Ruzie bij Rotterdamse BN-ers leidt tot conflict 1e en 2e kamer

Ruzie Rotterdamse BN-ers leidt tot conflict 1e en 2e kamer

Ze zijn allemaal zo lekker gewoon gebleven… Patricia Paay, Joke Bruijs, Martin Fortuyn. Maar kift en nijd hebben de overhand gekregen in de Rotterdamse BN-er-scene, en dit heeft invloed op het nationale omroepsbestel. De aankoop van een 320.000 euro kostende catamaran leidde tot een groot conflict tussen een bekende Rijnmonder en Ankie Broekers-Knol (VVD), voorzitter van de eerste kamer.

Beerput van jaloezie
Er wordt te veel verdiend, bepaalde programma’s krijgen te veel aandacht, en sommige leidende programmamakers wordt te zeer een goddelijke status toegedicht. Matthijs van Nieuwkerk maakt reclame voor boekjes van zijn ex-schoondochter in spé, Paul Witteman heeft een deal met Steinway. Afgelopen week was de Maasstad, sowieso al een BN-er beerput van onderlinge jaloezie, te klein. Een catamaran was aanleiding voor het conflict tussen de Eerste en Tweede Kamer over de nieuwe omroepwet, die vandaag werd afgeblazen door de eerste kamer.

Onze reporter dook in de nightscene van Charlois om een beeld te krijgen:

Jan, voormalig barman (naam gefingeerd): “Ja, ik ken dat verhaal van die Catamaran. Robin, echt n zak hoor. Geeft nooit n pilsje. Zegt dat ie ze zelf niet hoeft ‘omdat ie ervan roest’. Wat moet ‘ie dan op een boot? Totale jezuiet! ‘en dan dat ‘kun je mij mijn tia-ma-ri-a aan-ge-ven want ik heb geen ving-ers’. Eikel.”

Aan de toog troffen wij ook H. van der T, voormalig BN-er: “Die vent schijnt een keer een prostituee in elkaar te hebben geslagen, en dan maar roepen ‘Bas-sie, en Adr-i-aan we moet-ten de boev-ven pak-ken’. De Hypocriet. Enorme zak in de kroeg ook. Zit altijd bij Bolle Dries serveersters lastig te vallen.”

Robin de Robot is een bekende stadsfiguur in Charlois. Hij kende veel successen op toneel en later in verschillende televisieseries. De historische catamaran van 17 meter die hij, voor 60% gefinancierd via gelden van AVRO-TROS bewoont valt echter niet bij iedereen in goede aarde.

Van Ketelbinkie tot soapster
Robin, rasecht Rotterdammer, groeide op in een scheepvaartfamilie. Zijn vader was de bekende Hendrik de Robot, die als kaptein-ter-zee op de grote vaart gedurende de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog met de ‘SS Schiedam-Nieuwland’ in Bandung de lokale MDMA-oorlog met de Zwitsers-Hongaarse zeevloot uitvocht. Hendrik maakte na zijn bijdrage tot de goede zaak carrière in de naoorlogse marine, en Robin groeide aldus op in een vermogende familie. Desondanks ging hij als ketelbinkie in 1957 aan boord bij ‘De Lanzarote’, om, net als zijn vader, een ‘jongen van staal’ te worden. Alhier, citerend uit zijn autobiografie uit 1987, hielden ‘de kakkerlakken in de midscheeps hem wakker, en ’t stikte in het vooronder van de rattennesten’.

