Sinds wanneer heeft Aaf Brandt Corstius zoveel schrijftalent?

Ik had veel van Aaf Brandt Corstius verwacht, maar niet dat ze een boek zou schrijven. Toch is dat zo. Het boek heet Het jaar dat ik 30 werd.

Met mijn uitgeversoog – ik heb in de uitgeverij gewerkt – analyseerde ik het boek. Ik denk dat de woorden ‘Aaf Brandt Corstius’ in de titel goed werken. Tenslotte is Aaf een kind van een Bekende Nederlander en is er regelmatig iets om haar te doen. Dan is er de woordcombinatie ‘Het jaar dat’. Dat werkt ook.

Nou ja, bestseller dus. Hoe dom was ik dat ik dat nooit in Aaf Brandt Corstius had gezien?
Lees verder Sinds wanneer heeft Aaf Brandt Corstius zoveel schrijftalent?

Interview Douwe Bob: “Je moet gewoon één noot meer maken dan je tegenstander” #esf16

Vanavond staat Douwe Bob in de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival. Wij spraken de zanger tussen de laatste voorbereidingen op de wedstrijd van zijn leven door.

Douwe, hoe is het met de spanning?

Nouja, elke wedstrijd is vanaf nu een finale, ook al is dit natuurlijk een halve finale, maar ik probeer het toch te benaderen als een wedstrijd als alle andere. Gewoon, gezonde wedstrijdspanning.
Lees verder Interview Douwe Bob: “Je moet gewoon één noot meer maken dan je tegenstander” #esf16

Wat een achterlijk, barbaars en hypocriet land dat Turkije! Oh wacht…

Wat is Turkije een achterlijk land zeg. Niet normaal. Ongelooflijk. Daar bestaat echt geen vrijheid. Nul komma nul. Ik bedoel: je zal er maar cartoonist zijn. Een tekeningetje is genoeg om van je bed gelicht te worden. Hoppa, de cel in vanwege een paar potloodstrepen op papier. Dat is toch je reinste dictatuur? Dat is middeleeuws! Wat een kutland.
Lees verder Wat een achterlijk, barbaars en hypocriet land dat Turkije! Oh wacht…

Dagboek Mark Rutte: Positiviteit brengen in het Midden-Oosten

Vandaag breng ik een bezoek aan het Midden-Oosten. Geweldig! Echt super. Wat een land. Wat een regio. Fantastische mensen, heerlijk weer. Echt mooi. Alleen zo somber hè. Daar gaan we wat aan doen. Kansen grijpen, daar gaat het om. Wat dat betreft kunnen ze nog wat leren van onze oerhollandse koopmansgeest en flexibele volksaard. En dat is precies wat ik ga doen: ze dat leren. Een beetje culturele ontwikkeling. Heerlijk!
Lees verder Dagboek Mark Rutte: Positiviteit brengen in het Midden-Oosten

Protest tegen censuurwetgeving: ‘Willem-Alexander is een geitenneuker’ #WillemAlexanderGeitenneuker

Wereldwijd is een actie op sociale media gaande om de Nederlandse vorst Willem-Alexander te bespotten en te beledigen. In zeventien landen is inmiddels de hashtag #WillemAlexanderGeitenneuker trending topic. Dit naar aanleiding van strenge censuurwetgeving in het West-Europese land, die kritische geluiden als “Fuck de Koning” strafbaar stelt.

