Ik Vertrek: Abu Bakr al-Arnhemmi – De voorbereiding

Abu Bakr al-Arnhemmi is een 23-jarige jongen uit Gelderland. Na twaalf steden, dertien ongelukken heeft Abu Bakr besloten het roer om te gooien. Hij vertrekt deze week om een spirituele reis te maken met niets meer dan een rugzak en de beste bedoelingen. Voor TIJM Magazine zal hij de komende maanden verslag doen van zijn reis naar het Morgenland.

Ik vertrek

Mijn reiskoran
Mijn reiskoran

Allah zij geprezen. De kogel is door de kerk. Morgen vertrek ik.

Na maanden van fysieke en spirituele voorbereiding, na eindeloze discussies met vrienden en geleerden en na vele bemoedigende skypegesprekken met de door mij geliefde en bewonderde Fawzia is het zover.

Gisteren heb ik nog even gemaild met Abdiel, mijn contactpersoon. Hij zal me opvangen en naar de onoverwinnelijken leiden. Ik sluit me aan bij de dienaren van God. Volgens Abdiel gaat het ze voor de wind. Met de zegen van Allah de almachtige brengen ze vrede en voorspoed. Ze worden als helden onthaald door de getiranniseerde bevolking. Straat voor straat, stad voor stad, land voor land verspreiden ze Gods zegen over de wereld.

Abdiel zorgt ervoor dat Fawzia zich enkele dagen later bij mij kan voegen. We kunnen niet samen reizen, dat is te gevaarlijk. Bovendien zal zij een andere route moeten nemen, aangezien zij vanuit Oslo vertrekt. Oh, moge Allah de genadige haar snel tot mij laten komen. Ik denk – nee, ik weet – dat onze liefde voor elkaar en voor Allah nog eindeloos veel dieper zal zijn als wij elkaar eindelijk in het echt zien. Fawzia, mijn liefste, ik wacht op jou op onze bestemming.

De reis gaat er één zijn van ontberingen en beproevingen, maar dankzij Allah de geprezene zal ik daar op voorbereid zijn. En natuurlijk dankzij de vaardigheden die ik opdeed tijdens mijn periode van zondigheid. De periode dat ik nog onwetend was en spiritueel kinds. Het geld voor mijn reis had ik met drie tasjes bijeen gesprokkeld. Natuurlijk heb ik daarna honderd keer “Astaghfiroellah wa atoeboe ilayh” gefluisterd. Maar Allah de alwetende snapt best dat je soms oude gewoonten moet inzetten om een nieuw tijdperk binnen te kunnen treden.

Mijn koffer is gepakt en mijn paspoort heb ik uit mijn vaders kist gefutseld (de oude dwaas had mijn paspoort uit voorzorg in zijn reiskist opgeborgen, dat wist ik al lang). Morgen zit ik in het vliegtuig naar Turkije. Met de wil van Allah de verhevene ben ik met een paar dagen in het land van melk en honing.

Samen met Fawzia. Onze liefde zal alleen maar groeien. De liefde voor Allah zal alleen maar groeien. En wij zullen de liefde verspreiden onder al wie ontvankelijk voor zijn liefde is. Met de wil van Allah; dag Nederland, salam Paradijs.

Abu Bakr al-Arnhemmi

Volgende week leest u in dit feuilleton hoe de reis van Abu Bakr is vergaan. 

Cc-foto: Abdulla Al Muhairi

Kunst: Tinkebell maakt handtas van uitgeprocedeerde asielzoekers

handtasKunstenares Tinkebell maakt voor een nieuw kunstproject handtasjes van uitgeprocedeerde asielzoekers. We belden Katinka Simonse (zoals de kunstenares eigenlijk heet) voor uitleg.

U heeft het weer voor elkaar; uw kunstwerk is nog niet af, of er is alweer ophef over u.
Nu lijkt het alsof ik expres met mijn kop in de krant wil. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Die asielzoekers, die moeten met hun kop in de krant.

Of in een tas?
Nouja, dat is kunst. Dat is mijn manier om me te uiten. Ik probeer een maatschappelijke probleem op de kaart te zetten. Ik wil het Nederlandse asielbeleid ter discussie stellen.

Maar van echte mensen een tas maken… gaat dat niet wat ver?
Helemaal niet. Ons asielbeleid, dat gaat pas ver. We behandelen mensen van vlees en bloed als wegwerpartikelen. Alsof we onze koelkast leegruimen. Daar hebben we geen ruimte voor – weg ermee! Die is over de datum – hoppa, in de vuilcontainer. Ik zocht naar een manier om deze mensen een langdurige bijdrage aan de Nederlandse samenleving te geven. Met een dikke vette knipoog natuurlijk.