De man die de wacht te kooi had schold hem uit, en het kostte hem veel moeite om zijn plek te vinden aan boord. Hij liep een fikse malariabesmetting op. De scheepsarts diende hem kinine toe maar ondanks het wijken van de koorts kwam hij zijn brits niet meer uit.

robinNa enige onvrede over zijn capaciteiten als stoker werd hij overboord gezet in Casablanca, alwaar hij met een ticket van zijn vader, een ervaring rijker en een illusie armer terugkeerde tot de hoofdstad van de Nederlandse betonhandel. De rest van het verhaal – zijn ontvoering door Circus van Toor, zijn heroïneverslaving, zijn gewelddadige liefdesleven gevolgd door zijn enorme carrièresprong bij de TROS – zijn intussen algemene bekend. Wij spraken met enkele intimi, waaronder een barman uit Robin’s stamcafé en een anonieme presentator die in het verleden bij dezelfde omroep werkte

Een anoniem voormalig werknemer bij de Tros wil ons desgewenst te woord te staan: “Echt, zo zie je wat een klootzakken er door de publieke omroep omhoog gebonjourd worden; schijnt dat de TROS ‘m een talkshow wil laten presenteren. Iets met vluchtelingen. heeft voornamelijk te maken met de nieuwe omroepwet. Hij wilde maatschappelijk relevanter worden om z’n jacht nog te kunnen financieren op publiek geld”

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Robin kocht ‘in opdracht van AVRO-TROS’ in 2015 de beruchte 17 meter lange catamaran, waarmee hij met asielzoekers een survivaltocht naar Miami Beach wil ondernemen. Op die manier wil hij, zo beweert zijn woordvoerder, ‘meer aandacht vragen voor de maatschappelijke ellende en problematiek van de vluchtelingencrisis’.

De zee roept nog steeds, maar of het publiek erop zit te wachten, is een vraag die nu bij de eerste kamer ligt.

Cc-foto: wandelenmetmonique

Vergeten Geesten: Gerri van der Kock en Janna Braak, grondleggers van het moderne cabaret

In de serie Vergeten Geesten haalt Laurens Landeweerd herinneringen op aan beeldbepalende denkers uit vervlogen tijden. Vandaag poetst hij twee grondleggers van het moderne cabaret op: Gerri van der Kock en Janna Braak.

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw steeg de populariteit van het Nederlandse cabaret tot grote hoogten. Vooral links-geëngageerde cabaretiers uit de Amsterdamse kleinkunstscene deden het goed. Toch zullen zij toegeven dat zij allen schatplichtig zijn aan een Rijnmonds revueduo, dat tijdens de oorlogsjaren kortstondig furore maakte. Zo vernieuwend als het cabaret van Gerri van der Kock en Janna Braak in de oorlog echter was, zo belegen deed het twee decennia later aan. Toneel tegen de klippen van de tijdgeest op.

gerrienjannaCafé Ari – smeltkroes van talent
Gerri van der Kock ontmoette Janna Braak eind jaren dertig in café Ari te Rotterdam. In dit bekende Rotterdamse volkscafé bracht tante Aal klassieke smartlappen ten gehore als ‘Ketelbinkie’ en ‘Waar is mijn moedertje?’. Zoals Ari altijd zo beeldend placht te zeggen: “Als je d’r niet omheen ken, mot je d’r maar door”. Ari’s kleinzoon Ari herinnert zich de nadagen van het café nog goed. “Oma, of tante Aal lag toen ik klein was al jaren bedlegerig midden in het café in haar ledikant op de plek waar vroeger het biljart stond, cafépoes Joop spinnend aan haar voeten. Maar dat weerhield haar niet klassiekers aan te heffen met haar vibrato operettestem. Ik heug mij nog dat Ari senior, de Ruifbaltoto bijhoudend op het deksel van een leeg sigarenkistje, aan zijn niet brandende zeppelinvormige bolknak lurkte”

“Voor de stamgasten hoorde de Oude Dame met haar operette en sigaren net zo bij het meubilair van café Ari als de Joeksboks die je kwartje opat zonder zijn verplichte nummertje te draaien”. Joop den Dolder, bevriend dichter spreken wij aan de bar. De broodmagere 95 jarige: “Het sigarettenautomaat werd altijd slecht bijgevuld (altijd te veel Belinda Menthol, nooit genoeg St. Moritz) en de versleten barkrukken die u nu aan deze uitgewoonde toog ziet, hebben de achterwerken van menig stadsfiguur getooid.” Ook de later als operettezangeres bekend geworden Godelinde van Otterloo, en tekstdichter Ruud Lanting kon men er vaak aantreffen. Met hen stelden Gerri en Janna de plaat ‘Hoezee!’ samen, met luisterliedjes als ‘Bang voor de Bom’ en ‘Meneer monseigneur (blijf af)’.