De actie is begonnen in Turkije, als protest tegen de vervolging van de Irakees-Nederlandse Abulkasim Al-Jaberi. Activist Al-Jaberi sprak in 2014 tijdens een demonstratie de woorden: “Fuck de Koning!” In het autoritaire Nederland zijn die drie woorden blijkbaar al genoeg om door het Openbaar Ministerie vervolgd te woorden.
Lees verder Protest tegen censuurwetgeving: ‘Willem-Alexander is een geitenneuker’ #WillemAlexanderGeitenneuker

‘Grondlegger van het fatsoenlijk cabaret’ – Over dé inspiratiebron van Claudia de Breij, Freek de Jonge en Dolf Jansen

‘Grondlegger van het fatsoenlijk cabaret’

– Over dé inspiratiebron van Claudia de Breij, Freek de Jonge en Dolf Jansen

Jarenlang werd hij verguisd en vernederd, maar inmiddels wordt het talent van Horst Pellenaar erkend door cabaretgrootheden als Claudia de Breij, Freek de Jonge en Dolf Jansen. Van ‘landverrader’ tot cultuuricoon, een portret van een vergeten cabaretgrootheid.

freek

Drentse jaren – opkomst
Horst Pellenaar werd geboren in een gezin van turfstekers uit Emmer-Compascuüm. De in 1909 geboren Drent bleek al jong over een komisch talent te beschikken, zo blijkt uit verhalen van dorpsgenoten die de jonge Horst nog zagen optreden. “Horst had ’s ochtends tijdens het afbonken van’t veen al de lachers op zijn hand”, zo tekende Van Gewest Tot Gewest in 1983 op uit de mond van een oud-klasgenoot van Pellenaar. “Als we aan het eind van de middag naar het zetveld reden, hadden we nog de grootste schik.”

Pellenaar werd een lokale beroemdheid. Met De Horst Pellenaar Revue, een mix van absurdistisch cabaret, uit Duitse veenkoloniën overgewaaide chansons en verhalen die al eeuwen onder lokale turfstekers de ronde deden, trok hij van het ene dorp naar het andere. Het duurde niet lang of de provincie Drenthe werd te klein voor Pellenaar. Hij vertrok naar Amsterdam.

In 1931 kwam Pellenaar aan in Amsterdam, waar men direct zijn talent op waarde wist te schatten. Hij ging als varieté-artiest aan de slag en werd op handen gedragen. Een bericht uit het Algemeen Dagblad van 17 september 1931 spreekt over “ene jonge komiek, die de lach aan den kont gehangen lijkt te hebben”. Zijn grootste succesnummer was een act waarin hij eendjes brood terug liet gooien naar de voerders. “Het uitgelaten publiek klapte de dijen blauw van plezier,” aldus het Algemeen Dagblad.

Pellenaar wist van álles wat hij zag cabaret te maken. En van niets. Hij zou tijdens een optreden in De Vergulde Kanarie in Boskoop eens zevenendertig minuten lang zwijgend op een kruk op het toneel hebben gezeten. Volgens sommige bezoekers ‘de grappigste zevenendertig minuten uit hun leven’. Na de oorlog zou Toon Hermans nadrukkelijk uit het oeuvre van Pellenaar ‘geciteerd’ hebben, al bleef Hermans dit tot zijn dood ontkennen.

dolf

Oorlogsjaren – een eiland van fatsoen
Na de oorlog werd Pellenaar een omstreden figuur. Hij zou gecollaboreerd hebben, een landverrader zijn. “In de artistieke sector keek men mij met de nek aan,” aldus Pellenaar in 1973 in gesprek met Vrij Nederland, één van zijn weinige interviews van na de oorlog. Pellenaar was een pleitbezorger van ‘fatsoenlijk cabaret’ geweest en dat werd hem niet in dank afgenomen.

Pellenaar vond – anders dan sommige van zijn collegae – dat humor leuk moest zijn voor iedereen. In Vrij Nederland: “Humor moet plezierig en vebindend zijn. Beledigende humor, humor ten koste van anderen, is een zwaktebod.” En: “Satirici hebben de verantwoordelijkheid om na te denken over doel en middel van hun kunst. Zomaar wat in het rond beledigen is mij te makkelijk.”

Zijn opvattingen over moraal en fatsoen – vermoedelijk te danken aan zijn bescheiden, nederige jeugd op het Drentse platteland – maakten van Pellenaar een eenling in het uitgesproken en harde Amsterdamse kunstenaarswereldje. Maar hij bleef zijn voorstellingen maken volgens zijn eigen strenge morele maatstaven.