En u vindt het wel humaan om van die mensen een tas te maken?
Ja hoor eens, door het afschuwelijke beleid van dit kabinet zijn deze mensen ten einde raad. Ze doen alles om maar niet teruggestuurd te worden naar levensgevaarlijke gebieden. Alles. Ik bied ze de kans om in Nederland te blijven. En ja, alle tassen zijn gemaakt met instemming van de asielzoekers zelf. Dus we kunnen als maatschappij onze afschuw uitspreken over een tas die ons herinnert aan ons onmenselijk beleid, of we nemen het signaal ter harte en we doen wat aan het onmenselijke beleid zelf.

U vindt dat we bij onszelf te rade moeten gaan?
Ja, wat is hier nu het echte schandaal? Dat ik vier asielzoekers tot tas promoveer, of dat we duizenden mensen de dood injagen? Waar is de solidariteit, vraag ik me af?

Vier asielzoekers?
Vier. En ik probeer nog drie kinderen een tweede leven als portemonnee te geven. Dat lijkt me een prachtig statement. Dat wij in het westen onze rijkdommen vervoeren in een asielzoeker die nooit iets heeft bezeten. Geen geld, geen toekomst, geen hoop. Dat lijkt me prachtig. Dat is kunst.

Cultuur: Neuzen in het archief van Joost Zwagerman

joostzwagermanAuteur Joost Zwagerman heeft zijn literaire archief geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. TIJM Magazine mocht alvast een beetje neuzen door het tien meter strekkende archief. Tussen de foto’s, brieven en plastic tassen van de Jumbo, deden we enkele opmerkelijke vondsten.

Het genie Zwagerman
Voor liefhebbers van de Nederlandse literatuur is het een feest om door het archief van Zwagerman te struinen. De talloze archiefkasten mogen er stoffig en onbeduidend uitzien, eenmaal geopend vertellen ze een uniek verhaal. Met elke openzwaaiende kastdeur komt dat verhaal meer tot leven.

Zwagerman moet al op jonge leeftijd geweten hebben dat hij grootse dingen zou vervaardigen; hij heeft van jongs af aan minutieus zijn stappen daartoe gedocumenteerd en gearchiveerd. We zien hoe Joost al in zijn kleutertijd experimenteerde met verschillende kunstvormen. Tegendraads als hij is, bewandelt Zwagerman als beeldend kunstenaar de omgekeerde weg. Waar velen – Piet Mondriaan, om maar een voorbeeld te noemen – gedurende hun carrière steeds abstracter werken, begint de driejarige Joost al met expressief en non-figuratief werk. Via geometrisch-abstracte kunst en impressionistisch werk, ontwikkelt hij zich tot hij op zijn achtste nog strikt naturalistische en figuratieve werken produceert. Deze eigengereidheid toont dat hier een genie zich aan het ontwikkelen is.

Fijnzinnige ironie
De auteur Zwagerman zien we onder meer terug in een niet geringe collectie teennagels uit de jaren ’74-’85. De zak nagels heeft de titel ‘A Portrait of the Artist as a Young Man’ meegekregen, wat gezien kan worden als een voorbode van de fijnzinnige ironie waar hij later beroemd om zou worden.

Uit de periode van de net doorgebroken schrijver vinden we vooral briefwisselingen terug. Zoals met de door hem bewonderde muzikant Sugar Lee Hooper en de in onmin geraakte hermetisch dichter Leopold de Klein. Ook de ruim 7.000 foto’s waarop Joost in kleine kring college geeft zijn adembenemend. We zien hem college geven aan zijn neef over postzegels, aan de groenteman over mandarijnen, aan zijn vader over het gebruik van de puntkomma; en 482 foto’s van Joost die college over Amerikaanse popcultuur geeft aan zijn dealer.

En zo vielen wij met onze neus van de ene ontdekking in de andere boter. Manuscripten van ongepubliceerde videorecorderhandleidingen, gescheurde boterhamzakjes, liefdesgedichten, JA/NEE-stickers en – opmerkelijk – honderden matige schetsen van zichzelf met ontbloot bovenlijf op een paard.

Pronkstuk

Het archief van Joost Zwagerman
Het archief van Joost Zwagerman

De grootste verrassing was echter toen wij achteruit een ladekast een niet eerder ontdekte drol van de auteur konden opdiepen. Een prachtig klein drolletje met verschillende diepere lagen en een ragfijne structuur. Navraag bij de auteur leert dat het hoogstwaarschijnlijk om een drol uit het voor hem zeer succesvolle jaar 2007 gaat. Zwagerman: “Ik schreef destijds dag en nacht aan de roman Duel. De drol is vermoedelijk in de la beland zodat ik er later verder aan kon werken. Dat is er nooit meer van gekomen. Zonde.”