Opkomst
jannaGerri en Janna maakte furore in de Rijnmondse revue tijdens de oorlog, iets waar in de jaren na de oorlog veel ophef over was, zeker in een stad die dusdanig getroffen was door Het Bombardement van de Duitsers. Het duo had zich echter vergeten in te schrijven bij de Kulturkammer, waardoor het nooit tot een veroordeling kwam. Janna, in een interview hierover uit de jaren ‘50: “Jah, joh, ik ben gewoon een toneelbeest. Als ik de planken zie, dan moet ik gewoon!” De naoorlogse gedichten en liedjes van Gerri die het Rotterdam van voor de oorlog in memorie brachten konden onder begeleiding van de altstem van Janna op een trouw publiek rekenen onder Zuidhollandse ex-gedetineerden (’45-’48). Een KRO televisieserie – Buiten Huilt de Wind om het Huis – volgde in de late jaren ’50. Gerri zei hierover destijds: “Ja, geluk is in deze tijd zeker niet gewoon in Rotterdam. Het leven voor een schrijver en artiest kan kei- en keihard zijn.”

Na artistieke onenigheden besloot het koppel uiteen te gaan. Janna bracht de solo-LP ‘Jodenlien met haar Mandolien’ uit, waarvan slechts 3 exemplaren verkocht werden, en Gerri dompelde zich, gehuld in zwarte coltruien onder in obscure nachtclubs. Uiteindelijk werd de samenwerking toch weer opgezocht. Samen schreven zij een klucht, maar de kwaliteit van de samenwerking liet zwaar te wensen over. De tijden waren veranderd, en het indertijd trouwe publiek was dusdanig vergrijsd dat niemand meer energie in het duo wilde steken.

Ondergang
gerriNadat activisten van ‘Aksie Mandarijn’ de try-out van een nieuwe liedjesshow weghoonde, raakte het duo steeds verder in het slop. Nadat beiden verslaafd raakten aan barbituaten liep het helemaal mis met de 7 jaar later samengestelde maar nooit uitgevoerde voorstelling ‘Alles kan, behalve een man’. We lezen daarover in een krantenbericht uit 1973:

Een bejaard koppel trachtte gisterenavond het Oude Luxortheater in Rotterdam binnen te dringen. Het duo beweerde een voorstelling te hebben uitgewerkt op basis van de columnbundel ‘Alles kan, behalve een man’. De bundel van de schrijfster Marion Rijksdal betreft cursiefjes en columns en doelde indertijd vooral op herkenbare situaties in de dagelijkse sfeer. De ook toen al gedateerde aard van de bundel in kwestie deed het vermoeden rijzen dat de man en vrouw geen theatermakers waren.

Op hoge toon beweerde de vrouw dat zij en haar man door de directeur waren uitgenodigd om met oudjaar een klucht ten gehore brengen. De echtgenoot stond er in eerste instantie boos zwijgend naast, maar haalde vervolgens hard uit naar de zaalmanager. Directeur Ben van de Woesting werd gecontacteerd maar beweerde van niets te weten en dit ook in zijn geheel niet gewoon te vinden. Ook schrijfster Marion Rijksdal liet weten geen toestemming te hebben verleend voor een theaterbewerking. Nadat het koppel werd verzocht enige passages ten gehore te brengen werd duidelijk dat de beide echtelieden geen theatermakers waren. De politie kwam eraan te pas om Gerri van der K en Janna B. onder begeleiding af te voeren.”

Nadien kwam het eigenlijk nooit meer goed met Gerri en Janna. Janna overleed in 1982 na de complicaties van een ingreep die ze moest ondergaan naar aanleiding van de huidkanker die ze opliep door excessief gebruik van bruine Etosfoundation. Gerri spendeerde zijn laatste dagen in bejaardenhuis Hillesluis en overleed na een hoestbui in 1994.