Toen Adolf Hitler in 1939 Polen binnenviel, kwam het tot een definitief schisma tussen Pellenaar en zijn intellectuele vakbroeders. Andere cabaretiers maakten nietsontziend beledigende grappen over de ‘boef’ en ‘dictator’ Hitler. Pellenaar wilde daar niets van weten. Hij weigerde zich in grove bewoordingen uit te laten over het Duitse staatshoofd, ook al was hij het ‘lang niet altijd eens met diens beleid’. Een film als ‘The Great Dictator’ van Charlie Chaplin vond Pellenaar ‘bol staan van gemakzuchtige beledigingen’ en ‘een verkwisting van talent’.

Zo kon het dat terwijl de meeste intellectuelen zich eind 1939 druk maakten om de ‘hype’ Polen, Pellenaar zijn pijlen richtte op ‘de grote lijnen’. Hij deed dat met een weinig bezochte, maar veel geroemde voorstelling over de volledig mislukte provinciale herindeling door de opeenvolgende kabinetten Colijn. Vooral het nummer waarin hij een met stekeltjes beplakte badmuts opzette om Colijn te persifleren, viel in goede aarde (“Waarom draagt Colijn geen bril? Omdat hij altijd wortels eet”).

Ook tijdens de bezetting weigerde Pellenaar zich in onbehoorlijke woorden uit te laten. “Nederland stond onder druk. Er waren toenemende spanningen. Dat begrijp ik allemaal,” aldus Pellenaar later in Vrij Nederland. “Maar juist dan moet je een ideologische streep in het zand trekken. De spanningen tussen bevolkingsgroepen zorgde voor moreel verval. Overal – veelal in het geniep, maar toch – hoorde je de grofste beledigingen van de heren Hitler en Seyss-Inquart. Daar wenste ik niet aan mee te doen. Meneer Hitler heeft ook een vrouw en een hond. Je kan ook grappig zijn zonder te kwetsen.” Als tegenwicht toerde Pellenaar door het land met de voorstelling ‘Komt allen tezamen’, die goede kritieken kreeg van zowel Duitse als Nederlandse bezoekers.

De laatste jaren van de oorlog waren ook voor Pellenaar niet makkelijk. “Er was nauwelijk markt voor cabaret. Mensen waren enkel met zichzelf bezig. Er was een enorme gerichtheid op nogal primaire en materiële zaken. Tijd voor bezinning had men niet.” Toen steeds meer duidelijk werd over hoe het er aan toeging in Duitse werkkampen, werd ook Pellenaar – zij het schoorvoetend – kritischer op het beleid van de Duitse regering. “Het is dat ik op dat moment geen tournee had, maar anders was ik zeker los gegaan,” aldus Pellenaar in 1973. “Niet dat ik grof in de mond zou zijn geworden, maar ik had zeker een kritische noot geplaatst.”

claudia

Ballingschap – de moffenmoppentapper
Nadat de Duitse overheersers het land uit waren gedreven, was er in het rancuneuze cabaretwereldje geen plaats meer voor Horst Pellenaar. Hij werd beschouwd als landverrader. Hij zou ‘gecollaboreerd’ hebben met de nazi’s. Hoewel er nooit enig bewijs is gevonden dat hij samenwerkte met de Duitsers, of dat hij überhaupt nationaal-socialistische sympathiën zou hebben gekoesterd, kwam hij van het stigma ‘moffenmoppentapper’ niet meer af. Horst Pellenaar werd een paria.

Hij trad tot 1953 nog af en toe op in kleine zalen. De enkeling die zich daar durfde te vertonen werd getrakteerd op cabaret van onmiskenbaar hoog niveau. Zijn scherpe observatievermogen en virtuoze taalbeheersing leverde prachtige shows op als: ‘Wie niet horen wil, moet sjoelen’ en ‘Ten einde maat’. Ook in deze shows bleef Pellenaar trouw aan zijn adagium: humor hoeft geen pijn te doen.