Directeur Aad Meinderts van het Letterkundig Museum in Den Haag heeft al toegezegd dat de drol een mooi plekje toegewezen krijgt in zijn museum. “Het werk van Zwagerman past goed bij de expositie Selfmade met foto’s van Heleen van Royen”, aldus Meinderts. “We overwegen een zaal in te richten voor Zwagerman met de titel Selfmade II. De drol moet het pronkstuk worden.” Meinderts noemt de niet eerder ontdekte drol het beste werk van Zwagerman sinds jaren. “Eerlijk is eerlijk: na Gimmick! heeft Zwagerman eigenlijk geen grootse werken meer aan zijn oeuvre toegevoegd. We zijn blij dat hij met dit meesterwerk weer helemaal terug is.”

Cc-foto: Krimidoedel

Achterflap: Leon de Winter – VSV

Leon de Winter - VSVLeon de Winter is gegroeid als mens en als schrijver. In zijn laatste boek VSV barst de schrijver bijna uit zijn achterflap van tevredenheid.

In zijn vroege werk was de flapfoto nog de spiegel van het van pijn vertrokken gezicht van zijn lezer, tegenwoordig kijkt De Winter alsof hij zojuist twee Palestijnen heeft gewurgd. Een intens gelukkige man. Het komt hem toe.

Je zou deze achterflap kunnen zien als de sleutelflap in het oeuvre van De Winter. Alles komt hier samen. Het is een adequaat portret van een zwart-witdenker die tegen wil en dank contrasteert met zijn omgeving.

Eindoordeel: 4 flappen plus een halve flap voor de flapperende kraag.

45flappengrijs

Van de gasthoofdredacteur: Nico Dijkshoorn

TIJM Nico DijkshoornMaandag (16 februari) verschijnt de eerste editie van TIJM Magazine. Vandaag leest u als voorproefje alvast de column van de eerste gasthoofdredacteur Nico Dijkshoorn.

Toen de uitgever mij vroeg de eerste gasthoofdredacteur van TIJM Magazine te worden, eiste ik volledige creatieve vrijheid. Want als er een nieuw, tegendraads, literair magazine verschijnt, dan heb ik nog wel een paar ideetjes.

Zo opperde ik om alle verhalen gepaard te laten gaan met naaktfoto’s van de schrijvers. Dat leek me aardig. A.F.Th. Van der Heijden op een divan met een bloemkool voor zijn kruis. Of Connie Palmen met twee bosjes uien om haar nek. U vraagt zich misschien af: vanwaar die bloemkool en uien? Simpel. Omdat ik in elke column wel iemand ten tonele voer met een prei of een stronk broccoli onder zijn arm. De banaliteit van voedsel, liefst in combinatie met naakt en bn’ers; daar smullen de lezertjes van.

Dieren
Of dieren. Dieren zijn een onderbelicht thema in de literatuur, maar niet bij mij. Ik krijg geen twee zinnen op papier, of er zit een tapir te schijten. Heleen van Royen kan niet op tv zijn, of ik zie mijn hond kijken met zo’n blik van: ‘Daar zou ik zelfs mijn baasje nog vanaf schoppen’. Ja, mijn lezertjes houden wel van een beetje antropomorfisme op zijn tijd. Behalve als ik het woord zelf gebruik natuurlijk. Daar moeten ze niets van hebben.

Nouja, dieren dus. Ik stelde voor om de ‘Dijkshoorn Dieren Special’ te maken. Het lijkt me een gat in de markt. Arnon Grunberg over autistische paarden die elke hindernis tien keer moeten nemen. Heleen van Royen in gesprek met haar poes. En er is een Turkse dompteur met één been, dus die wordt geïnterviewd door Özcan Akyol, want die is gespecialiseerd in Turkse dompteurs met één been. Dat werk.

Pretentieus kutblaadje
Maar goed, dat mocht dus allemaal niet. Ik was dan wel gasthoofdredacteur, maar het was niet de bedoeling dat ik me ook echt met de inhoud zou bezighouden. Een stukje mocht ik schrijven. En op de cover, want die grafkop verkoopt blaadjes.

Nou goed, hier heb je je column. Naakt geschreven met een osseworst in mijn hand en een koalabeer op schoot. En verder veel succes met je pretentieuze kutblaadje. Wat trouwens niet eens een blaadje is, want het verschijnt onregelmatig en alleen op internet. Mag ik dat zeggon?

Klaas liep soms zomaar de redactie van het Handelsblad op. Als iemand vroeg wat hij kwam doen, antwoordde Klaas: “Ik ben vandaag gasthoofdredacteur en ik begin met jou ontslaan.” Uniek voor die tijd.

Dijkshoorn leest

Cc-foto: Oddman47