Kabinet nuanceert standpunt over seks in ruil voor rijlessen

rijlesttHet blijkt niet mogelijk om rijlessen in ruil voor seks strafbaar te stellen. Dat heeft het ministerie van Justitie bij monde van een woordvoerder laten weten. Wel acht het ministerie deze praktijk onwenselijk en heeft daarom het volgende beleidsplan opgesteld:

Om te vermijden dat rijlesbevoegde rijsschoolhouders van diensten gebruik maken die los staan van financiële compensatie voor verleende diensten is besloten dat elke rijleraar een cursus QTP competentie voor behoeflijke omgang met leerlingen moet hebben gevolgd. Deze cursus wordt tegen vergoeding aangeboden door professionals. De cursus mag niet schriftelijk gevolgd worden en zal ten doel hebben een groter bewustzijn te creëren van de QTP gedragscode rijvaardigheidstrainersverantwoordelijkheid. Naar Scandinavisch model zullen deze cursussen provinciaal gecoordineerd worden, maar louter gegeven worden door QTP geaccrediteerde docenten.

Het ministerie heeft voorts besloten deze QPT accreditatie na inrichting open te stellen door sectorieel competente privaatpartijen, om op deze wijze competitiegericht gebruik te maken van de al aanwezige expertise in de markt. Hierbij dient aangemerkt te worden dat deze competentie al getoond is in ander vergelijkbare privaatsectoriele gebieden.

De vraag rees hoe voorkomen kan worden dat QPT geaccrediteerde docenten misbruik maken van hun machtspositie en seksuele diensten vragen van rijschoolleraren die de QPT competentie wensen te ontvangen. Het ministerie heeft daartoe een commissie in het leven geroepen om een covenant van goed gedrag op te stellen.

Het ministerie heeft na een voorverkenning in de sector een bekwaamheidsbepaling uitgevoerd, en zal een voorzitter benoemen om een adviescommissie samen te stellen. Het ministerie heeft voorts bepaald dat de kandidaat geen gebruik mag maken van een Maserati. Over een Auston Martin wordt nog onderhandeld met de sectoriele partijen. Fred Teeven heeft al laten weten zich graag voor de positie beschikbaar te stellen: “Ik zet mij nog steeds in voor het publiek belang.” Zijn woordvoerder laat voorts weten dat lidmaatschap van de adviescommissie een stuk meer voor de hand zal liggen na orale bevrediging van zijn uitzonderlijk groot uitgevallen geslacht.

Cc-foto: H.H. Glas

Verslag: Bijeenkomst van anonieme graaibankiers

Illustratie: Eefje van de Rooijakker
Illustratie: Eefje van de Rooijakker

Laurens Landeweerd mocht aanwezig zijn bij een bijeenkomst van ‘Graaiers Anoniem’, een zelfhulpgroep voor mensen die werkzaam zijn in de financiële sector. De stichting GA, zo staat te lezen op de website, is bedoeld om gewetensbezwaarde afkickende graaibankiers te helpen bij hun herintegratie in de samenleving.

Zo’n 25 mensen zitten bijeen in een achterzaaltje van bowlingcentrum ‘de Zaan’. Ikzelf neem achterin plaats. Het publiek bestaat voornamelijk uit heren, maar her en der is ook een mantelpakje tussen de grijze en blauwe Boss, Fords en Armani’s te bespeuren. Terwijl een Kosovaarse poetsvrouw druk doende is de vloer te boenen wordt het gesprek geopend door Hans N. – oude rot – met de woorden: “Ik ben Hans en ik ben een graaier”. De zaal klapt. Hans vertelt kort zijn levensverhaal. Hij begon met een studie bedrijfskunde in Rotterdam en kende een glorieuze carrière in de City van Londen die eindigde met een vastgoedschandaal in de Noordoostpolder.

