maar word wél beschouwd als zo ongeveer het gezondste voedingsmiddel ter wereld. Ter WERELD! En omdat ik glutenvrij ben, krijg je ook nog ’ns al die allergische types die continu aan je willen zitten. Er worden complete Instagram- en Facebookpagina’s aan me geweid, maar nooit ‘ns op een beetje geile of verontrustende manier! NOOIT!

Ik wil gewoon weer eens LOMP en VIES genomen worden, snap je!

Ze staat op, begint zich woest uit te kleden en gooit gillend kledingstukken in het rond. Een vrouw die de Linda aan het lezen is, slaat haar handen voor haar gezicht. Zestien mensen maken een filmpje. Quinoa wordt uiteindelijk overmeesterd door een man met een leren short en een lange, donkere baard, die haar meesleurt naar de keuken.

Als ik na tien minuten het café verlaat, werkt iemand de menukaart bij.

WOB: Koningshuis stuurde NOS lijst van verboden onderwerpen

In 2012 heeft het Koninklijk Huis zich vertrouwelijk negatief uitgesproken over de inzet van Oranje-elementen binnen satirische uitingen, met alle gevolgen van dien. Het tv-programma Koefnoen, dat middelpunt van de kritiek was, heeft zich nooit meer kunnen herstellen van de gebeurtenissen en is sindsdien verstoken geweest van grappen van enig gewicht.

Inmiddels blijkt dat het niet bij de veroordeling van Koninklijke satire blijft: een woordvoerder van de RVD heeft officieel bij de NOS een lijst ingeleverd met ruim dertig verboden onderwerpen. Dat blijkt uit een door TIJM Magazine middels de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verkregen brief van de RVD aan de NOS.

Het is onbekend hoe de NOS op de brief heeft gereageerd, maar uit het feit dat sinds dit schrijven geen kritische reportages over het Koningshuis of onrijpe avocado’s bij de NOS zijn verschenen, kunt u die reactie wel raden.

De brief ziet u hieronder:

kh2

Cc-foto: Ministerie van Defensie

Interview met dingen (deel 3): Blinde Haat

Marnix Pauwels is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor alles om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met Blinde Haat.

Interview met Blinde Haat

We hebben om 12 uur afgesproken op een zonovergoten maar winderig terras. Het is vrij druk. Als ik bij hem aanschuif valt me op dat er al een stuk of acht lege bierpullen staan, die hij binnen drie minuten na mijn aankomst stuk voor stuk woest van tafel maait. Zelf lijkt-ie het niet te zien, de Blinde Haat.

Marnix: Je bent vrij populair hè, de laatste tijd! Valt me op dat je steeds vaker opduikt op de meest uiteenlopende plekken, van comments onder stukken op internet, tot solidariteitsbijeenkomsten, demonstraties en al dan niet stille tochten. Hoe komt dat, denk je?

De Blinde Haat kijkt me aan. Tenminste: dat denk ik. Ongeveer mijn kant op, zoveel is in elk geval zeker. Hij doet zijn enorme mond open en braakt een dikke straal gal over het tafeltje heen. Een deel ervan komt terecht op een bovengemiddeld getinte man in een maatpak, die iets verderop zit. Hij springt op, roept ‘racisme!’ en beent verontwaardigd weg.

De Blinde Haat neemt een grote slok bier, haalt zijn schouders op, en begint bij zijn mondhoek te bloeden.

Marnix: Wat ik me dus altijd afvraag: waarom ben je eigenlijk zo kwaad?

Soms weet je direct dat je een bepaalde vraag beter niet had kunnen stellen. Het is nu duidelijk Soms: de Blinde Haat ontploft in zijn stoel als een te strak afgestelde bermbom en sproeit rokende stukjes woede tot in de verre omgeving. Terwijl ik me vastklamp aan de wankele terrastafel, beginnen overal om mij heen mensen ruzie met elkaar te maken. Er wordt geslagen met stoelen, giftige verwijten vliegen over en weer, een jonge man met baard slaat schuimbekkend een moddervette vrouw met een enorme jij-bak op haar hoofd. Binnen no time vormen zich kampen die elkaar, zonder duidelijke aanleiding maar met als enige reden dat het kennelijk kán, op allerlei manieren hartstochtelijk bestrijden. Het ziet er angstaanjagend primitief uit.