Herontdekking – Grap op de bal
Pas sinds zijn overlijden in 1992, lijkt er enige waardering te ontstaan voor de invloedrijke rol die Pellenaar had op het Nederlandse cabaret. “De oorlog heeft een schaduw geworpen over het onmiskenbare talent en de morele zuiverheid van Horst Pellenaar,” schreef Freek de Jonge in zijn pamflet ‘Bloed aan de taal’ (1997). In het pamflet pleit De Jonge op aansprekende en geestige wijze voor een heroverweging van moraliteit in humor. “Grofheid is tegenwoordig de norm. Je hebt enkel nog kwetsers en zwetsers. Ware satire zou echter nooit moeten kwetsen. Ontregelen, ja, maar dan intelligent en artistiek. Satire is de beledigde schrappen uit de belediging. Wat je overhoudt is de grap op de bal.”

Na het pamflet van De Jonge hebben meer cabaretiers Pellenaar ontdekt. Dolf Jansen noemt hem ‘zijn grootste inspiratiebron’. Claudia de Breij sprak onlangs over Pellenaar als ‘mijn artistieke vader’. In haar alom geroemde programma ‘Krijg de teerling’ wijdt ze een nummer aan Pellenaar. ‘Mag ik dan van jou’ is een schitterend liedje over wat wel en niet mag in humor. Een fragment:

Als de dictator komt,
En als ik dan bang ben,
Mag ik dan van jou?
Lachen om zijn kont?

Volgens De Breij is het liedje een zoektocht naar “hoe je je normen en waarden bewaart als je op de proef gesteld wordt, of zoiets weet je wel”. “Het is een nooit eindigend gesprek over dingen en dat ze soms moeilijk zijn, maar dat je dan niet de makkelijke keuze moet maken. Daar wordt het uiteindelijk alleen maar moeilijker van. Nee, dan Pellenaar. Daar kan ik echt van onder de indruk zijn. Van die kracht hè, dat rücksichtloze. Dat, tja, ik weet het ook niet precies, dat zomaar ineens toch echt een beetje hoffelijk zijn terwijl de rest van de wereld maar een beetje, weet je wel, als ik het zo mag zeggen, aankloot”.

En zo is het precies. Het lied is een monument voor een kunstenaar die zich niet wenste te verlagen tot het niveau van de wereld om hem heen. Een opdracht aan alle hedendaagse komieken, satirici en kunstenaars.

RIP: Weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden

RIP: Weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden

Donderdagavond is weer een zeikartiest waar je ouders naar luisterden overleden. De zeiklegende was de laatste dertig jaar totaal niet relevant of überhaupt om aan te horen, maar je ouders zijn vooral bedroefd omdat hun toch al langzaam vervagende herinneringen nu geen kapstok meer hebben om aan te hangen.

De muzikale held van je ouders werd ergens diep in het vorige millennium geboren. In dat millennium was hij enkele jaren zeer invloedrijk met nummers als ‘Oef, dit klinkt oud’ en ‘Heb je geen sneller deuntje’. De sterrenstatus steeg de muzikale held daarna snel naar de kop, waardoor hij zich enkel nog gedroeg als totale bokkenlul en zelfs voor je ouders geen acceptabele muziek meer wist te maken.

‘King of Kutmuziek’
De ‘King of Kutmuziek’ overleed donderdag aan een combinatie van grootheidswaan, middelenmisbruik en best wel zielige eenzaamheid. De rest van de week zal in het teken staan van bejaarden die in allerhande televisieprogramma’s waar je ouders naar wilen kijken flarden van herinneringen opdiepen uit de mist die hun geheugen is. Hij staat ook op YouTube, maar begin er maar niet aan.

Afbeelding: Een gitaar.