Na enig meewarig gebabbel over de salarisverhogingen bij de raad van bestuur van ABN Amro wordt een nieuwkomer geïntroduceerd. Een nerveuze jongeman met een zwart brilmontuur staat enigszins bedremmeld op het podium. Hij rommelt wat in zijn aktetas, buigt zich naar de microfoon en zegt schoorvoetend: “Ik ben Nico, en ik ben een graaibankier”. Het publiek applaudisseert opnieuw en met een onzekere glimlach begeeft Nico zich terug naar zijn stoel.

Frank O. geeft een korte presentatie over de verleidingen van Mammon. Vooral zijn woorden over de aantrekkingskracht van exhibitionistisch immoreel gedrag roept instemmend gemompel uit de zaal op. Hij besluit met een reflectie over zijn rol in het faillissement van de gemeente Groot-Wuchten. Daar wist hij voorstanders van de geplande ontwikkeling van een natuurgebied te betrekken bij investeringen in een onbetrouwbare derivatenportefeuille. Een vrouw uit het publiek staat op en vraagt: “Heb je dan nooit gedacht een derivatenfonds voor demente bejaarden? Daarmee had je de middenstand ook nog achter je kunnen houden…” In de zaal ontstaat een nerveus geroezemoes.

‘Ik houd het niet meer’
Dan staat plots een corpulente man van rond de 60 op. Onder de schor uitgeroepen woorden “ik houd het niet meer” stormt hij op de schoonmaakster af en opent zijn gulp. Een krachtige stroom urine klettert op de vloer en op de stoïcijns doorboenende Kosovaarse. Verschillende mensen springen uit hun stoelen en trachten de gewezen specialist in vastgoedderivaten tegen de grond te werken.

Iemand loopt naar het podium om de grijsblauwe massa tot de orde te roepen, maar er is geen houden meer aan. Verschillende leden trachten zich meester te maken van de contributiepot. Er ontstaat een handgemeen, en ik besluit me achter de bowlingschoenenkast in veiligheid te stellen. Ik zie nog juist dat Hans N. zich in de consternatie met het sigarenkistje met de contributies uit de voeten maakt. Hij verdwijnt via een zijdeur terwijl het publiek nog druk doende is de corpulente man op de grond te houden. Ik besluit dat het welletjes is en loop terug naar de parkeergarage.

‘Bonusje m’neer?’
Als ik beneden kom, tref ik Hans N. op de parkeerplaats achter een bestelbusje aan met in zijn hand het kistje. Hans, in tranen: “De verleiding was te groot!”. In het geopende kistje kan ik de vrijwillige bijdragen van het afgelopen kwartaal zien liggen: een knoop, een stukje harde snot en een versleten fanfoto van Michael J. Fox. Ik voel een steek van medelijden maar besluit Hans N. in zijn ellende achter te laten en naar mijn auto te gaan.

Terwijl ik de deur van mijn auto open hoor ik een autoraampje achter me openzoemen. “Psst… bonusje m’neer? Heeft u een bonusje voor me?” Ik doe alsof ik de man niet hoor. Hij hangt uit het raampje van zijn Bentley. Zijn haar is zo grijs en strak als het krijtstreepje in zijn vicuña wollen pak, maar zijn ogen kijken verwilderd door me heen. “Alstublieft, m’neer, een bonusje, desnoods een kleintje…”

Ik schud nee.

Onderweg naar huis overpeins ik de recente ophef over de salarisverhogingen van de financiële managementstop. Zalm steunde de sector met de woorden dat afspraak nu eenmaal afspraak was. We hebben nog een lange weg te gaan, maar toch, eigenlijk hadden de managers in kwestie het recht aan hun kant om nog meer te graaien. De zon breekt door het wolkendek als ik invoeg op de ring Amsterdam. Ben ik naïef om te hopen op een betere wereld?