De Blinde Haat kijkt tevreden om zich heen. Daar lijkt het in elk geval op. Onderuitgezakt slaat hij de ene na de andere halve liter bier achterover, terwijl chaos en paniek in rap tempo de overhand nemen. De Redelijkheid, die een tafeltje achter hem zat toen ik arriveerde, heeft zich inmiddels stilletjes uit de voeten gemaakt. Ik schuif mijn stoel een stukje achteruit, houd mijn hand voor m’n gezicht, en stel ‘m nog een vraag.

Marnix: Dit gebeurt overal waar jij verschijnt hè?

Ik ben nog niet uitgesproken of er lazert een (volgens mij) fantasiepiet met rood-groen gezicht achterwaarts door ons glazen tafeltje heen. Een kale man in bomberjack roept iets over grenzen, criminaliteit en wegwezen en slaat een bierfles stuk tegen zijn hoofd. Drie vrouwen proberen iedereen wóedend borstvoeding te geven. Een bankier wordt door een vijftal stinkende krakers uit elkaar getrokken. Alle Argumenten hebben het terras inmiddels verlaten en de Beschaving is ver te zoeken, ook al wordt Respect er continu met de haren bijgesleept. Ik zie het met open mond gebeuren.

De Blinde Haat stapt op zijn fiets. Hij rijdt slingerend weg richting Twitter.

Meer interviews met dingen leest u hier: Deel 1 – Interview met een dode brasem en Deel 2 – Interview met de das van Frank Snoeks.

Interview met dingen (deel 2): De das van Frank Snoeks

das2
Marnix Pauwels is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor alles om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met de das van Frank Snoeks.

We hebben afgesproken op een winderig terras in Almere. Als ik arriveer is hij er al, de das. Hij heeft Snoeks meegenomen, die gedurende het gesprek ruim zevenhonderd dingen zal uitleggen aan iedereen die het wel of niet wil horen. Snoeks drinkt tonic; zijn das whisky, puur. Acht glazen in anderhalf uur.

Marnix: Goeiedag, leuk je nu eens te ontmoeten!

Terwijl de das (een gebreid, grijs exemplaar) zijn mond opendoet, begint Frank Snoeks aan een uitgebreide uitleg van het spijkerschrift. Hij tekent er voorbeelden bij, terwijl hij en passant uitlegt hoe je zelf ketchup kunt maken van zand en blaadjes. Verschillende mensen kijken op van hun koffie. Hier en daar klinkt het schrapen van een stoel. De das kijkt me meewarig aan en wenkt de ober.

Marnix: Hoe hebben jij en Frank elkaar eigenlijk leren kennen?

De das: Nou…

Snoeks staat op en gooit een stoel om. Hij loopt naar binnen, zijn das wappert mee met een mengeling van frustratie en angst. Even later komt de sportcommentator terug. Hij zet een flipover op het terras, pakt een stift, en begint wild te tekenen. De das, die slordig om zijn nek hangt en meezwaait met elke woeste armbeweging, zucht diep. Een warrige uitleg over het ontstaan van eierdopjes en springtouw begint.

Marnix: Wat ik me al heel lang afvraag: houd jij eigenlijk ook van voetbal?

Tijdens de uitleg van Snoeks, is de das vastgeraakt in een terrasstoel. Het ziet er ongemakkelijk uit. Na een forse ruk is het leed geleden, en terwijl de ober een nieuwe whisky op tafel zet, zie ik de das met zijn ogen rollen. Snoeks gaat onvermoeibaar verder, en legt achter elkaar uit hoe de oprichter van IKEA zijn eieren eet, wat het effect van kauwgum op je nagelgroei is, waarom Ajax nooit de Champions League zal winnen, hoe je van halve bakstenen een rijdende middenklasser kunt bouwen, dat de Nepalese taal acht woorden voor frituurvet kent, waarom een goal een goal heet, dat zomertijd eigenlijk niet bestaat, wat de overeenkomsten zijn tussen Wickie de Viking en Conan de Barbaar, waarom meer blauw op straat kan helpen tegen het broeikaseffect, hoe je kunt communiceren met je navel, welke haaien tot tien kunnen tellen (“In theorie”, zegt hij er expliciet bij), en of het mogelijk is om met natte stukjes brood een mandarijn na te bouwen. Daarna haalt hij adem.