Alle namen in dit stuk zijn uit privacyoverwegingen gefingeerd

Politiek: Ivo Opstelten; held en charismatisch leider

Een geschiedenis van de opgaande neergang

The last Man on Earth

ivoopsteltenKloos dichtte ooit: ‘de natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben’. Dit geldt ook voor de politiek. Sommige politici zijn kleurloos, anderen hebben een duidelijke stellingname. Geen van hen heeft echter meer het vermogen om het gebrek aan politieke inhouden in onze huidige samenleving met afdoende gebronsde stem te belichamen dan Ivo Opstelten

Ivo Opstelten begon zijn carrière als burgemeester van Dalen, de jongste ooit. Van Dalen, naar Doorn, naar Delfzijl, naar Beerta, Utrecht en Rotterdam. Opgeklommen tot burgemeester van deze stad kreeg hij zijn grootste bekendheid, een functie die hij met zijn vaderlijk armgebaren en zijn doelbewust gekozen inhoudsloosheid een middenlijn wist te belopen tussen de belangen van de betonboeren en havenbaronnen enerzijds en de maatschappelijke onvrede onder de Gerard-Cox-en-Joke-Bruijs-minnende burgerbevolking anderzijds. Na een burgemeesterschap van de stad Tilburg lag de overstap naar de landelijke politiek voor de hand, zeker aangezien aldaar het groeiend democratisch deficit met zo hypnotiserend mogelijke retoriek gevuld diende te worden. Met zijn intimiderende torso wist hij vriend en vijand stil te krijgen. Hierin heeft hij zijn partij met verve vertegenwoordigd.

De tot in het uiterste doorgevoerde koopmansgeest
Ivo Opstelten is een held. In navolging van slechts enkelen heeft hij zijn politieke verantwoordelijkheid genomen. Het begrip verantwoordelijkheid is ver te zoeken in een publiek bestel dat door zijn rentmeesters aan de nationale en internationale financiële en industriële privaatsectoren is overhandigd. En al vragen ook bij de financiële en trade- sectoren de mensen zich af waarom ze het afkopen van hun financieringsrisico’s via het publieke bestel in de schoot geworpen kregen, het hoort bij de tijdsgeest. Wij konden niet anders: de koopmansgeest die internationaal geroemd wordt, moest tot in het uiterste doorgevoerd worden. En dat vergt politici die geen stelling nemen.

Ook de publieksectoriële handel in zwart geld met criminelen past perfect in dit bestel: immers, waarom groot geld missen wanneer het via iets minder groot geld te bereiken valt? Daarom is het op zijn minst merkwaardig dat zijn beschermende hand over Teeven’s eerdere beslissingen nu ineens zo lelijk in de media en door de oppositie worden afgeschilderd. Financiële deals met de criminele wereld maken, is immers al jaren business as usual: alles voor het grotere goed.

Larger than life
Een steeds meer gehoorde kritiek was dat Opstelten op den duur larger than life werd – een karikatuur van zichzelf. Juist met deze zelfpositionering wist hij nog in te vullen wat elders afwezig blijft: Vanaf het moment dat de BV Nederland voor de hoogste bieder te koop gezet werd had dit land symboolrollen nodig.

Opstelten’s visie op justitie brengt een uitspraak van wijlen Kouwenaar in gedachten: “elk woord liegt, het woord tafel is immers niet van hout en je kunt er ook niet aan zitten.”

Ivo Opstelten belichaamde de noodzakelijke leegte van dit politiek bestel. Zijn bijdrage tot de bezwering van de gevoelde leegte in onze politieke samenleving was cruciaal. Met verve illustreerde zijn politieke carrière het belang om de holte van de tijdsgeest te personifiëren. Hij zal daarom te node gemist worden door zijn partij. Mannen van het kaliber Opstelten zijn zeldzaam. In zijn zelfuitverkoop zal dit land een charismatische leider missen.

Vergeten Geesten: Petrus Krouwer – De Huisdichter

Krouwer (links) en Kromdijk in het NatLab te Eindhoven.

Veel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere week een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt. Vandaag: de huisdichter.

Petrus Krouwer (Amsterdam, 15 mei 1948), procesdichter en beweerder, genoot vooral in de jaren ’60 en ’70 bekendheid. De soms hermetische poëzie van Krouwer wordt ook wel ondergebracht in de traditie van de associatiepoëzie: een gedicht wordt in deze stroming als beter beschouwd naarmate er minder over is nagedacht. “Schrijven moet zo weinig mogelijk energie kosten,” aldus Krouwer in een van zijn zeldzame interviews van na 1980.

Krouwer was oorspronkelijk industrieel aardrijkskundige. Vanaf 1963 was hij als adviseur bij Philips betrokken bij de ontwikkeling en het eindontwerp van het testbeeld. Een beeld dat hij zag als grondslag van het ritme van de taal en de werkelijkheid. Alhoewel het beeld zelf voornamelijk tot stand kwam onder bezielende begeleiding van de industrieel ontwerper Hans Kromdijk, droeg Krouwer bij tot de woordkeuze. Zijn beroemd geworden ‘even geduld a.u.b.’ en zijn als hermetisch beschouwde ‘geen uitzending’ werden in heel Nederland met ruimhartig enthousiasme ontvangen. De plaatsing ervan binnen het scherm zou later echter aanleiding van een hoog opgelopen ruzie over de beeldrechten vormen: Krouwer was van mening dat de oppervlakte van het zwarte vlak achter de letters leidend moest zijn in de berekening van zijn gage, de rest van het team wilde dit inperken tot de oppervlakte van de witte letters zelf. De oude heer Phillips zelf moest eraan te pas komen, en ook hij slaagde er niet in om de steeds hoger oplaaiende ruzie te sussen. Dit zou in 1971 tot Krouwer’s ontslag bij het NatLab van, destijds nog, de TH Eindhoven leiden.

Wansmaak en De Bonte Zondagmiddagstorm
Lange tijd trachtte Krouwer onder verschillende pseudoniemen (Nico de Schetteraar, Klaas Toeterdam etc.) zijn poëziebundels te verkopen, maar zijn enige vaste inkomstenbron bestond uit de gage die hij kreeg voor zijn radiocolumn in het programma ‘Wansmaak’. Over deze periode zou hij later zeggen dat hij zich geroepen voelde enige cultuur onder de brallende barbaren te brengen.

De echte doorbraak naar een breder publiek kwam pas toen hij met zijn nasale stem kort doch nationaal bekend werd met zijn optreden als huisdichter in het Avro-radioprogramma De Bonte Zondagmiddagstorm. Dit actualiteitenmatinee van Dolf Ruyf doorluchtte Krouwer met zijn op de sprekers en thema’s van het programma geïnspireerde, live geschreven teksten. Hij deed dit bijvoorbeeld bij een interview met het derde lid van de toen zeer populaire Indorock-formatie ‘The Blue Diamonds’: “Blue Diamonds ooit Ontbonden: onontogonnen bonds tussen ontblonde onverzonnen bonte honden. OnLondonse rondommetjes voor ondervonden komfoor”.

Een te mager poeem

Krouwer tijdens een optreden van 'Zwinglotion'
Krouwer tijdens een optreden van ‘Zwinglotion’

De radio beklijfde uiteindelijk ook niet als werkplek. Na enige jaren bleek de rek eruit te zijn. Bovendien wekte zijn persoonlijkheid soms de wrevel van de crew. Ruyf, in diens autobiografie Mijn voor elke Nederlander belangrijk Leven: “Krouwer werd meermaals in elkaar geslagen in zijn eigen stamkroeg vanwege zijn ergerniswekkende gewoonte iedereen die hem een drankje bestelde in rijm van kritiek te voorzien. Ook zijn collega’s meden hem daarom meer en meer, aangezien hij zelf nooit een rondje gaf: ‘drie bier’ was hem een te mager poeem”. Krouwer’s ontslag uit Ruyf’s programma betrof vooral zijn stem – steeds meer luisteraars schreven het programma erover aan – en zijn gebrek aan tempo. Zoals Krouwer het indertijd voor het weekblad ‘Jeej!’ verwoorde: “dit programma kon geen pauzes hebben”. Krouwer zou de poëzie uiteindelijk volledig achter zich laten.

Na zijn radiocarrière leidde Krouwer enige tijd een teruggetrokken bestaan, waarbij hij zichzelf herontdekte en heruitvond als Bluegrass xylofonist. Hij woont tegenwoordig in Helmond en concentreert zich op zijn Egmondxylofoon. Ook is hij een vast buitenlid van John Ewing’s formatie ‘Zwinglotion’, de huisband van omroep MAX.