Marnix: Iemand nog wat drinken?

Snoeks gaat door met een ronkende uitleg van de overeenkomsten tussen Risk en Cluedo, de das ligt onder een stoel. Hij snurkt zagend.

Ik sta op, loop naar binnen, reken af, en ga weer naar buiten. Het terras is inmiddels leeg. Terwijl ik wegfiets, begint Snoeks het periodiek systeem uit te leggen met behulp van roerstaafjes. Ik zie nog net hoe hij wordt aangevallen door zijn das.

Interview met dingen: Dode brasem

brasemRik Nix is begenadigd interviewer maar bovenal nieuwsgierig mens. Hij voelt een grenzeloze verwondering voor de onbekendere entiteiten in de maatschappij. Niet zelden levert zijn interesse voor de dingen om hem heen bijzondere verhalen en ontroerende inzichten op. Vandaag: een spontaan gesprek met een dode vis.

Ik zie ‘m liggen in de sloot als ik naar mijn stamkroeg fiets, en stap af. Hij ligt half in het riet, met kromme rug en glazige ogen. Het is een flinke brasem. Hij stinkt.

Rik: Goeiemiddag!

Brasem: Insgelijks.

Aan zijn rug hangen witte rafelige plukken, die heen en weer bewegen in de lichte deining van de sloot. Hij kijkt me aan. Denk ik.

Rik: Hoe ligt dat nou zo, in het water, op een doordeweekse woensdag, in het zonnetje?

Hij schrikt. Heb ik het idee.

Brasem: Is het alweer woensdag? Verdomme, dan heb ik waterpolo!

Hij probeert uit het riet te schuiven, maar dat blijkt lastig, als dode vis zijnde. Ik hoor ‘m stevig vloeken. Dan ga ik op mijn hurken zitten in het natte gras, en bekijk ‘m van dichtbij. De geur van afgestorven schubben en broeierig vissenvlees walmt mijn kant op. Zijn wittige linkeroog is op mij gericht. Geloof ik. Hij straalt een zekere irritatie uit.

Rik: Hoe komt het eigenlijk, uw, eh, staat, van ontbinding?

Hij slaat zijn ogen ten hemel. Of niet, want dat is niet helemaal duidelijk.

Brasem: Ik ben fucking dóód!

Dan kijkt hij weg, denk ik. Dit is kennelijk een lastig onderwerp. Ik voel instinctief dat ik nu moet doordrukken, dat het hier te halen is. Dit is waar ik het allemaal voor doe! Ik pak een denkbeeldig stokje.

Rik: Weet u dat zeker?

Ik kijk ‘m strak aan met half opgetrokken wenkbrauwen en zonder met mijn ogen te knipperen, een ouwe techniek die ik leerde toen ik voor The New York Times een reportage maakte over bevers met knaagvrees.

Het begint te waaien. De deining neemt toe, en de brasem draait een rondje. Er steekt een forse graat uit zijn rug, valt me op.

Hij kijkt me weer aan. Heb ik het idee.

Brasem: Weet ik zeker of ik dood ben?!

Hij bubbelt wat bloed op en begint te schreeuwen.

Brasem: NEE, het zou heel goed kunnen dat ik nog leef en AS WE SPEAK dove kinderen help oversteken tijdens het spitsuur! De kans is SUPERGROOT dat ik NU aan het skiën ben in Colorado met tien Playmates en een rugzak vol poffertjes! Hoogstwaarschijnlijk leg ik OP DIT MOMENT de laatste hand aan mijn roman ‘Vormloos verlangen in een aangeharkt park’! Ja, weet je wat, ik weet VRIJWEL ZEKER dat ik EIGENLIJK het Pentagon aan het toespreken ben, in BIKINI, met een ananas op mijn hoofd!

Hij hijgt. Zijn rugvin laat los.

Brasem: DOOD, vraag je.. ?!

Hij houdt zijn adem in. Ik ben duidelijk iets op het spoor.

Dan sta ik op, met natte knieën, mijn ogen op hem gefixeerd, en net als ik mijn laatste vraag wil stellen zakt hij weg. De brede brasem dwarrelt zwaar naar de bodem. Ik hoor nog wat gesmoorde kreten. De vis stikt.

Dan wordt het stil.

In de verte vliegt een reiger.