Meer in de vergetelheid geraakte auteurs vindt u in de rubriek Vergeten Geesten. In de vorige aflevering: Leopold de Klein – De Dichter die moslim werd.

Cc-foto’s: Datagarden en Jason Wilson

Vergeten Geesten: Leopold de Klein – De dichter die moslim werd

nadruppelenVeel van de vaderlandse literatuur overleeft de tand des tijds niet. Soms is dit terecht, soms onterecht. In ‘Vergeten Geesten’ wordt iedere maand een Nederlandse auteur aan de vergetelheid ontrukt.

Leopold de Klein
Leopold de Klein’s werk beleefde een kortstondige roem in het woelige jaar 1972. Zijn vroege gedichten werden gekenmerkt door een diepgevoelde hekel aan de kleinburgerlijke moraal. Deze zijn waarschijnlijk het meest bekend door de interpretaties van de bundel ‘Een Bruin Hol in de Grond’ door zijn voormalige boezemvriend en Lacaniaanse symboolanalist dr. Herman Rogaar.

Wij troffen Rogaar in zijn woning aan de Ceintuurbaan. Rogaar: ‘Ik heb al zeker 40 jaar niets meer van Leopold gehoord. Leopold en ik hebben samen gestudeerd; ikzelf kwam uit de polder, maar begon mij vanaf 1965 te verdiepen in de Nederlandse Surrealistische Beweging, vooral in de associatieve poëzie van Stefan ten Kate. Op Leopold had deze schrijver een diepgevoelde invloed, zij woonden zelfs enige tijd samen in Ten Kate’s souterrain op de Elandsgracht. Vanaf dat moment leek hij een compleet ander mens te worden. Hij suggereerde dat ik hem alleen maar als onderzoeksobject zag en de niet-erotische kanten van zijn werk negeerde’.

Regenwassing
In 1982, tijdens een fietsvakantie door Cambodja, kwam De Klein hard ten val. Hij brak daarbij zijn scheenbeen en moest zijn fiets in de jungle achterlaten. Na elf dagen kruipen naar de bewoonde wereld had hij door honger en uitputting een spirituele ervaring. De Klein bad voor het eerst sinds zijn katholieke jeugd weer tot God. Vlak voor hij definitief zou bezwijken brak een hoosbui los en werd hij gered door vier toevallig langs reizende zouthandelaren van het Chamvolk, welke zich door de plotselinge regenval genoodzaakt zagen om beschutting te zoeken in de grot waar De Klein zich verschanst had.

Bij de Cham kon De Klein aansterken en kwam hij in aanraking met de rituelen en overtuigingen van de Cham-islam, een orthodox-soennitische leer aangevuld met enkele oude boeddhistische gebruiken. De Klein refereerde later aan die tijd als zijn ‘regenwassing’. Hij kon alle aardse ballast in de Cambodjaanse jungle achterlaten.

Nadruppelen
In 1983 bekeerde De Klein zich officieel tot de islam. Hij veranderde zijn naam in Lonny Abdul Mohammed, en betrok met zijn kat een woning in Casablanca, waar hij zijn dagen spendeert met zijn houseboy Achmed. De erotische bundel ‘Strandliefdes in Marokko’ kon in het Nederland van de jaren ’80 niet meer op een warme ontvangst rekenen: pogingen om de hermetische teksten in de Gaykrant gepubliceerd te krijgen konden op weinig sympathie rekenen van de eermalige hoofdredacteur. De Klein schreef sindsdien nog één – matig ontvangen – bundel: ‘Nadruppelen’. Wel werd hij in 1993 bekroond met de Tofimovprijs voor zijn hele oeuvre. De prijs – een gouden karwats – gooide hij datzelfde jaar nog demonstratief in het Oued-Hassar stuwmeer, omdat de Nederlandse staat de toelage voor in het buitenland woonachtige dichters halveerde.